Trend: opgefokte rapporten

Alarmerende rapporten over het Nederlandse welzijn halen haast dagelijks de pers, maar bewijzen de wetenschap vaak geen dienst, meent een aantal hoogleraren.

LEIDEN, 8 NOV. Eén op de tien Nederlanders leeft in armoede. Eén van de drie Nederlandse vrouwen is het slachtoffer van seksueel geweld. Eén op de vier Nederlanders heeft jaarlijks medische zorg nodig na een ongeval thuis. Eén van de twee Nederlanders is het slachtoffer van huiselijk geweld. En incest, xtc-gebruik, whiplash of depressie worden een nieuwe volksziekte. Er gaat geen week voorbij of er verschijnt een onrustbarend rapport over het Nederlandse welzijn. Het kan niet anders of achter elke voordeur opent zich een afgrond van zonde en ellende.

Of toch niet? Uit de mond van enkele hoogleraren die zich op verwant terrein bewegen valt vooral scepsis te noteren. “Het is een trend om geruchtmakende verdrietigheden te publiceren”, zegt H. Crombag, hoogleraar rechtssociologie in Maastricht. “Zulke rapporten halen de krant, maar de wetenschap bewijzen ze meestal geen dienst. Elke keer blijkt dat de definitie van een misstand ook de relatief lichte gevallen omvat. Neem seksueel geweld: als je daaronder alles verstaat van een knipoog tot een verkrachting, krijg je inderdaad een hoog cijfer, maar dat is wel triviaal. Bovendien verdwijnen de ernstige gevallen door de cijferinflatie in het algemene getreur over hoe slecht het in dit land is.”

Ook J. Michon, hoogleraar criminologie in Leiden, zegt dat onderzoekers in de sociale wetenschappen hun definities vaak te ruim nemen. “Aanvankelijk komt er dan een hoog cijfer uit de bus, maar als de gegevens nader worden bekeken, zie je dat het terugschuift naar waar het hoort”, aldus Michon.

“Knoeien met getallen wil ik het niet noemen, maar je moet vaak wel goed lezen vóór je door hebt wat er echt aan de hand is”, zegt de Nijmeegse hoogleraar sociologie W. Ultee. “Heel mooi opgefokt”, oordeelt hij over het vorige week door het Ministerie van Justitie gepubliceerde onderzoek naar huiselijk geweld. Bijna de helft van de Nederlandse bevolking zou daarvan het slachtoffer zijn, aldus het door bureau Intomart samengestelde rapport. “De onderzoekers hebben gevraagd of iemand ooit slachtoffer was van huiselijk geweld. Dat is net zoiets als vragen of er ooit bij je is ingebroken, in plaats van of er dit jaar bij je is ingebroken - als je het cijfer omhoog wil krijgen moet je het vooral zo doen.”

Behalve de uitkomst roept ook de methode van informatiegaring vaak vragen op. De Utrechtse hoogleraar wiskunde R. Gill kent het Intomart-onderzoek over huiselijk geweld niet, maar staat “gereserveerd tegenover de statistische methodes die commerciële enquêtebureaus hanteren”. De willekeurige selectie van proefpersonen waarop veel onderzoeken gebaseerd heten te zijn, is vaak geen random sample, zegt hij. “Die steekproeven bevatten of krijgen vaak toch allerlei systematiek, zodat je geen representatieve selectie overhoudt.”

Pag.2: 'Rapporten voorzien in een duistere behoefte'

Voor het rapport over huiselijk geweld werden aanvankelijk 4.600 willekeurig geselecteerde mensen aangeschreven, maar van hen deed uiteindelijk minder dan een kwart mee. Waarom de meerderheid niet meedeed is onbekend, maar de onderzoekers erkennen dat die groep antwoorden kan hebben gegeven die “op relevante punten afwijken” van degenen die wel meededen - 'selectieve non-respons' kan de uitkomst dus hebben vertekend, aldus de onderzoekers.

Volgens Crombag zijn enquêtes zelfs “principieel ongeschikt voor onderzoek naar zogeheten dark numbers”. “Dat is een kunst apart omdat de manier waarop je vraagt in belangrijke mate de uitkomst bepaalt. Het is geen kwestie van ergens met een blocnote gaan staan en turven. Ze zullen wel boos zijn, maar ik denk niet dat Intomart hiervoor de methodologie en techniek in huis heeft.”

Met alarmerende welzijnsrapporten voorzien de onderzoekers in hun eigen behoefte, zeggen de hoogleraren. Nu de rechtstreekse financiering door het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen krapper wordt, is het zaak op te vallen binnen de zogeheten 'tweede' en 'derde geldstroom' - geld van instellingen als NWO en uit contractonderzoek voor derden. Dat kan door vermeende misstanden op te sporen die elke burger in beginsel aangaan. “Zulke publiciteit levert budgettair voordeel op”, zegt de Leidse hoogleraar A. van Raan, die onderzoek doet naar de ontwikkeling van wetenschap en technologie. Maar zij brengen wetenschap “in het voetlicht van de politieke correctheid”, zegt hij. “Jezelf precies afvragen wat er aan de hand is, is niet politiek correct, want dan kun je wel eens tegendraadse dingen tegenkomen.”

Zulke rapporten voorzien volgens hem in een duistere maatschappelijke behoefte. “Het is bijna sado-masochistisch hoe graag wij onze eigen slechtheid bevestigd willen zien. Soms denk ik wel eens dat het meest ontkerkelijkte volk de ergste dominee is”, aldus Van Raan. Volgens zijn stadgenoot Michon is het minder een religieuze kwestie dan een algemeen-menselijke. “Ons hele organisme is gericht op het willen zien van het uitzonderlijke”, zegt hij. “Datgene wat het rustige van alledag bevestigt, gaat ons voorbij. We hebben eeuwenlang geleefd met een sterk gereduceerd en in alle opzichten politiek correct wereldbeeld. Daaraan hebben we ons in de Verlichting ontworsteld. Romantische bewegingen, die elke veertig of vijftig jaar opkomen, proberen daar weer iets van terug te brengen. Daar zitten we nu middenin.”

Crombag ziet in veel uitkomsten zijn opvatting bevestigd dat het 'neo-puritanisme' na de Verenigde Staten ook hier veld wint. “De verklaring dat dat een reactie is op de 'losse' jaren zestig is mij te gemakzuchtig. Waar het wel vandaan komt? Ik weet het niet. Het is een algeheel volksgevoel: de treur- en zeurmaatschappij, allemaal survivors van huiselijk geweld. Ha! En dat terwijl we op ditzelfde moment de situatie beleven dat Utopia vrijwel is gerealiseerd. Misschien is dat het wel: als we niet over echte dingen kunnen zeuren, zeuren we hier wel over.”

    • Hans Steketee