Unilever meet succes aan koers

Unilever maakte gisteren bekend dat de nettowinst over het derde kwartaal was gestegen met 18 procent. Begin februari, bij de presentatie van de cijfers over geheel 1997, zal daar een nieuwe indicator bijkomen: Total Shareholder Return ofwel TSR.

ROTTERDAM, 8 NOV. Unilever laat het boekhoudkundige begrip nettowinst als toetssteen voor de geleverde prestatie varen. In plaats hiervan wil de Brits-Nederlandse multinational het creëren van waarde vangen in de indicator Total Shareholder Return (TSR).

Bestuursvoorzitter Morris Tabaksblat verklaarde eerder op een bijeenkomst voor financieel analisten dat de nieuwe ambities veel hoger liggen dan het oude streven om jaar op jaar de nettowinst met dubbele cijfers te laten groeien.

Voor de gisteren gepubliceerde cijfers over het derde kwartaal (nettowinst van 1,5 miljard gulden bij een omzet van 21,6 miljard gulden) vond Unilever het nog te vroeg om TSR al te introduceren. Het concern is intern bezig de nieuwe systematiek in te voeren en te verfijnen, waardoor de indicator ook per activiteit binnen Unilever kan worden gebruikt. Het 'oude' winststreven is volgens het voedings- en wasmiddelenconcern te veel op de korte termijn gericht.

TSR is eenvoudig te berekenen. TSR omvat de koersstijging van het aandeel Unilever van de afgelopen drie jaar. In die periode is normaal gesproken zes keer dividend uitgekeerd, wat voor de berekening volledig wordt herbelegd in het aandeel. Het verschil tussen de oude koers en de nieuwe koers (inclusief de dividenden) is uit te drukken in een percentage.

Vervolgens vergelijkt Unilever de eigen prestatie met een peer group van twintig andere bedrijven, die gezamenlijk zowel de product-portfolio (van parfum tot voeding) als de geografische spreiding van Unilever moet dekken. Unilever zal de samenstelling van die groep pas in de toekomst bekendmaken, maar het is onwaarschijnlijk dat bijvoorbeeld Nestlé, L'Oréal en Procter & Gamble ontbreken.

Unilever stelt zich ten doel ieder jaar bij de beste 33 procent van die groep bedrijven te behoren. In de afgelopen tien jaar is Unilever daar slechts drie keer in geslaagd, wat volgens het concern aangeeft dat de nieuwe doelstelling veel ambitieuzer is dan alleen groei van de nettowinst.

De winstgroei - die overigens nog wel steeds bekend zal worden gemaakt - is volgens Tabaksblat te veel een meetinstrument voor de korte termijn. “Winstgroei komt niet voldoende overeen met waardecreatie”, zei Tabaksblat. “Zeker niet voor de korte termijn. Het is zelfs denkbaar dat eenzijdig nastreven van korte-termijn winstgroei op de lange termijn waarde vernietigt. De economische waarde van een bedrijf hangt af van zijn mogelijk om een duurzame kasstroom te genereren. Als wij willen dat het management waarde toevoegt, bedoelen we daarmee dat het potentieel voor een betere kasstroom wordt vergroot.”

De boekhoudkundige gegevens van een bedrijf vinden uiteindelijk hun neerslag in de winst- en verliesrekening, de balans en de kasstroom. Maar deze volgens boekhoudkundige regels gepresenteerde cijfers komen zelden overeen met de economische werkelijkheid. Die werkelijkheid wordt door de meeste bedrijven gezien als het creëren van waarde ofwel het geïnvesteerde vermogen zo goed gebruiken dat de opbrengst hoger is dan de kapitaalskosten (rente, dividend en risico).

De gegevens in de boekhouding zijn niet alleen afhankelijk van de geleverde prestaties. Zo is de nettowinst op korte termijn positief te beïnvloeden door de uitgaven aan bijvoorbeeld marketing te beperken. De gevolgen hiervan op langere termijn kunnen echter schadelijk zijn en tot waardevernietiging leiden.

Ook een overname kan de winst op verschillende manieren beïnvloeden. Wanneer de afschrijving van de betaalde goodwill via de balans loopt (in mindering van het vermogen wordt gebracht), is het effect op de winstcijfers veel minder dan wanneer de kosten direct van het resultaat (via de winst- en verliesrekening) worden afgetrokken.

Beide afschrijvingsmethoden voor de goodwill, de meerwaarde boven de prijs in de boeken, zijn in Nederland toegestaan. Unilever heeft aangekondigd bij bepaalde overnames de goodwill van het resultaat te zullen afschrijven, waarmee het zich op boekhoudkundig gebied meer conformeert aan de Amerikaanse methode.

De globalisering is een van de redenen voor multinationals om meer verfijnde, maar tegelijk eenduidige meetinstrumenten te hanteren. Een aantal bedrijven (in Europa bijvoorbeeld Siemens) werkt tegenwoordig met EVA, wat staat voor Economic Value Added: grofweg het rendement op de investeringen minus de kapitaalskosten.

Cor Boonstra heeft bij Philips het begrip 'rona' ingevoerd (return on net assets), wat staat voor het nettorendement op het geïnvesteerd vermogen. Boonstra heeft daarbij de doelstellingen voor het gehele concern openbaar gemaakt. Op termijn wil ook Unilever zijn positie in de top-20 publiceren, maar dat zal bij de komende jaarcijfers nog niet het geval zijn.

    • Erik van der Walle
    • Remmelt Otten