China lonkt naar Russische arsenalen

Het driedaagse bezoek van Boris Jeltsin aan Peking onderstreept het nog eens: de Chinees-Russische betrekkingen zijn beter dan ooit. Geen van beide landen wenst een 'unipolaire' wereld, gedomineerd door Washington, en op handelsgebied hebben de twee elkaar het nodige te bieden.

PEKING, 10 NOV. Het waarschuwingsschot aan de Chinees-Russische grens deze week, waarbij een Russische grenswacht een illegale Chinese handelaar verwondde, blijkt de moeite van een vermelding niet waard in de Chinese pers. Het is een incident dat met een zekere regelmaat voorkomt en geen van beide landen piekert erover om door een dergelijke gebeurtenis in conflict te geraken. Integendeel, de Chinees-Russische betrekkingen, die dezer dagen opnieuw worden aangehaald door de Russische president Boris Jeltsin, die gisteren een driedaags bezoek aan China is begonnen, zijn beter dan ooit.

Dat het anders is geweest, behoeft voor geen Chinees uitleg - Rusland is een oude ideologische vijand, met wie China eind jaren zestig aan de noordoostgrens zelfs kortstondig strijd heeft gevoerd. Dat behoort voorgoed tot het verleden. De Chinese president Jiang Zemin en zijn Russische ambtgenoot Jeltsin, die elkaar voor de vijfde maal ontmoeten, hebben vandaag in Peking een grensverdrag ondertekend dat het eerste is in zijn soort. De overeenkomst, die het oostelijk deel van de 4.300 kilometer lange Chinees-Russische grens omvat, beëindigt formeel een grensgeschil dat driehonderd jaar heeft bestaan. Blijkbaar is beter te praten met de vertegenwoordigers van het bewind dat heeft afgedaan met Marx en Lenin, dan met hen die het socialisme trouw bleven.

De betrekkingen tussen China en zijn grote noorderbuur zijn een schril contrast met die tussen Peking en Washington. Want ondanks het recente bezoek van president Jiang Zemin aan Washington, een diplomatieke doorbraak voor Jiang, bestaat tussen China en de Verenigde Staten op vrijwel alle belangrijke politieke punten onenigheid. Tussen Rusland en China is daar geen sprake van. Beide landen hebben in de afgelopen jaren de meeste bilaterale problemen uit de weg geruimd en borduren nu voort op de 'strategische samenwerking' die Jeltsin en Jiang in april dit jaar overeenkwamen.

Zowel van Chinese als Russische zijde is herhaaldelijk benadrukt dat die samenwerking geenszins moet worden beschouwd als een bondgenootschap, zoals vaak in het Westen is gesuggereerd. “Bondgenootschappen, evenals conflicten, behoren toe aan de periode van de Koude Oorlog. Rusland en China streven naar een multi-polaire wereld in het belang van de wereldvrede”, aldus politicoloog Ji Zhiye in het Chinese dagblad Guangming Ribao. Het Chinese persbureau Xinhua voegde daar aan toe dat het niet de bedoeling kan zijn dat “bepaalde bilaterale betrekkingen (...) ten koste gaan van derde partijen.”

De toenadering tussen beide landen is evenwel niet uitsluitend het gevolg van “warme vriendschap” en goede wil. Rusland en China hebben elkander meer dan eens duidelijk gemaakt dat zij elkaar nodig hebben. Op politiek-ideologisch gebied heeft China dikwijls te verstaan gegeven, zonder de VS direct te noemen, dat het onmogelijk de bedoeling kan zijn dat het wereldpolitieke toneel wordt gedomineerd door één enkele grootmacht. China en Rusland zijn de andere 'polen', die elkaar kunnen bijstaan en versterken wanneer dat nodig wordt geacht. Zo hebben Moskou en Peking elkaar in het verleden verzekerd dat conflicten, zoals Tsjetsjenië in het geval van Rusland en Tibet en Taiwan in het geval van China, binnenlandse kwesties zijn waar de wereld zich niet mee heeft te bemoeien. En China heeft Rusland gesteund in zijn verzet tegen de uitbreiding van de NAVO.

Ook op materieel gebied hebben beide landen elkaar nodig. China heeft behoefte aan goedkoop Russisch militair materieel en Rusland is geïnteresseerd in Chinese consumptiegoederen. Op dat punt echter, bestaat wel enige onenigheid. Het handelsvolume tussen beide landen is, ondanks een stijging van 390 miljoen dollar in 1982 naar 4,2 miljard dollar over de eerste negen maanden van dit jaar, zeer gering. Ter vergelijking: de handel tussen China en Japan is goed voor 60 miljard dollar. Volgens woordvoerder Tang Guoqiang van het ministerie van Buitenlandse Zaken is het handelsvolume, gezien “de goede vriendschap tussen beide landen (...) absoluut onder de maat”. En de stijging van dat volume naar twintig miljard dollar in het jaar 2000, zoals beide regeringen afgelopen zomer besloten na te streven, is zeer onwaarschijnlijk nu de zeven miljard dollar van een jaar geleden niet eens gehaald lijkt te worden.

De Chinese ambassadeur in Moskou, Li Fenglin, gaf vorige week, tijdens een persconferentie voorafgaand aan het bezoek van Jeltsin, aan wat de reden is van het geringe handelsvolume. “De Russen willen ons hun vliegtuigen voor de burgerluchtvaart verkopen, zoals de Iljoesjin-96 en de Toepolev-24. Maar zelfs Aeroflot is daar niet in geïnteresseerd. Dus klopt er iets niet.”

Het Chinese hoongelag over de geringe kwaliteit van Russische produkten is echter niet op alles wat uit Rusland afkomstig is van toepassing. Zo is China meer dan geïnteresseerd in de Russische energievoorraden in Siberië en de Kaspische Zee en zal het naar verwachting na 2000 jaarlijks vijftig miljoen ton olie importeren uit Rusland.

Ook de Russische ruimtevaart- en defensietechnologie blijft China's interesse behouden. Want ondanks het feit dat China's omvangrijke leger overeenkomstig de richtlijnen van het onlangs gehouden congres van de Chinese communistische partij zal inkrimpen met een half miljoen manschappen, besteedt Peking een steeds groter bedrag op de begroting aan de technologische verbetering van het wapenarsenaal van het Volksbevrijdingsleger. Het Amerikaanse overheidsbureau voor controle over wapens en ontwapening heeft vastgesteld dat 97 procent van de wapens die China tussen 1992 en 1994 voor 1,75 miljard dollar heeft geïmporteerd afkomstig was uit Rusland.

    • Floris-Jan van Luyn