Kamer moet kabinet formeren

Het blijft voor velen een teer punt: de rol van het staatshoofd tijdens kabinetsformaties. Interventies van het onschendbare staatshoofd tijdens het formatieproces worden onwenselijk geacht. Verantwoordelijke partijleiders horen de beslissingen te nemen. Helaas, zij gedragen zich juist onverantwoordelijk, stelt Gerard Visscher.

De ironie in het politieke bedrijf en met name ook in de politieke geschiedenis ligt vaak voor het opscheppen. Dat is in wel heel sterke mate het geval in de recente discussie over de politieke rol van de koningin en dan specifiek de rol van het staatshoofd tijdens kabinetsformaties.

In een eerste bijdrage over dit thema schreef D66-Kamerlid De Graaf dat ook zonder rechtstreeks gekozen premier het nodige verbeterd kan worden aan de bestaande - zeer gekunstelde - situatie dat de koningin tijdens kabinetsformaties de lastige knopen door moet hakken. De Tweede Kamer zou het recht moeten krijgen de formateur voor te dragen. De ironie zit hem er in dat in 1971 toen de procedure in het Reglement van Orde werd opgenomen, D66 zich hier in eerste instantie juist in zeer kritische bewoordingen tegen keerde. D66 wilde geen door de Kamer aangewezen formateur en beoogd premier, maar een rechtstreeks door de kiezers gekozen premier.

De Graaf doet nu net of een door de Kamer voorgedragen formateur een opstapje is naar het D66-ideaal van de rechtstreeks gekozen premier. Het tegendeel is het geval. D66 wilde de band tussen de Tweede Kamer en kabinet doorsnijden. De door de kiezers gekozen premier en de door de kiezers gekozen Tweede Kamer dienden bij voorkeur niets met elkaar te maken te hebben in de gedachtenwereld van D66. In dat verband geeft De Graaf een karikatuur van het eigen programma wanneer hij schrijft dat de rechtstreeks gekozen minister-president het mandaat krijgt om een kabinet te vormen dat moet kunnen rekenen op de steun van de Kamermeerderheid. Dat laatste was juist niet het geval.

Handhaving van de vertrouwensregel in ons politiek bestel en de politieke ministeriële verantwoordelijkheid vielen en vallen niet overtuigend te combineren met de rechtstreeks gekozen premier. Dat weet na dertig jaar ook elk lid van D66 al is zelfs nu nog niemand bereid dat toe te geven. Je ziet het al voor je: Kok krijgt wel de meeste stemmen in 1998 of 2000 of 2002 maar het CDA en de VVD willen en kunnen samen een meerderheidskabinet vormen. Samenwerken met de partij van de gekozen premier is in elk geval heel onaantrekkelijk.

SGP-beleidsmedewerker De Bruyne - net als De Graaf al jarenlang betrokken in en bij discussies over onder meer de kabinetsformatie - kiest er voor om alles bij het oude te laten. Al een eeuw lang blijkt een vrouw (!) die opgevoed is in onpartijdigheid het beste in staat om de lastige knopen tijdens een kabinetsformatie door te hakken. Als de politici er niet uitkomen is daar gelukkig nog de koningin die de patstelling kan doorbreken. In deze visie is het uiteindelijk de taak van het staatshoofd het roer van het schip van staat vast te houden. Het staatshoofd moet de keuze voor een (in)formateur niet 'ontfutseld' worden.

Eén vraag - en niet de onbelangrijkste - wordt zelden of nooit gesteld en dus ook niet beantwoord: wiens taak is het om een kabinet te vormen? Volgens aloud D66-recept dienen de kiezers de premier en daarmee het kabinet te kiezen. Volgens aloud SGP-geluid schonk God dit volk het 'Oranjehuis als regerend vorstenhuis'. Volgens menig wetenschapper kiest het volk slechts zijn vertegenwoordiging hetgeen volstrekt niet verward moet worden met de keuze voor een kabinet.

Pas in de jaren zestig drong door dat interventies van het onschendbare staatshoofd tijdens kabinetsformaties riskant en onwenselijk zijn. Net zomin als het staatshoofd onder normale politieke verhoudingen de beslissingen neemt omdat dat de taak is van verantwoordelijke ministers, behoort dat tijdens kabinetsformaties het geval te zijn. Dan zijn er immers verantwoordelijke partijleiders.

Verantwoordelijke partijleiders? Nee, die zijn er juist niet. Niet staatkundig verantwoordelijk en in de praktijk evenmin. Iedere leider geeft namens zijn fractie een advies af om vervolgens het staatshoofd met het probleem op te zadelen. Dat is geen verantwoordelijk maar integendeel onverantwoordelijk optreden. Verantwoordelijke politici opereren niet met oogkleppen op. Die leggen hun probleem niet op het bord van een persoon die juist geen politieke beslissingen moet nemen. Die zoeken contact met elkaar om te bezien of de adviezen op elkaar afgestemd kunnen worden en meer in het algemeen of er afspraken te maken zijn. Die realiseren zich dat het de taak van de Kamer is om een kabinet te vormen en daarmee van hen als de politieke leiders.

In dat verband spreekt het vanzelf om direct na de verkiezingen een Kamerdebat te houden om een formateur aan te wijzen op grond van een 'verplichtende aanwijzingsprocedure'. Niet om het staatshoofd een taak te ontfutselen maar doodgewoon omdat het de taak van politici is om knopen door te hakken, niet om problemen te veroorzaken. Als dat op elk ander moment moet en blijkt te kunnen, kan dat vanzelfsprekend ook tijdens het proces van kabinetsformaties.

De fractie van D66 zou voor de Kamerverkiezingen in elk geval kunnen aankondigen dat ze hiervoor kiest en niet meer voor de rechtstreeks gekozen minister-president. Als de fractie enkele dagen na de Kamerverkiezingen een debat wil houden over de aan te wijzen formateur is het staatshoofd de fractie van De Graaf stellig dankbaar. Dan zouden we eindelijk van een relict uit de 19de eeuw af zijn: het monstrum dat het staatshoofd moeilijke knopen door moet hakken omdat de politici vluchtgedrag vertonen.