Nederland gidsland in discriminatie

Over acht weken treedt de wet PEMBA in werking. Dat staat voor 'Premiedifferentiatie En Marktwerking Bij Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen'. De koningin heeft haar handtekening gezet onder een woord van 35 letters en 11 lettergrepen (een record?), maar verder valt niets moois aan PEMBA te ontdekken. Het is een ondoordachte en gevaarlijke poging om de uitvoering van de WAO te verbeteren.

Het belangrijkste nieuwe idee in PEMBA is dat bedrijven meer WAO-premie gaan betalen als er in de meest recente vijf jaar veel werknemers van het bedrijf zijn weggegaan met een WAO-uitkering. Het deel van de toekomstige WAO-premie dat afhangt van die uitstroom naar de WAO gaat straks schommelen tussen 0 en 6,6 procent van de loonsom.

Nederland moet weer zo nodig gidsland worden: ik zou geen ander land ter wereld kennen waar de wet dwingt tot zulke enorme verschillen in de premielast. Daarmee wordt Nederland als het tegenzit straks ook gidsland in de discriminatie tegen ouderen, rokers, dikkerds, en alle andere categorieën met een hoger dan gemiddeld gezondsheidsrisico. Werkgevers zullen zich onder de wetPEMBA wel drie keer bedenken voor ze iemand in dienst nemen met een statistisch hoge kans op toekomstige ziekte en uitval. De Tweede Kamer heeft dan wel heel flink besloten om medische keuringen van sollicitanten te verbieden, maar dat zal de ouderen, de rokers en de te zware Nederlanders niet helpen, omdat ook zonder stethoscoop aan hen valt te zien dat zij een groter risico lopen van ziekte dan een slanke vijfentwintig jarige niet-roker.

Precies op het moment dat Den Haag eindelijk oor had gekregen voor de omvangrijke klachten over discriminatie tegen ouderen op de Nederlandse arbeidsmarkt, wordt een wet ingevoerd die bedrijven nadrukkelijk uitnodigt om nog veel meer discriminatie te plegen dan in het verleden. Zeker, er is sprake van mogelijke wetgeving tegen discriminatie op grond van leeftijd, maar effectieve naleving van zo'n wet is niet eenvoudig. Bedenk hoe eenvoudig het Nederlandse bedrijfsleven een eerdere opdracht heeft gesaboteerd om nauwkeurig bij te houden hoeveel allochtonen in dienst waren; zullen bedrijven dan wel bereid zijn om nauwkeurig verantwoording af te leggen van hun leeftijdsbeleid bij het vervullen van vacatures? En zelfs al komt er een wet met tanden tegen discriminatie op basis van leeftijd, dan nog zal dat niets helpen voor de rokers, de zwaarlijvige mensen en alle andere groepen die kampen met een zichtbaar hoger risico van slechte gezondheid.

Duitsland heeft ervaring met een interessant en veilig alternatief. Daar moeten bedrijven meer WAO-premie betalen als ze weinig gehandicapte werknemers in dienst hebben. In Duitsland wordt dus niet geteld hoeveel mensen zijn verdwenen richting WAO, maar hoeveel gehandicapten permanent deel uitmaken van het personeelsbestand. De economische prikkels werken zo in de goede richting: bedrijven hebben een aanmoediging om ruimte te bieden aan (gedeeltelijk) gehandicapten en ontvangen daarvoor in feite een jaarlijkse subsidie. Dat is behulpzaam, en leidt niet - zoals PEMBA - tot discriminatie van zwakke groepen, maar tot het omgekeerde daarvan.

Jammer genoeg ging de discussie over PEMBA de laatste maanden haast exclusief over de vraag of bedrijven ook geïnteresseerd zouden zijn om zelf het risico te dragen van de WAO-uitkeringen, of om zich los te maken van het GAK en de andere uitvoeringsinstellingen (Uvi's), en een private verzekeringsmaatschappij te zoeken. Terecht is in die discussie opgemerkt dat PEMBA met zoveel haast in elkaar is gezet dat private verzekeraars nu moeten voldoen aan de idiote eis dat zij per 1 januari 1998 voldoende geld opzij zetten voor WAO-uitkeringen aan alle werknemers van de bij hen verzekerde bedrijven. Alsof Centraal Beheer ook voldoende geld heeft gereserveerd voor het geval dat alle verzekerde huizen tegelijk afbranden, alle verzekerde auto's op Nieuwjaarsdag te water raken en alle verzekerde patiënten het hele nieuwe jaar in het ziekenhuis gaan doorbrengen. Kritiek op die absurde conditie in PEMBA is goed geleverd door het Verbond van Verzekeraars, en staatssecretaris De Grave heeft daarop laf gereageerd met de opmerking “dat het aan de markt is om een creatieve oplossing te vinden”. Bij alle verwarring over dit punt is het daarom nuttig te benadrukken dat ook als iedereen klant blijft bij de huidige verzekeraars in de sociale zekerheid, toch vanaf 1 januari alle bedrijven een premie gaan betalen die afhangt van de uitstroom naar de WAO in het recente verleden.

Concurrentie en marktwerking zijn vaak aantrekkelijk, ook op de arbeidsmarkt. Dat bewijst de concurrentie tussen de uitzendbureaus die zorgt voor keuze aan werknemers en scherpe tarieven voor de afnemende bedrijven. Zo is er ook wel enige marktwerking en concurrentie mogelijk in de sociale zekerheid. Uitgangspunt daarbij zal blijven dat de Tweede Kamer de hoogte van de uitkeringen vaststelt, waarna een actuaris kan berekenen hoeveel premie moet worden geïnd. Bedrijven zouden dan de vrijheid moeten hebben om zelf uit te maken welke Uvi, of welk administratiekantoor, verzekeringsmaatschappij of andere partij voor hen de administratie mag doen van de WW en WAO-premies. En als de Belastingdienst goedkoper kan werken dan alle anderen, wat is daar dan op tegen? Zo is er alvast concurrentie bij de premie-inning.

Het zou dan ook helpen wanneer werklozen of WAO'ers direct thuis in de brievenbus informatie zouden ontvangen over scholing en subsidies op loonkosten. De Postbank stuurt bij ieder dagafschrift wel een folder met informatie over nieuwe producten of diensten. En dat is gratis. Maar de Uvi's hebben per jaar ongeveer 2 miljard gulden nodig voor de administratie van de sociale zekerheid, en verzenden bijna iedere maand ingewikkelde berekeningen van de laatste aanpassing in de uitkering, maar helaas zonder informatieve bijsluiters over nieuwe kansen op scholing of werk. Alle Uvi's zouden daarom toestemming moeten krijgen om een flink budget te besteden aan nuttige informatie voor hun cliënten. Tot op heden is het ze verboden om geld te besteden aan folders over scholing of subsidies voor werklozen.

Ten slotte zijn marktwerking en concurrentie erbij gediend wanneer de Uvi's (en de gemeentelijke sociale diensten) volledig vrij zijn in de keuze van hun zakelijke partners. Nu nog moeten Uvi's en gemeenten verplicht diensten inkopen bij de Arbeidsbureaus, met als voorspelbaar gevolg dat veel vergadertijd wordt verspild aan getwist over de prijs per eenheid dienstverlening. Werklozen en WAO'ers zijn beter geholpen wanneer de instantie die hun uitkering betaalt vrij kan kiezen met welke partners wordt samengewerkt bij scholing, bemiddeling en het zoeken naar werk.

Zo valt op allerlei terreinen heel wat te doen aan de efficiency, maar dan niet volgens het recept van PEMBA. Met die wet wordt gekozen voor een roekeloze vorm van premiedifferentiatie die bedrijven dwingt tot hevige discriminatie op de arbeidsmarkt.

Hier is een uitdaging aan staatssecretaris Frank de Grave: als hij vijf deskundigen kan noemen die enthousiast zijn over PEMBA in de huidige vorm, dan slik ik al mijn kritiek in. Is mijn indruk correct, en moet tegen deze wet alleen met klem worden gewaarschuwd, zou de staatssecretaris PEMBA dan willen inslikken?

    • E.J. Bomhoff