Zaak-Weinreb (1)

Nuis heeft geen spijt van zijn inzet voor drs. Weinreb. Hij spreekt de hoop uit “dat er altijd mensen zullen zijn die in zo'n geval net zo gek zijn”(NRC Handelsblad, 5 november).

Te hopen is dat het er niet veel zullen zijn. De zogenoemde Weinreb-fans hebben kans gezien de vaderlandse media zo'n acht jaren lang in rep en roer te brengen en te houden. Geen geringe prestatie voor gekte.

Wie destijds de moeite zou hebben genomen in alle rust de tegen hem door de toenmalige Bijzondere Raad van Cassatie gewezen sententie te lezen, had kunnen weten dat hetgeen aan Weinreb ten laste was gelegd en bewezen is verklaard, niet gering is geweest, doch dat anderzijds de moeilijke positie van betrokkene in deze donkere tijd geleid heeft tot een zeer lichte straf. Er was geen enkele reden tot klagen behoudens dan voor zijn slachtoffers die vonden en vinden dat hij er al te makkelijk van is afgekomen.

De heer Hermans duidde het de huidige staatssecretaris op goede gronden euvel dat deze had medegedaan om een dame die op lasterlijke wijze door Weinreb en zijn scribenten met naam en toenaam was genoemd, het nooit tot een spijtbetuiging jegens de aldus getroffene heeft kunnen brengen.

Tevergeefs heeft deze belasterde dame gepoogd rectificatie in kort geding te verkrijgen. De eis werd afgewezen. Zo sterk was de door de publicisten opgeklopte massa-hysterie.

    • Mr L. van Heijningen