Schaker Marx

In zijn schaakrubriek (Z 1 nov.) vertelt Hans Ree wat het verschil was tussen het interieur van een gereformeerde en van een commmunistische huiskamer: in de eerste trof men op het buffet naast de Bijbel een dambord aan, in de tweede stond naast Das Kapital een schaakbord.

Want, zegt Ree, 'schaken was het communistische spel bij uitstek'. Ten bewijze daarvan voert hij 'verwoede schakers' onder de communisten aan en noemt daarbij Marx zelf. Ree heeft met dat laatste niet helemaal gelijk. Marx was vooral een dammer, daarnaast eerder een verwoestend dan een verwoed schaker.

Wilhelm Liebknecht, een jonge medestander van Marx, vertelt in zijn Karl Marx zur Gedächtnis over de tijd dat ze beiden in Soho in Londen woonden het volgende. “Marx was een uitmuntend dammer. Hij had het in dit spel zover gebracht dat je niet gemakkelijk van hem kon winnen. Ook speelde hij graag schaak, maar in dit spel was hij nu juist niet bijzonder bedreven. (...) Als Marx zich er niet meer uit wist te redden, werd hij nijdig en als hij een partij verloor raakte hij in woede.” Marx dreigde met zijn schaakspel niet alleen zijn vriendschappen maar zelfs zijn huwelijksleven te verwoesten. Liebknecht vertelt nog dat toen ze eens tot diep in de nacht elkaar op het schaakbord te lijf waren gegaan, Marx' echtgenote Jenny (geboren baronesse Westfalen) het dienstmeisje Leentje naar Liebknechts logement in Churchstreet stuurde met het dringende verzoek 's avonds niet meer met haar man te komen schaken. “Want als hij verliest”, zo liet Jenny weten, “dan is hij niet te genieten.”