IJZEREN KANSELIER ALS KOP VAN JUT

Feyenoord is een bruisende club, een club van voortdurende hunkering naar glorieuze tijden. De macht van het Rotterdamse rijk is in handen van voorzitter Jorien van den Herik (53). Een man die controleert, regeert en delegeert. “Ik ben voor niemand bang.”

Er is weinig fantasie voor nodig om hem de ijzeren kanselier van Rotterdam-Zuid te noemen. Met zijn dwingende hand van regeren en delegeren, zijn strenge ogen, zijn scherpe blik en zijn fiere houding houdt hij Feyenoord in zijn greep. Jorien van den Herik zegt voor niemand bang te zijn. Het is de afrondende opmerking van dit gesprek. Hij gooit daarbij het markante hoofd in de nek, neemt met een subtiel gebaar een sigaret tussen zijn vingers, steekt hem op en blaast de rook uit op een wijze die zelfvertrouwen verraadt.

Hij houdt van het spel tussen mensen en van machtsspelen in het bijzonder. Als het maar niet onsportief gebeurt, zegt hij. En dat laatste is een vermaning aan enkele media die zich volgens hem niet respectvol gedroegen in de laatste weken dat Arie Haan nog trainer was van Feyenoord. Van stemmingmakerij is hij niet gediend. Verhalen vertellen die niet op feiten berusten, zoals de veronderstelling dat Haan geld heeft verdiend aan de transfers van de Zuid-Amerikaanse spelers naar Feyenoord, vindt hij niet reëel.

“Wanneer u geen feiten aandraagt, dan hoef ik geen tegenargumenten aan te voeren”, zegt Van den Herik. “Ik steun degene die onheus wordt bejegend. Dat was in dit geval de trainer, maar ik zou het ook bij de wasvrouw hebben gedaan. Als de media met veel nadruk dingen beweren, nemen de supporters dat over. Dat is stemming maken. Het is gewoon niet waar!” Zo maakt hij zich ook kwaad over een publicatie in het maandblad Quote dat hij over een vermogen van 20 miljoen gulden beschikt en daardoor bij de rijkste vijfhonderd mensen van Nederland behoort. “Wat een onzin!”

Zoals het een ijzeren kanselier past ontgaat hem niets. Bij persconferenties van de trainer luistert hij met gespitste oren vanuit een hoek van de perszaal naar de vragen en antwoorden. Wanneer de trainer iets zegt dat met het beleid van Feyenoord te maken heeft, zal hij hem daar later op aanspreken. Altijd controle. “Ik heb een databank met alle artikelen die over mij en Feyenoord zijn gepubliceerd. Zo kan ik volgen hoe een zaak zich ontwikkelt, hoe veronderstellingen een eigen leven gaan leiden. Dat is geen angst of achtervolgingswaan. Ik vind het interessant.”

Altijd spanning. Maar Van den Herik ervaart de spanning niet als hinderlijk. “Ik kan heel goed afstand nemen. Ik heb veel mogelijkheden om me te ontspannen, door bijvoorbeeld ander werk te doen, andere verantwoordelijkheden te hebben. Mijn vrouw vraagt wel eens: 'Vind je het nog steeds leuk?' Nou, ik vind het niet leuk, maar ik vind het een uitdaging en een aantrekkelijke verantwoordelijkheid. Voor een amateurclub zou ik ongeschikt zijn. Ik kan alleen maar professioneel werken.”

Voor de supporters van Feyenoord is hij meer dan voorzitter. Van den Herik stijgt boven iedereen uit, hij is het gezicht van Feyenoord. Een blik op het organogram leert dat de voorzitter slechts een secretaris naast zich heeft en dat er nog een vacature voor een derde bestuurslid is. Daaronder functioneren een directeur, vier managers, de technische en medische staf, en de afdeling opleidingen. De voorzitter geeft het toe: “Ik heb het aureool dat ik hier alles beslis. Dat is mijn handicap. Maar dat ik nooit praat is klinkklare onzin. Als het slecht gaat met Feyenoord gaat men de club tegen het licht houden en dan komt men uit bij mijn rol. Ik zeg niet dat ik de meest gemakkelijke man van de wereld ben. Maar ik ben wel toegankelijk. Ik overleg met iedereen hier bij Feyenoord. Maar als er geen consensus is, dan beslis ik.”

De organisatie van Feyenoord is niet te vergelijken met die van Ajax waar een omvangrijk bestuur de vele taken verdeelt, verklaart hij. “Feyenoord is verdeeld in twee clubs. De Stichting Betaald Voetbal en de Sportclub Feyenoord. Ik ben voorzitter van het bestuur van de stichting, die wordt beheerd door een raad van commissarissen. Ons aandachtsgebied is kleiner dan dat van het Ajax-bestuur. Bij Ajax valt alles onder dat bestuur. Bij ons valt de jeugd onder de Sportclub, dat een eigen bestuur heeft van zeven man. De voorzitter van de Sportclub is tevens manager jeugdopleiding bij de stichting. Als het niet naar wens gaat, staan wij open voor andere structuren. Daarover laten wij ons ook extern adviseren.”

Dat hij in sombere tijden de rol van kop van Jut moet vervullen, hoort er bij. “Als het goed gaat, wil iedereen voorzitter zijn. Ik wil soms best een stapje terug doen, maar dan ga ik mijn verantwoordelijkheid uit de weg. Als ik Feyenoord in slechte tijden uit de financiële nood heb geholpen, is dat geen vrijbrief om alleenheerser te zijn. Ik moet er als voorzitter voor waken dat het niet weer de verkeerde kant op gaat. We zijn beperkt in onze financiële mogelijkheden. Volgens het Guinness Book of Records, grapje, betalen wij de hoogste stadionhuur, zeven miljoen per jaar. Daarom zijn we aan het heroverwegen met de stadiondirectie om een andere vorm te vinden.”

Feyenoord is de club van de voortdurende hunkering naar oude en nieuwe glorieuze tijden. Het geduld van het publiek wordt elke dag op de proef gesteld en vertaalt zich vaak in machteloosheid, irritatie en zelfs agressie. Wanneer trainers als Van Hanegem en Haan worden weggestuurd, wanneer technisch directeuren als Libregts en Jansen vertrekken, wanneer chaos en rumoer blijven overheersen, wordt het dan geen tijd voor de voorzitter om op te stappen? Van den Herik heeft begrip voor het ongeduld. “Supporters kopen ieder jaar een seizoenkaart omdat ze iets verwachten. En als dat niet goed is, dan hebben wij een probleem en niet zij. Ik geloof niet dat het een goede oplossing is als ik wegga.”

Het probleem is dat Feyenoord geen direct verantwoordelijke en aanspreekbaar persoon voor het technisch beleid heeft, zegt hij. “Dat heeft ook met geld te maken. Maar met een technisch directeur gaat het niet per definitie beter. Kijk naar Vitesse waar het tussen Beenhakker en de trainer Ten Cate niet goed ging. Bij ons ging het met Libregts en Jansen ook niet goed. Jansen was verantwoordelijk voor het technisch beleid toen Van Hanegem trainer was. Bij Van Hanegem was het vrijheid, blijheid. Hij was te goed van vertrouwen. De spelers hebben het vertrouwen beschaamd. We hebben daarover gesprekken gehad. Uiteindelijk is hij als trainer verantwoordelijk. Als hij dat niet wil, heeft dat consequenties. Dat hoort bij het vak. Toen eerder Jansen vond dat Van Hanegem het niet aankon of niet goed deed, had hij hem moeten ontslaan, want hij was verantwoordelijk. Maar wat deed hij? Hij ging zelf weg.”

Bij afwezigheid van een technisch directeur moest Van den Herik zelf overleggen met Haan om zich over diens toekomst te beraden. “Haan is onsportief aangepakt in de media. Het kon zo niet verder, dat wist hij ook wel.” Waarom nu Leo Beenhakker? Weliswaar een Rotterdammer die zijn trainersloopbaan bij de jeugd van Feyenoord begon, maar toch al oud, verbitterd en blasé. Toch geen man die nog inspirerend en verfrissend is? “Zou kunnen”, antwoordt Van den Herik. “Maar vanuit een vrij veilige directiefunctie bij Vitesse wil hij wel terug naar de modder. Dat betekent dat hij bij nader inzien op de verkeerde plek zat, dat hij nog ambities heeft.”

Van den Herik kan zich niet verenigen met de bewering dat het al lange tijd rommelt bij Feyenoord. “Dat imago is onjuist. De club is de afgelopen drie jaar gigantisch gegroeid, qua begroting meer dan verdrievoudigd. Dat houdt in dat de organisatie ook groeit. En dat gebeurt nooit helemaal gladjes. We worden alleen maar afgerekend op de prestaties en het beeld van ons eerste elftal. Maar er gebeurt veel meer. Wat er bij ons gebeurt is wereldnieuws, gebeurt dat bij AZ dan is dat regionaal nieuws. Vergeleken met Ajax en PSV zijn wij een club die zich openstelt. Wij proberen zoveel mogelijk informatie te verschaffen aan de pers. Wanneer wij ons zouden afsluiten, krijgen we alle pers en alle supporters over ons heen. Want Feyenoord is vooral een volksclub.”

Feyenoord is een bron van rusteloosheid. Van den Herik zegt liever: “Feyenoord is een bruisende club. Het spanningsveld is hier veel groter dan bij andere clubs. Daarom is het ook zo'n mooie club. Het is niet een club van Rotterdam alleen. De meeste supporters komen uit Brabant, Zeeland, zelfs uit Groningen en de Achterhoek. Bij het onthullen van de straatnaamborden van oud-Feyenoorders bleek dat oud-voorzitter Kieboom uit Brabant kwam. Het is leuk dat Feyenoord wordt vereenzelvigd met Rotterdam als de stad van mensen die hun mouwen opstropen. Maar die mensen die hun mouwen opstropen komen van origine helemaal niet uit Rotterdam. Dat zijn mensen uit alle windstreken die naar de stad zijn getrokken om te werken en geluk te vinden.”

Dat voetballers die hun mouwen op stropen eerder bij Feyenoord zullen spelen dan bij Ajax is een stigma, vindt Van den Herik. “Misschien zien onze supporters ook graag werkvoetbal, kan zijn. Maar dat heeft niet per definitie met de Rotterdamse mentaliteit te maken. Dat ze bij Ajax bij voorkeur artistieke en technische voetballers aantrekken, is ook geboren uit toevalligheden. In de loop der tijden zijn in de Bijlmermeer veel mensen uit Suriname gaan wonen, dat heeft veel invloed gehad op de cultuur van Ajax. Wanneer ze in de Hoeksewaard waren gaan wonen, hadden er nu allemaal Surinamers bij Feyenoord gespeeld. En misschien wel minder Argentijnen.”

Maar Feyenoords imago wordt niet alleen bepaald door wat zich op het voetbalveld afspeelt. Ook de supporters kunnen op z'n minst licht geraakt genoemd worden. “Alsof het in de Arena zo vredig is. En bij NEC. Overal misdragen supporters zich. Maar mensen die bij ons een rel trappen, komen er niet meer in.”

Diezelfde regels van fatsoen wil Van den Herik graag in het veld doorvoeren. Hij ziet ook wel dat voetballers van Feyenoord zich soms misdragen. “Daar hoort de trainer of een technisch directeur de spelers op aan te spreken. We hebben in het verleden vaak spelers beboet en geschorst. Ook en vooral bij de jeugd, want daar moeten ze worden opgevoed. We hebben bijvoorbeeld Van Loen gezegd dat het zo niet langer kon met zijn wangedrag. Maar ik geef toe dat frustraties bij Feyenoord gauw de kop opsteken. Daar maken we ons ook zorgen over. Dat moeten we onze jeugd duidelijk maken.”

Vanuit de brasserie van het stadioncomplex wijst Van den Herik met zijn sigaret naar buiten, naar De Kuip. “Om daarin, tussen die vele supporters, te voetballen moet je sterk zijn. Jongens met mentaliteit kunnen daar gloriëren, jongens uit de provincie hebben het daar moeilijk. Wij zoeken niet alleen naar kwaliteit maar ook naar mentaliteit. Zoeken naar persoonlijkheden is gewenst, maar ze zijn voor Feyenoord niet haalbaar. We hebben daarom onze jeugdopleiding drie jaar geleden geïntensiveerd. Voortdurend houden we de kwaliteitsverbetering van ons product in het oog. Als het publiek, de klant, niet tevreden is, moeten we ingrijpen. Maar voetbalpubliek wil veel: zowel kwaliteit als winnen.”

    • Jaap Bloembergen
    • Guus van Holland