Liever samen in de klas; Schriftelijk onderwijs wordt weggedrukt door reguliere beroepsonderwijs

Het gaat niet goed meer met het schriftelijk onderwijs. Het reguliere beroepsonderwijs biedt vergelijkbare cursussen en de cursisten willen wat meer gezelschap.

In DE SLAAPKAMER VAN Wim Dircken (36) uit het Brabantse Rucphen rinkelt de wekker drie keer in de week om half zes. Behoedzaam staat hij op, kleedt zich aan, zet koffie, neemt wat koekjes uit de trommel en dan zit hij precies om zes uur aan de keukentafel: de les begint.

Dircken, bouwopzichter bij een woningbouwvereniging, volgt de schriftelijke opleiding 'bouwkunde', een hogere technische opleiding van het particulier opleidingsinstituut PBNA. Bij gebrek aan tijd bereidt hij de lessen bouwfysica, ruimtelijke ordening, betontechniek en toegepaste wiskunde voor dag en dauw voor. En dat vindt hij nou net het grote voordeel van het particulier schriftelijk onderwijs: leren en studeren wanneer het je uitkomt. Bovendien zijn de docenten nooit ziek en zijn er nooit te weinig lokalen of krijtjes die op zijn.

De laatste jaren is deze vorm van onderwijs onder druk komen te staan, zo blijkt uit cijfers van het CBS. “Ik schat dat vanaf 1992 het aantal inschrijvingen bij ons is gedaald met zeveneneen half procent per jaar”, zegt Rinze Jellema, directeur van het PBNA, een van de grootste organisaties in Nederland op het gebied van het particulier schriftelijk onderwijs, ook wel afstandsonderwijs genoemd. Het gaat bij die daling vooral om technische, administratieve en commerciële opleidingen. Het aantal inschrijvingen aan de Open Universiteit, niet particulier maar wel schriftelijk, vertoont eenzelfde beeld: in vier jaar tijd een kwart minder inschrijvingen. Het aantal inschrijvingen voor een particuliere schriftelijk cursus is met bijna een kwart gedaald: van 216 duizend in 1993 tot 167 duizend in 1996. Jellema: “We verkopen nog wel eens een LTS-pakket, maar dat duurt niet lang meer. Jongeren beginnen goed opgeleid aan een baan en alleen diegenen die bijvoorbeeld slechts een gedeelte van het leerlingstelsel hebben gedaan, nemen dan nog zo'n pakket af.”

Het particulier onderwijs bestaat in Nederland al zo'n honderd jaar. Het voorzag in opleidingen waarvoor geen overheidsalternatief beschikbaar was, zoals een opleiding tot makelaar, doktersassistente, dierenverzorger of boekhouder. Maar ook diegenen die al gediplomeerd waren gingen naar het particulier onderwijs als zij, of hun superieuren - extra scholing nodig achtten. De MEAO'er volgde een aanvullende opleiding tot verkoopleider, de LTS'er, zoals Dircken, volgde een opleiding tot bouwopzichter.

Behalve van het stijgende opleidingsniveau van de bevolking heeft het particuliere onderwijs ook hinder van concurrentie door het reguliere onderwijs, dat tegenwoordig graag de goedbetaalde 'markt' opgaat. Sinds de invoering van de Wet op de Contractactiviteiten (1989) is het aanbieden van opleidingen 'met winstoogmerk' door het regulier onderwijs officieel toegestaan.

Vooral de beroepsopleidingen, inmiddels gefuseerd tot enkele tientallen grootschalige Regionale Opleidingscentra (ROC's), hebben daar gretig gebruik van gemaakt. Anderhalf tot twee miljoen gulden per jaar verdient bijvoorbeeld het ROC Zadkine in Rotterdam, met de zogenoemde 'open scholing'. De activiteit is ondergebracht in een aparte organisatie: Zadkine Contractactiviteiten BV, want de wet schrijft voor dat gemeenschapsgelden niet mogen worden ingezet voor particuliere doeleinden. Door middel van 'open scholing' biedt de BV bestaande cursussen aan waar particulieren en bedrijven gewoon op kunnen intekenen. Een cursus NIMA (marketing), een cursus PDB (boekhouden), een cursus MBA (bedrijfsadministratie) of een cursus informatica.

Op het Zadkine gaat het om ongeveer twaalfhonderd cursisten per jaar die voor een cursus een 'marktconforme' prijs betalen, want dat is de voorwaarde die de overheid heeft gesteld. En die cursisten hoeven niet aan de keukentafel te studeren, maar zitten keurig in de klas, in een leeromgeving en met medecursisten met wie ze ervaringen kunnen uitwisselen. “Je bent elkaars lotgenoten, elkaar oppeppen, stimuleren, vragen stellen aan elkaar, een leraar voor de klas, sommen die op het bord worden uitgeschreven. Het voegt gewoon iets toe aan je studie, wat schriftelijk onderwijs niet doet”, zegt Hannie Hulst (42) uit Rotterdam. Ze werkt op de financiële afdeling van de deelgemeente Kralingen-Crooswijk en volgt de opleiding PDB aan het Zadkine. Samen met vijftien medecursisten hoopt ze aan het eind van dit studiejaar haar praktijkdiploma boekhouden op zak te hebben.

Er zijn ook nadelen aan klassikaal onderwijs, vindt Hannie. Zelf heeft ze een Havo-diploma, maar er zijn klasgenoten die zo'n vooropleiding niet hebben en die trekken snel de aandacht naar zich toe. “Als je daar niet zelf op let, loop je de kans dat je niet aan je trekken komt.” Ze geeft toe dat het schriftelijk onderwijs op dat punt voordelen biedt: wie daar problemen heeft zoekt contact met de studie-adviseur en die geeft alle aandacht, één op één. De tweejarige opleiding die haar baas voor haar betaalt, kost veertienhonderd gulden, exclusief examen- en boekengeld. Ze had niet de keus tussen een particuliere opleider en het ROC, want gemeenten zijn vooralsnog verplicht cursussen in te kopen bij een ROC.

De paar miljoen gulden die het Zadkine jaarlijk verdient aan 'open scholing' is maar een klein deel van het totaalbedrag dat wordt verdiend aan contractonderwijs. Tachtig procent van de omzet wordt gehaald uit zogeheten 'in-company'-trainingen die op maat worden gemaakt, al naar gelang de wensen van de klant, veelal bedrijven. Korte trainingen die een paar dagen of weken duren en een functiegericht karakter hebben. Precies het soort cursussen en trainingen die het mondeling particulier onderwijs ook al jaren aanbiedt.

De concurrentie raakt niet alleen het schriftelijk onderwijs. Ook het mondeling particulier onderwijs heeft de afgelopen jaren rake klappen gehad. In vier jaar tijd is het aantal inschrijvingen met bijna eenderde gedaald: van 208 duizend in 1993 naar 142 duizend in 1996. Jaap van Loon, directeur van het grootste particuliere mondelinge opleidingsinstituut ISW/IBWgeeft toe dat de concurrentie van het contractonderwijs door de ROC's moordend is, maar denkt ook dat er iets anders aan de hand is: de klant is gewoon kritischer. “Mensen vragen zich af waarom ze eigenlijk een opleiding volgen en wat zo'n opleiding oplevert, er was een overaanbod aan cursussen en trainingen en bovendien zijn veel mensen beter opgeleid dan vroeger als ze aan een baan beginnen.”

De gedachte van veel potentiële cursisten is volgens Van Loon veel meer 'ik ben al goed opgeleid, ik geef al leiding, maar hoe kan ik binnen mijn functie nog beter presteren'. ISW/IBW heeft zijn aandacht dan ook verlegd van (soms jarenlange) opleidingen naar kortere trainingen, vaak maar vijf avonden, zoals 'financieel inzicht', 'persoonlijke effectiviteit', 'de manager als coach' of 'werken met teams'.

Zulke korte trainingen, daar zit muziek in, blijkt uit cijfers van de VETRON, de branche-organisatie van gespecialiseerde trainingsbureaus. De afgelopen vijf jaar hebben de aangesloten bedrijven een jaarlijkse omzetstijging van twintig procent gerealiseerd. “Theoretische bagage heb ik genoeg. Het gaat me nu om visie verwerven, een manier van denken ontwikkelen en ervaringen uitwisselen”, zegt Rick Soepenberg (27) uit Swifterbant. Soepenberg werkt als account manager bij een agrarisch marketingbureau. Hij is afgestudeerd aan de Hogere Landbouwschool en heeft daarna nog een universitaire studie gevolgd in de marketing en het productmanagement. De cursus 'verkoopleiding' waarvoor hij wekelijks een avond naar Zwolle gaat, sluit naadloos aan bij zijn functie. En dat is precies waar het particulier onderwijs volgens Van Loon naar toe moet: meer gericht op bij- en nascholing en maatwerk.

Een beter rendement door maatwerk. Dat idee wordt door Marten-Jan Kuipers, directeur van de Leidse Onderwijsinstellingen LOI, onderschreven. “Voorwaarde is wel dat maatwerk leidt tot herkenbare certificaten.” Hij geeft toe dat de markt van particuliere opleidingen behoorlijk is ingezakt, hoewel zijn eigen organisatie daar volgens zijn zeggen weinig last van heeft gehad. Maar de LOI is dan ook de grootste en bekendste instelling voor schriftelijk onderwijs van Nederland. Met een omzet van zeventig miljoen en 350 opleidingen is de organisatie de onbetwiste koploper in de wereld van het particulier onderwijs.

Als oplossing voor de gerezen problemen in het particulier onderwijs ziet Kuipers, evenals PBNA-directeur Jellema, toepassing van elektronische media als internet en cd-rom, ter ondersteuning van het afstandsonderwijs. Daarnaast moet het particulier onderwijs het aanbod verruimen. “We moeten meer opleidingen verzorgen die herkenbaar zijn binnen de arbeidsmarkt.”

Dat kan tegenwoordig. Wettelijk vielen de particuliere instellingen tot vorig jaar onder de Wet op de Erkende Onderwijsinstellingen (WEO). Die wet is nu in zijn werking beperkt: alleen staatsexamens moeten nog aan de bepalingen uit de wet voldoen. De beroepsopleidingen die het particulier onderwijs verzorgt, kunnen nu onder de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) of de Wet Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW) vallen. Daardoor kunnen ze ook opleidingen aanbieden die ressorteren binnen het reguliere onderwijssysteem: een volledige opleiding Informatica of HEAO. Wie zo'n opleiding volgt, is breder inzetbaar op de arbeidsmarkt en dat wil toch iedereen, is de gedachte van Kuipers. “Het is beter een volledige opleiding 'HEAO-fiscale economie' aan te bieden dan alleen een cursus 'praktijkdiploma belastingrecht'.”

    • Dirk Wolthekker