Onafhankelijk advies kan gebonden zijn

“Voor je het weet, smeren ze je iets aan”, bezweert de meisjesstem. Ze belt namens de Financiële Adviesfederatie het telefoonboek af, op zoek naar potentiële klanten.

Enthousiast schetst ze de onoverzichtelijke markt van aanbieders van spaarregelingen en beleggingsmogelijkheden. Om valkuilen te omzeilen, is het beter met haar in zee te gaan. De consument, die voordat werd gebeld met andere zaken bezig was, belooft ze een onafhankelijk advies, 'lekker rustig bij u thuis' én helemaal gratis.

Helemaal onaantrekkelijk is het aanbod niet. De particuliere geldbezitter moet zich een weg weten te banen door een omvangrijk woud van aanbieders om tot een zinvolle financiële planning te komen. Folders door de brievenbus, reclamespotjes op de televisie en via de telefoon; verzekeringsmaatschappijen en banken doen er alles aan de klant voor zich te winnen.

Hoewel gratis een toverwoord is dat de gemiddelde consument in beweging brengt, lijkt reclame vaak te grof om consumenten aan te zetten tot het aangaan van langdurige financiële verplichtingen. Steeds meer financiële planners en adviseurs zoeken de consument op, bieden gratis advies aan en profileren zich als onafhankelijk.

Maar onafhankelijk van wie en in welke mate? De Vereniging Consument en Geldzaken, belangenbehartiger voor klanten van banken, verzekeraars en beleggers heeft een simpel advies: “Als ze je telefonisch benaderen, moet je onmiddellijk de hoorn er op gooien”. Zodra een financieel planner de klant kosteloos bedient, is deze volgens de vereniging niet onafhankelijk. In dat geval is de planner voor zijn omzet namelijk afhankelijk van de provisie die hij ontvangt voor verkochte producten.

De Financiële Adviesfederatie b.v. is een van de bedrijven die de klant 'voor niets' thuis adviseert. Bijna twee jaar is de federatie actief in de markt van inkomens- en vermogenplanning. De vijftien adviseurs bezochten tot nu toe 2800 mensen, de helft van hen besloot het advies daadwerkelijk op te volgen. De zaken gaan goed, volgend jaar denkt de federatie haar doelstelling van dertig landelijk opererende adviseurs te halen.

Via telemarketeers maken geïnteresseerden een afspraak. Op basis van de wensen van de klant en aan de hand van de persoonlijke financiële situatie maakt de adviseur een planning op maat. Wanneer de geïnteresseerde enthousiast blijkt kan er een vervolgafspraak worden gemaakt. Op deze manier krijgt de geadviseerde bedenktijd, terwijl hij van de planner het advies op schrift vergezeld van productinformatie ontvangt. Namens een groot aantal, maar niet alle, maatschappijen en banken kan de planner producten adviseren. Met die partijen is een bepaalde provisie-afspraak gemaakt. En daar wringt de schoen. Consument en Geld meent dat advies dat leidt tot productverkoop nooit onafhankelijk is. En zelfs al zou een adviseur alle mogelijke producten aan kunnen bieden, dan krijgt hij van de vereniging nog niet het voordeel van de twijfel. Maatschappijen bieden adviseurs volgens de Consument en Geldzaken vaak allerlei bonusgeschenken aan, bijvoorbeeld door middel van het sparen van punten. “Als een adviseur nog drie punten nodig heeft voor een reisje naar New York, dan gaat de klant echt niet de deur uit zonder dat bepaalde product”, aldus Consument en Geld. Aan echt onafhankelijk advies hangt volgens Consument en Geld een prijskaartje. Adviseurs en planners met een uurtarief hoeven niet te leven van provisie en zullen volgens de vereniging ongebonden advies kunnen geven. Een redelijk uurtarief ligt tussen de tachtig en honderttwintig gulden.

Consument en Geldzaken geeft zelf ook advies, vaak gaat het om mensen die na een bezoek aan de bank een 'second opinion' willen.

De Financiële Adviesfederatie bestrijdt de mening van Consument en Geldzaken. Volgens de federatie spelen voor de adviseur geen belangen mee en weet hij ook vaak niet hoeveel provisie een bepaald product oplevert. De adviseur is volkomen vrij in het advies dat hij geeft, en van bonusbeloningen is volgens de federatie geen sprake. Het commerciële aspect moet volgens de federatie worden gezocht in het opbouwen van een klantenkring. De adviseur is er dus niet bij gebaat een slechte, niet op maat gemaakte, planning aan te bieden. onafhankelijk of niet, de klant - om wie het tenslotte allemaal draait - lijkt de keus al te hebben gemaakt. “Je moet je afvragen of de consument wel betaald, onafhankelijk advies wil”, vindt ook Consument en Geldzaken. Uit eigen onderzoek weet de vereniging dat het overgrote deel, ongeveer zeventig procent, van de klanten, niet bereid is te betalen voor een financieel advies. Om de klant te behoeden voor beunhazen is de beroepsgroep van financieel planners zelf met een antwoord gekomen. In maart 1996 is de Federatie Financieel Planners (FFP) in Utrecht opgericht. Daarin nemen banken, verzekeringsmaatschappijen, zelfstandige adviseurs, publicisten en fiscalisten zitting. Het doel van de federatie is de kwalitieve financiële dienstverlening te normeren en op basis daarvan adviseurs te kunnen certificeren en registreren. Als het gaat om onafhankelijkheid van een adviseur, neemt de FFP (nog) geen standpunt in. “In een gedragscode is wel vastgelegd dat een planner een doorzichtige wijze van werken moet nastreven”, legt directeur Raymond Fifis uit. Op deze manier hoopt de FFP zowel binnen de branche als aan de consument informatie over de kwaliteit van dienstverleners te verschaffen.

Een andere groep branchegenoten, waarin onder andere hypotheekadviseurs en verzekeringsadviseurs deelnemen, bereidt een 'inhoudsvol keurmerk' voor. Anton Vanden Bol, directeur van Hypotheek Visie, is een van hen. “Het is absoluut niet de bedoeling dat we elkaar een lintje gaan opspelden”, benadrukt hij. Er wordt volgens Vanden Bol gekeken naar achtergrond, opleiding en gedrag, maar ook hoe onafhankelijk een adviseur is. Dat is een moeilijk punt, erkent hij. Inzage in de provisiestructuur is ook hier een van de opties om tot meer openheid te komen.

    • Renske Schriemer