Zuid-Afrika bestookt Afrikaans

Op de Vlaamse Boekenbeurs, tot en met 11 november in Antwerpen, wordt aandacht besteed aan de positie van het verre zusje van het Nederlands en het Vlaams: het (Zuid-)Afrikaans. In Zuid-Afrika zelf woedt een loopgravenoorlog over de rol van het Afrikaans.

Tijdens de Antwerpse Boekenbeurs (Bouwcentrum, J. van Rijswijckslaan 191, Antwerpen) treden zondagmiddag 9 nov Zuid-Afrikaanse auteurs op onder wie Riana Scheepers, Etienne van Heerden, Wally Serote, Mazisi Kunene en Sandile Dikene.

STELLENBOSCH, 8 NOV. Een tekening van de Utrechtse Domtoren aan de muur, ansichtkaarten uit Nederland op het prikbord en een lift met de waarschuwing: Moenie hysbak gebruik tydens brand of noodtoestand nie. Het Departement Afrikaans en Nederlands ademt een serene, academische stilte in het arcadische universiteitsstadje Stellenbosch. Die rust is bedrieglijk. Docent Dorothea van Zyl ziet met lede ogen aan hoe de twee talen langzaam naar de achtergrond worden gedrukt. Het Afrikaans was de taal van de 'onderdrukkers' en dat moet zij nu ontgelden. “Maar apartheid is toch niet de schuld van de taal”, roept ze wanhopig uit.

Het debat over het Afrikaans gaat om de vraag: kan een taal los worden gezien van zijn sociale achtergrond? Typerend is een incident vorige week in het parlement van Kaapstad. De jeugdafdeling van het conservatieve Vryheidsfront maakte op de publieke tribune amok. De jongeren verstoorden de vergadering en eisten behoud van het Afrikaans in het onderwijs. Woedende (zwarte) leden van het regerende ANC bestookten hen: Hoe durfden ze, in de volksvertegenwoordiging, zo'n toon aan te slaan, over zo'n taal.

Tot voor kort bepaalden het Afrikaans en het Engels in Zuid-Afrika in gelijke mate het openbare leven. Het Afrikaans was vooral de taal van de blanke regering, het Engels werd het meest gebezigd in de handel en in de onderlinge omgang tussen leden van verschillende bevolkingsgroepen. Hoewel Engelstalige Zuid-Afrikanen net zo van het systeem profiteerden als de Boeren, vervulden de laatsten decennia-lang de belangrijkste openbare ambten. Sinds de afschaffing van de apartheid is het Afrikaans daarom het voornaamste richtpunt in de afrekening met oude vormen en gedachten.

Vijf van de 21 Zuid-Afrikaanse universiteiten zijn nu nog Afrikaanstalig, maar de regering in Pretoria zou het liefst alle universiteiten Engelstalig maken. Haar pogingen stuiten op veel verzet. Na de aankondiging van de sluiting vanweer enkele afdelingen Afrikaans & Nederlands, riep de Suider-Afrikaanse Vereniging vir Neerlandistiek (SAVN) uit dat het een “een absolute skande” was en “'n doodshou vir het Afrikaans.” Taalimperialisme was de term die tegenstanders van de apartheid ooit gebruikten voor de plannen van het toenmalige Boerenbewind om Afrikaans in te voeren op alle scholen. Het ANC wordt nu uitgerekend met die term om de oren geslagen door zijn critici.

Maar er is ook begrip. Gerrit Olivier, van de universiteit van Witwatersrand, wijst op de grote vermindering sinds 1994 van het aantal studenten dat Afrikaans of Nederlands als vak kiest. “De verleiding bestaat nostalgisch te verlangen naar de 'goede oude tijd'. Feit is dat die in vele opzichten een zeer slechte tijd was. De politieke bevrijding van dit land en de daaruit voortvloeiende vermindering in de status van het Afrikaans konden niet zonder gevolgen blijven. Die officiële positie van het Afrikaans bestaat niet meer.”

In de praktijk is dat heel anders. Waar men ook gaat in het uitgestrekte land, overal spreekt men wel een beetje Afrikaans. Zes van de 40 miljoen Zuid-Afrikanen spreken Afrikaans als moedertaal, terwijl de andere talen zijn doorspekt met Afrikaanse woorden. En het zijn niet alleen blanken die de taal spreken, Afrikaans is ook de taal van de drie miljoen kleurlingen. In de provincies Noord-Kaap en West-Kaap is het de voertaal.

Intussen schurken het Nederlands en het Afrikaans na jaren weer aan tegen elkaar aan. In de jaren tachtig heerste, als gevolg van de Nederlandse culturele boycot, in de Afrikaanstalige wereld van Zuid-Afrika een tegen het Nederlands gerichte sfeer. Universitaire afdelingen die eerst 'Afrikaans en Nederlands' heetten noemden zich 'Departement Afrikaans'. Daardoor zette de verwijdering tussen 'Euro-Nederlands' en 'Afro-Nederlands', ingezet in de vorige eeuw, zich in versneld tempo door. Na de ontmanteling van de apartheid werden de culturele betrekkingen met het Nederlandse taalgebied genormaliseerd, maar komt dat op tijd om nog iets van het Nederlands in Zuid-Afrika te redden?

De Zuid-Afrikaanse Neerlandicus W.F. Jonckheere vindt dat de culturele boycot van Nederland en Vlaanderen “onherstelbare schade” heeft aangericht. “Door de terecht felle kritiek op het vroegere beleid verloren veel Afrikaanssprekenden hun belangstelling voor de Nederlandstalige cultuur. We werden vreemdelingen voor elkaar, we kropen weg in vijandige kampen.” Uithuilen en opnieuw beginnen is zijn credo, maar het zal nooit meer worden zoals vroeger. “De Neerlandistiek heeft jarenlang gesteund op de bevoorrechte positie van het Afrikaans en dat is niet iets om trots op te zijn.”

Jonckheere vindt dat het moderne Nederlands als een vreemde taal moet worden beschouwd. “We zitten hier met de totaal verouderde opvatting dat Nederlands bekend en verstaanbaar is. Het tegendeel is waar. Nederlands is honderd procent vreemd geworden. Ik stuur af op een transformatie van de Neerlandistiek in Zuid-Afrika, anders heeft het geen kans op overleving.”

    • Lolke van der Heide