BETTIE SERVEERT OVER; Velvet Underground

10/11 Bolle, Tilburg; 11/11 Plaza Café, Arnhem; 12/11 Plan C, Rotterdam; 18/11 Overstag, Groningen; 19/11 Le Monde, Enschede; 24/11 Stairway To Heaven, Utrecht; 26/11 Clinique, Maastricht; 27/11 Paradiso, Amsterdam.

“Sommige nummers waren wel moeilijk na te spelen. Want als zij een gitaarsolo doen, is het alleen maar gepiemel, zonder kop, staart of melodielijn. Soms denk je: die lui kunnen gewoon niet spelen. En ik dat dan maar allemaal na moeten doen!”

Gitarist Peter Visser van Bettie Serveert doelt op The Velvet Underground, de invloedrijke Amerikaanse avantgarde-popgroep uit de jaren zestig. Het Nederlandse viertal maakt in de Marlboro Flashback-serie een korte tournee met louter nummers van The Velvet Underground.

“We mochten zelf kiezen wat we gingen doen”, zegt bassist Herman Bunskoeke. “Ik wilde Blondie doen.” “Ik Kiss”, zegt gitarist Peter Visser. Drummer Berend Dubbe: “Ik wilde graag Burt Bacharach of Todd Rundgren, maar die muziek is op piano geschreven, dus zou het veel tijd kosten om de arrangementen voor gitaar uit te pluizen. En Carol wilde graag de Velvets...”

Zangeres/gitariste Carol van Dijk: “Ik had vroeger nooit van hen gehoord, maar toen ik één van mijn eerste liedjes aan een vriend liet horen, zei die meteen: Velvet Underground.”

Visser: “Want die hebben ook een nummer dat I'll Be Your Mirror heet.”

Van Dijk: “Nee, het heette anders, maar het begon toevallig wel met 'Here she comes again...', net als een liedje van hen. Toen ben ik er maar eens naar gaan luisteren. Onze muziek is volkomen anders, maar een overeenkomst is dat er extremen in zitten. Zij hebben van die heel mooie zacht tinkelende liedjes, en het volgende moment een enorme bak herrie.”

Bunskoeke: “Ze schaamden zich niet voor de liefste liefdesliedjes. Lou Reed kon dat doen, èn over heroïne zingen. Hij is iemand uit die spannende tijd, hij zat middenin die scene, en daar schrijft hij onverbloemd over.”

Visser: “John Cale en Nico zijn altijd mijn favoriete persoonlijkheden geweest. Cale stak er met kop en schouders boven uit, als Welshman, een gentleman. Hij leek mij een stuk slimmer en verder dan de rest. Hun muziek is heel bezwerend. En zeer uit de toon liggend voor die tijd. Het is ongelooflijk hoe volwassen ze eruit zagen en klonken - niet speels of kinderachtig, maar serieus, fanatiek, ontwikkeld.”

Dubbe: “Voor mij is het onlosmakelijk verbonden met mijn Kunstacademie-tijd. Daarna heb ik het helemaal niet meer gedraaid. Wat het oproept? Ja, academie, dus: onzekerheid en ellende. Het is eigenlijk muziek waar ik normaal niet zo van hou, maar die groep staat buiten de gewone criteria. Lou Reed bewonder ik het meest. Cale heeft voor mij later te veel troep gemaakt. En zijn heftige podiumgedrag in de jaren zeventig heeft nooit veel indruk op mij gemaakt.”

Van Dijk: “Nou, dat ene optreden voor de Duitse televisie...”

Visser: “Sodeju! Het charisma van die kerel is honderd keer groter dan dat van Lou Reed. Het begon al met de tv-ploeg die de kleedkamer inliep en de bassist van zijn band aansprak: 'Hello, John.' Die jongen: 'Nee, ik ben John niet, die zit in de meterkast.' De interviewer dacht dat hij in de maling werd genomen. Maar inderdaad ging na vijf minuten de meterkast open en kwam John Cale er uit. Het was een festival, de fans van de groep voor hem vonden hem niks, ze riepen de hele tijd: 'Oprotten! Weg!' Middenin een liedje liep hij naar voren, zong nog een stukje, hield op, in de stilte hoorde je nog mensen roepen, toen gaf hij ineens een keiharde gil - je zag de voorste rijen geschrokken terugdeinzen. Toen ging hij gewoon verder.”

    • Sietse Meijer