IJs zuidpool blijkt weer aan te groeien, toch broeikaseffect

Er tekent zich een frappant verschil af tussen de ontwikkeling van het zeeijs rond de noordpool en dat rond de zuidpool. Terwijl het zeeijs rond de noordpool zich volgens satellietwaarnemingen (die in 1978 begonnen) tamelijk gestaag en continu terugtrekt is die beweging rond de zuidpool grilliger en minder duidelijk.

Sinds begin jaren negentig blijkt het ijs rond de zuidpool zich zelfs weer langzaam uit te breiden. Deze asymmetrie tussen het noordelijk en zuidelijk halfrond is in redelijke tot goede overeenstemming met hetgeen klimaatmodellen als effect van een verhoogde CO2-spanning voorspellen. Ze ondersteunt dus de broeikastheorie.

Dit berichten onderzoekers van het Nasa Goddard Space Flight Center (Science,7 november). Zij vergeleken schattingen van het zeeijsoppervlak die microgolf- (infrarood-) apparatuur aan boord van de Nimbus-7 satelliet maakte tussen 1978 en 1987 met soortgelijke opnames van drie militaire satellieten die later de ruimte ingingen. Tussen de verkenningen van de Nimbus-7 en de drie satellieten van het zogenoemde Defense Meteorological Satellite Program (DMSP) bestond een bescheiden overlap die het mogelijk maakte een continue reeks waarnemingen op te stellen. Het zwaartepunt van het Nasa-onderzoek lag in de onderlinge afstemming ('matching') van de waarnemingen. De defensie-satellieten hebben andere infrarood meters en een ander monsterprogramma dan de Nimbus-7 had.

Veel energie werd ook gestoken in de verwijdering van toevallige verstoringen uit de waarnemingen, samenhangend met stormen en stromingen en dergelijke. Met een ijsbedekking van 15 procent als definitie van de rand van het zeeijs komen de Nasa-onderzoekers tot de uitspraak dat de zeeijsbedekking rond de noordpool tussen 1978 en eind 1996 met 2,9 procent per decennium is afgenomen en rond de zuidpool juist met 1,3 procent is toegenomen.

De uitkomsten zijn in goede overeenstemming met de bevindingen van Noorse onderzoekers die dezelfde waarnemingen (tot aan 1994) al eerder analyseerden (Nature, 13 juli 1995). De Noren concludeerden dat de oppervlakte zeeijs rond de noordpool tussen 1978 en 1987 met 2,5 procent per decennium terugliep en tussen '87 en '94 zelfs met 4,3 procent per decennium - een versnelde teruggang dus. Rond de zuidpool werd een veel minder sterk teruggang en voor de tweede periode ('87 - '94) zelfs een uitbreiding gevonden. Maar de spreiding in die laatste waarnemingen was zo groot dat ze als 'niet significant' moesten worden afgedaan.

De Nasa-onderzoekers komen nu met een bevestiging van het Noorse werk, zij het dat ze de versnelde teruggang van het zeeijs rond de noordpool niet vinden. De recente bevindingen zijn niet in tegenspraak met een artikel dat Nature kort geleden (4 september) met enige ophef naar buiten bracht. Uit een uitputtende analyse van de middag-posities van fabrieksschepen die walvisvaarders begeleidden had de Australische onderzoeker William de la Mare afgeleid dat het zeeijs (let wel: alleen het zomer-zeeijs) rond de zuidpool tussen 1950 en 1970 abrupt met zo'n 25 procent was teruggelopen en daarna niet veel verandering meer onderging. De Nasa-onderzoekers doen geen uitspraken over de zeeijsbedekking voor 1972.

    • Karel Knip