Maria Stuarda verdient een veel betere uitvoering

Voorstelling: Maria Stuarda van G. Donizetti door de Nationale Reisopera en het Orkest van het Oosten o.l.v. Johan van Slageren m.m.v. Stephanie Friede, Cheryl Barker, Harrie van der Plas, Marcel Boone en Jaco Huijpen. Regie: Andrea Raabe. Gezien: 6/11 Twentse Schouwburg Enschede. Toernee t/m 13/12.

Het vroeg 19de-eeuwse Italiaanse belcanto is op de operapodia in ons land een grote zeldzaamheid. In concertante uitvoeringen zong Nelly Miricioiu tijdens de Matinee op de vrije zaterdag een aantal memorabele rollen in serieuze opera's van Rossini, Donizetti en Bellini. Onder haar drie vertolkingen van Tudor-koninginnen was ook Donizetti's Maria Stuarda. Vorig jaar werd op de Grote Markt in Groningen een openluchtvoorstelling gegeven van Bellini's Norma.

Sinds de Nederlandse Opera in het Muziektheater huist, was daar naast wat komisch werk van Rossini (Il barbiere di Siviglia en L'Italiana in Algeri) en Donizetti (Don Pasquale) nog nooit serieus belcanto te horen. De komende jaren zal dat in Amsterdam ook niet anders zijn. Hartmut Haenchen en de toekomstige chef-dirigent Edo de Waart zijn er geen liefhebbers van. Vaak wordt ook gezegd dat de juiste zangers voor dit genre ontbreken.

Miricioiu is inderdaad een van de weinigen die zich concentreren op dit specialisme. De meeste zangers moeten van opera's en platenmaatschappijen vrijwel alles kunnen: van Monteverdi tot en met Wagner. De gevolgen voor het fijnzinnige belcanto zijn rampzalig, zo blijkt helaas bij de zeldzame keren dat Donizetti en Bellini zijn te horen. Wat zou het niet geweldig zijn om weer eens Lucia di Lammermoor, Norma of I Puritani te horen, op het vereiste niveau.

Maria Stuarda, nu op het repertoire van de Nationale Reisopera, werd twintig jaar geleden door de Nederlandse Opera gespeeld met Joan Sutherland en Huguette Tourangeau in de twee hoofdrollen. Het drama van de Engelse koningin Elizabeth I, die in 1587 haar rivaliserende achternicht Mary Stuart, koningin van Schotland liet terechtstellen, kreeg toen een indrukwekkende en fenomenaal gezongen uitvoering die elke bezoeker daarvan nog heugt.

De Maria Stuarda van de Reisopera kan uiteraard niet op tegen een productie met een unieke wereldster. Maar bij de eerste uitvoering was het wel heel erg schrikken van de eerste acte. Dirigent Johan van Slageren, een in Duitsland werkzame landgenoot, schroefde de tempi en vooral de fortissimi van het Orkest van het Oosten nog eens extra flink op. De toch al zo harde orkestbak van de Twentse schouwburg verstrekte dat nu zó meedogenloos dat ik op rij 20 nog zocht naar een volumeknop om het geluid zachter te zetten.

Alles wat Stephanie Friede (Elizabeth) en Harrie van der Plas (Leicester) boven mezzoforte zongen ontaardde in geschreeuw en gekrijs, die mij als een gewoon bezoeker al na tien minuten de zaal uit zouden hebben gejaagd. In de tweede en derde acte was dat alles wat beter - vooral door het heel redelijke zingen van Cheryl Barker in de titelrol. Slechts Jaco Huijpen kwam in de rol van Talbot tot een volwaardige prestatie. Al was het resultaat niet wat men hier wil horen, er kwam toch wat overeind van die enerverende harde confrontatie tussen de twee onbuigzaam trotse koninginnen.

Ingeleid door het sextet E sempre la stessa, behoort deze scène tot het beste en meest directe drama dat de Italiaanse opera in de eerste helft van de negentiende eeuw heeft opgeleverd: 'Hoer!' 'Bastaard!' Dat moet dus verkeerd aflopen en het eindigt dan ook met de executie van Mary Stuart, die zich in de slotscène nog een superieure en roerende vergevingsgezinde engelachtigheid toont.

De regie van Andrea Raabe geeft de voorstelling ook geen grandeur, zeker niet met allerlei onnodige toevoegingen zoals een levende marionet. Verder is er stoutigheid (graaf Leicester die met de handen in de zakken Elizabeth benadert), hedendaagsheid (Elizabeth met zonnebril), onzin (een voorbijkruipend rotsblok tijdens het sextet) en gekte (de eerste acte als carnavalsfeest in de Londense rosse buurt).

    • Kasper Jansen