JSF vrij zekere opvolger Hollandse F-16

Nederland zal 12 miljard gulden besteden aan de opvolger van de F-16. Dit keer waarschijnlijk zonder discussies over compensatie-orders.

ROTTERDAM, 4 NOV. Als het aan het ministerie van Defensie ligt, wordt de Koninklijke Luchtmacht vanaf 2008 uitgerust met 150 stuks van de Amerikaanse Joint Strike Fighter.(JSF) Hoewel het kabinet zich nog over de opvolging van de F-16 moet buigen, pleit staatssecretaris van defensie Gmelich Meijling nu al voor deelname van de Nederlandse industrie aan de ontwikkeling en bouw van het toestel - en er zouden toch geen alternatieven zijn. Over de order, waarmee naar schatting 12 miljard gulden is gemoeid, valt dus geen worsteling te verwachten, zoals die plaats had tussen het Amerikaanse McDonnell Douglas en het Frans-Duitse Eurocopter over de aanschaf van een gevechtshelikopter. Compensatie-orders zijn uit, vroegtijdige 'participatie' is in.

Volgens staatssecretaris van defensie Gmelich Meijling, die sprak op een recent symposium van de Stichting Nederlandse Industriële Inschakeling Defensie-opdrachten, NIID, is de constructie waarbij bij defensieleveranciers compensatie-orders worden bedongen “niet zaligmakend”. Het beloofde percentage compensatie zou bij de laatste grote contracten nooit zijn gehaald. Een van de belangrijkste redenen hiervoor zou de waarde zijn van de opdracht: door de geringe omvang van de Nederlandse defensie-industrie zouden wapenproducenten 'indirecte compensatie-opdrachten' moeten geven aan branchevreemde ondernemingen.

Gmelich Meijling pleitte er nu voor om de Nederlandse industrie in een zo vroeg mogelijk stadium deel te laten nemen aan de ontwikkeling van de JSF. Twee 'waarnemers', één namens de luchtmacht en één namens het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart-laboratorium, NLR, zijn inmiddels gestationeerd bij het JSF-projectbureau in de VS - tegen betaling van tien miljoen dollar. De waarnemers moeten de technologische capaciteiten van de Nederlandse defensie-industrie bij de VS onder de aandacht brengen.

Nederland is niet het enige land met deze status; ook Denemarken en Noorwegen hebben waarnemers in de VS gedetacheerd. Israël, Canada en Australië hebben hiervoor eveneens interesse getoond, terwijl Groot-Britannië met een investering van 250 miljoen dollar al volwaardig partner is geworden.

Om te bepalen of Nederlandse bedrijven in aanmerking komen om te delen in de JSF-koek hanteren de toekomstige Amerikaanse industriële partners een puntensysteem dat loopt van 1 tot 10. Volgens Raymond van der Meer van het NIID scoren de meeste Nederlandse ondernemingen nu tussen de zes en de zeven “en kunnen daarmee de Amerikaanse toets nog niet doorstaan”. Om de technologische expertise op het gewenste niveau te brengen heeft de overheid het Militair Vliegtuig Technologie Programma, MVTP, in gang gezet. Inmiddels zou twintig miljoen gulden opzij zijn gezet om de technologische expertise op te vijzelen zodat bedrijven kunnen meedingen naar participatie aan de JSF.

Thomas Corcoran van Lockheed-Martin is optimistisch over de de kansen van de Nederlandse defensie-industrie. Nederland participeerde bijvoorbeeld al in programma's voor de bouw van de F-16 straaljager, de Hellfire II-antitank-raketten en het LANTIRN doelaanwijssysteem.

Dat Nederland graag wil participeren aan de JSF betekent in feite wel dat het onderhandelingen met eventuele andere producenten van gevechtsvliegtuigen wil uitsluiten. Het Franse Dassault brengt de Rafale op de markt, een multinationaal Europees consortium produceert de Eurofighter en British Aerospace en het Zweedse Saab bieden gezamenlijk de Gripen aan. En dan zijn er zelfs nog Russische producenten met hun Mig-29 en Sukhoi-27 jagers.

“Dat zijn eenvoudigweg geen alternatieven”, oordeelt Van der Meer. “De Rafale en de Eurofighter zijn veel te duur. En die Saab is niet stealth-genoeg: hij is in vergelijking met de JSF eenvoudig te detecteren door de radar.” In Frankrijk is intussen ook een waarnemer gestationeerd, maar dat wordt in defensiewandelgangen “pure window-dressing” genoemd, aangezien de luchtmacht qua uitrusting en doctrines in hoge mate op de VS georiënteerd is en blijft.

Dat aanbieders van gevechtsvliegtuigen niet tegen elkaar kunnen worden uitgespeeld om tot de beste stukprijs en het voordeligste compensatie-pakket te komen, wordt deels ondervangen door strakke prijsafspraken. Het Amerikaanse ministerie van defensie heeft met de twee kandidaatproducenten een plafond voor de kosten afgesproken van zo'n 35 miljoen dollar per stuk. Boeing en Lockheed-Martin staan aan het hoofd van twee consortia die in aanmerking voor de bouw van de JSF.

Dat aanzienlijke kostenoverschrijdingen bij Amerikaanse defensie-projecten in het verleden eerder regel waren dan uitzonderingen, betekent volgens Thomas Corcoran, president van de elektronica-divisie van Lockheed-Martin, niet dat prijsafspraken in het geval van het JSF-programma niet realistisch zijn. “Er genoeg voorbeelden te vinden van wapensystemen die wél binnen budget bleven, zoals de F/A-18,” aldus Corcoran, “maar bovendien zijn de budget-afspraken in dit geval kei- en keihard. De prijs van de JSF is de beperkende factor voor het hele program.”

De Amerikanen zijn bezig zoveel mogelijk landen warm te maken voor de JSF, want hoe meer toestellen er worden besteld, hoe lager de stukprijs is. Alleen al de VS willen meer dan 3.000 exemplaren van de slecht voor radar waarneembare JSF aanschaffen, voor de marine, de luchtmacht en het korps mariniers. Daar zouden nog eens tussen de 1.000 en 2.000 toestellen voor de export bijkomen. De Nederlandse F-16's zijn overigens voorlopig nog niet verouderd. Ze worden op dit moment gemoderniseerd in het zogeheten Mid-Life Update programma.