Pronk

Het stuk van Dirk Vlasblom (Z 25 okt.) gaat over de zoveelste zendingstocht van minister Pronk in Afrika. Ik had liever gehad dat het artikel was gegaan over de vraag 'Wanneer geeft Pronk nu eindelijk eens zijn eigen falen toe?''

Ik houd geen droge ogen bij het pleidooi van Pronk voor 'versteviging van de marktwerking', 'prikkels voor individuele boeren om te produceren' en 'een goede middenklasse als voorwaarde voor economische groei'. Bij zulke uitspraken denk ik onmiddellijk terug aan heel andere tijden. Jarenlang was ik werkzaam in Tanzania. In een periode dat de speerpunten van Pronks landenbeleid gericht waren op slechts één doel: 'vernietiging van het marktmechanisme', 'geforceerde invoering van het collectivisme in de landbouw' en 'wegvagen van de middenklasse'.

Als de Tanzaniaanse regering van die dagen voor financiële en politieke steun kwam aankloppen om dat beleid te kunnen uitvoeren, kon zij bij Pronk op een meer dan warm onthaal rekenen. En werd de portemonnee altijd wijd opengetrokken. Ook toen allang duidelijk was dat het beleid regelrecht naar de economische afgrond voerde.

Op één punt ben ik het met Pronk eens: het kolonialisme mag niet langer als zondebok worden aangewezen als er in Afrika dingen fout gaan. Maar de oorzaak ligt evenmin, zoals de minister suggereert, bij neokoloniale verhoudingen. Het wordt hoog tijd dat deze minister de hand eens in eigen boezem steekt en zich afvraagt of juist hij niet een van de katalysatoren is geweest van de toegenomen verpaupering in Afrika. Ik vind het een toppunt van brutaliteit dat wij als Nederland iemand met zo'n achtergrond op pad sturen voor het vervullen van alweer een nieuwe missie in Afrika.

    • E. Bakker