Monsterdam in rivier Yangtze verdeelt China

PEKING, 8 NOV. 1997 is een jaar waar Chinezen trots op mogen zijn. Dat vindt de Chinese nationale pers dezer dagen. Want eerst was op 1 juli sprake van “de terugkeer van het volk van Hongkong naar het moederland.” Daarna, in september “het zegevierende vijftiende congres van de communistische partij”, gevolgd door “de doorbraak in de Chinees-Amerikaanse betrekkingen” afgelopen week.

En vandaag, met de afsluiting van de natuurlijke doorvaart in de Yangtze rivier, waarmee de bouw van 's werelds grootste waterkrachtcentrale begint, wordt “een mijlpaal voor het technische vermogen van China” bereikt.

In het bijzijn van premier Li Peng, de man die doorgaans met het project wordt geïdentificeerd, en vele andere hoogwaardigheidsbekleders uit de topechelons van de communistische partij, zal een groot leger van boerenarbeiders vandaag de laatste vrachtwagenladingen rots en kiezel in de Yangtze rivier storten, nabij Sandouping in de centraal Chinese provincie Hubei, en de doorvaart beperken tot een onlangs gereedgekomen omleidingskanaal. Daarmee is fase één van de bouw van de Drie-engten-dam, zoals het omstreden project bekend staat, afgesloten en hebben de 20.000 arbeiders die aan het project meewerken tot het door premier Li vastgestelde jaartal 2009 de tijd om het betonnen gordijn, met een hoogte van 185 meter, af te bouwen. “Het is een gebeurtenis die de omvangrijke prestaties van China's indrukwekkende economische ontwikkelingsgang in al zijn facetten toont”, aldus de premier begin deze week.

Het Drie-engten-damproject is een onderneming van superlatieven dat zowel binnen als buiten China omstreden is. De dam, de 26 turbines, een scheepslift, een sluizensysteem en de herhuisvesting van 1,13 miljoen mensen die door het stijgen van het waterpeil zullen moeten verdwijnen, kost 24,5 miljard dollar. Wanneer het project gereed komt, genereren de turbines volgens de berekeningen van Chinese specialisten 84 miljard kilowattuur stroom per jaar - ongeveer acht procent van de landelijke stroomproduktie in 1996. Aan de bovenloop van de dam zal een stuwmeer ontstaan van 600 kilometer, waardoor het scheepvaartverkeer, dat tot dusver door de stroming en de diepte van de rivier beperkt is, zal vervijfvoudigen.

“De dam zal waarlijk de drijvende kracht worden achter de snelle groei van China's economie”, schreef het Chinese Volksdagblad gisteren. De voordelen van de bouw van de dam zijn de afgelopen dagen breed uitgemeten in de Chinese media. Door de dam blijven de overstromingen in het midden en delta van de rivier, die jaarlijks voor vele honderden slachtoffers maken, beperkt. De rivier zal door een afname van de stroomsnelheid van het water beter bevaarbaar worden en zodoende de economische ontwikkeling in het achterland bevorderen. Het gebruik van waterkracht voor de opwekking van energie zal de uitstoot van kooldioxide, veroorzaakt door kolencentrales, met 120 miljoen ton per jaar kunnen beperken. En een bijkomende gunstige factor is, aldus de Chinese media, dat boeren die worden geherhuisvest in door de staat geleverde woningen er flink op vooruitgaan. “Sommige mensen zouden willen dat de dam nog hoger wordt om zo te profiteren van deze politiek”, meent Qi Lin, directeur van het Bureau voor hervestiging.

Tegenstanders zijn er legio. Bijna een derde van het Volkscongres, het parlement dat zich doorgaans volledig achter de voorstellen van de regering schaart, onthield zich van stemmen of stemde tegen toen het project in 1992 werd goedgekeurd. Want ondanks veelvuldige studie in binnenland en buitenland bestaat volgens de tegenstanders nog altijd onzekerheid over de militaire kwetsbaarheid van de dam, de controle over de toename van het riviersediment, het tekort aan bebouwbaar land aan de bovenloop van de dam, de kwaliteitsvermindering van het water en de kosten. Critici hebben de bouw van meerdere kleine en middelgrote dammen voorgesteld in de bovenloop en zijrivieren van de Yangtze. Daarmee zou goedkoper en sneller evenveel energie gewonnen kunnen worden en minder mensen hoeven te verhuizen.

    • Floris-Jan van Luyn