Ritzen sprak niet te vroeg, vindt Dijkstal

DEN HAAG, 8 NOV. Minister Ritzen (Onderwijs) heeft “niet voor zijn beurt gesproken” met zijn kritiek op een advies over de toekomst van de studiefinanciering. Volgens vice-premier Dijkstal was Ritzens reactie “aanvaardbaar”.

Dijkstal zei dit gisteren na het wekelijkse kabinetsberaad. Hij had naar aanleiding van perspublicaties in de marge van de ministerraad een gesprek gevoerd met de minister van Onderwijs.

Volgens Dijkstal had Ritzen gezegd dat hij vooral kanttekeningen had gemaakt bij onderdelen van het rapport die in zijn ogen de toegankelijkheid van het universitair en middelbaar onderwijs in het geding brachten.

Ritzen uitte zijn kritiek maandag bij de presentatie van een rapport dat in opdracht van het kabinet was gemaakt door een externe commissie onder leiding van de Friese commissaris van de koningin, L. Hermans.

Het is niet gebruikelijk dat ministers bij de presentatie van dergelijke adviezen direct kritische kanttekeningen maken. Verantwoordelijke ministers wachten doorgaans eerst de discussie in het kabinet af voordat zij een inhoudelijke reactie geven.

Volgens Ritzen zou uitvoering van de plannen vooral nadelig zijn voor de lagere- en middeninkomens, terwijl hogere inkomens er voordeel van hebben. Volgens zijn eerste ruwe schatting zouden sommige studenten er vierhonderd gulden per maand op achteruitgaan. Ook afschaffing van het lesgeld zou volgens Ritzen denivellerend werken.