Hollands Dagboek

Operazangeres Miranda van Kralingen (36) is met rollen in onder meer Figaro en Bohème en Don Carlo beroemd geworden. Deze week repeteerde zij voor de Komische Oper in Berlijn de rol van Leonore, in Fidelio van Ludwig van Beethoven. Donderdag was de première. Van Kralingen is getrouwd met Tjitte de Vries.

Woensdag 29 oktober

Om 7.00 uur stipt gaat mijn Funkuhr ab - eh: af.

Ik sleep me mijn bed uit voor een nieuwe repetitiedag van de Fidelio van Ludwig van Beethoven. Ik zing de rol van Leonore. De emoties van de vrouw die als man verkleed in diverse gevangenissen op zoek gaat naar haar twee jaar geleden gevangen genomen man, voel ik na zes weken intensief repeteren in al mijn zenuwuiteinden.

Buiten is het mistig en koud en ik haast me naar de Komische Oper (KO) om in te zingen, om vervolgens met Frau Kupfer te werken aan mijn stemontwikkeling. Zij is een zangeres 'in ruste', een boeiende, kleurrijke vrouw met een groot psychologisch inzicht die in haar leven al menig operazanger op magistrale wijze de fijne kneepjes van het vak heeft bijgebracht. We zingen veel en spreken onder andere over het feit dat, wanneer je je blijft openstellen in het leven, je zoveel van anderen kunt leren, zowel op persoonlijk als op artistiek gebied. Ik kan niet anders dan van deze prachtige vrouw houden en kom zoals altijd weer bevlogen van haar vandaan.

Vervolgens haast ik me naar het restaurant waar een dame op me wacht om me te interviewen voor de Berliner Zeitung. Natuurlijk gaat het vooral om de Fidelio en de rol van Leonore. Ik vertel haar dat ik het artistieke niveau van dit operahuis zeer, zeer hoog vind, vooral door de intensieve wijze waarop aan details van het spelen aandacht wordt besteed.

Harry Kupfer is voor mij een briljante regisseur, hij is iemand die volledig de muzikale, theatrale inhoud van een opera weet weer te geven door zijn onophoudelijke drang naar echtheid en perfectie. De repetities met hem zijn altijd boeiend doordat we samen - zoekend en schavend - altijd tot die handelingen komen, die de werkelijkheid schier volmaakt benaderen.

Na het gesprek spoed ik me naar de opera om geschminkt te worden voor de Klavier Hauptprobe van 17.00 uur. Tijdens het schminken verander ik langzaam in een ietwat jongensachtig wezen, niet in de laatste plaats door de werkelijk prachtige pruik die ik op krijg. Deze doorloop is bedoeld voor de belichting en om te zien hoe onze kostuums er uitzien. We zingen niet voluit, maar spelen wel intens en Harry is heel tevreden over hoe het lijkt te worden.

's Avonds drink ik wat met mijn collega's in de kantine. Het 'nog één drankje dan' loopt uit op een moppentap-avondje waarbij het gejoel en gelach niet van de lucht is. En dat allemaal in het Duits natuurlijk.

Volkomen ontspannen duik ik mijn bed in.

Donderdag

7.00 uur biedie biedie biedie biep.

Grmmpf: om 10.00 uur Bühne Orchesterprobe.

Voor aanvang krijgen we de muzikale en regiekritiek van de vorige dag zodat we tijdens de repetitie van vandaag nog een en ander kunnen verbeteren. Mijn collega-zangers zijn ontzettend goed en de saamhorigheid tijdens de repetitieperiode is enorm.

Onze dirigent is Yakov Kreizberg, tevens de General Music Director van de KO. Hij is een jonge, dynamische dirigent, muzikaal en artistiek zeer boeiend en het is ook beslist géén straf om naar hem te kijken! U zult begrijpen dat ik nog geen inzet gemist heb.

Met Kreizberg heb ik ook al een 1ste Dame (Zauberflöte) gezongen en tevens de Gräfin in de Figaro en Donna Anna in Don Giovanni. We kunnen het tijdens de voorstellingen zeer goed met elkaar vinden. Ook nu tijdens de Fidelio-periode is de samenwerking intens en inspirerend. Deze ochtendrepetitie is vooral bedoeld om alles muzikaal goed onder de knie te krijgen en na een paar uur stevig doorzingen staan we weer buiten.

Om 13.30 uur loop ik (vroeger dan ik durfde te hopen) mijn man Tjitte tegen het lijf, die voor mij naar Berlijn is gereden om me deze laatste week voor de première bij te staan. Hij is altviolist en deelt al zestien jaar mijn leven en zijn muzikale / artistieke raad is voor mij van grote waarde.

Over dit weerzien (na ongeveer vier weken) zal ik verder niet uitwijden, daar men mij niet gevraagd heeft een roman te schrijven.

Wanneer ik 's avonds in mijn Probekostüm het toneel oploop, stuurt Harry me naar huis met de woorden: “Ruh dich aus, du kannst es schon.” Alhoewel ik dat gevoel nog niet heb, vertrek ik braaf. Ze vinden dat ik even genoeg gerepeteerd heb en willen me fris houden voor de volgende week.

Na een nocturnewandeling gaan we dan ook maar vroeg naar bed.

Vrijdag

We delen nu mijn éénkamerappartement met elektrische tweepitter en douchecel. Het zit in een heel groot, grauw gebouw dat staat aan Unter den Linden in voormalig Oost-Berlijn vlakbij de Brandenburger Tor, waarlangs vroeger de muur liep. Het stadsdeel hier in de buurt is soms een spookachtig filmdecor met grote, donkere bouwplaatsen en dan weer Hollywoodachtig met prachtige gebouwen in oude en nieuwe stijl. De verschillen zijn heel extreem. Naar mijn gevoel zal het nog jaren duren voordat deze stad weer een 'eenheid' is.

Hetzelfde gevoel heb ik deze morgen om alweer 7.00 uur (wéér die wekker) over mijn lichaam en geest. Wanneer worden ze weer één? Ik kan toch niet op 'commando' uitrusten? Mijn lichaam wil slapen maar mijn geest wil 'Leonoren'.

Deze boeiende vrouw te spelen wie, gepakt door het wrede gevangenisleven, het ineens niet meer uitmaakt wie ze redt (haar man) als ze maar iemand kan redden: 'Wer du auch seist ich will dich retten, bei Gott, du sollst kein Opfer sein!' Ongekende kracht gegeven door liefde voor de medemens.

Dan: de ontdekking dat deze mens toch Florestan haar man is. Schitterend gezongen door landgenoot Albert Bonnema (tenor).

Het grijpt ons aan vooral door de pure aard van regisseren door Harry. Een doorleefde personenregie zonder opsmuk, waardoor ik soms beangstigend dicht langs een emotionele draaikolk laveer. Deze morgen, een week voor de première, zijn we zeer emotioneel en alles gaat dus zo'n beetje mis wat maar mis kan gaan. Het is belangrijk meer afstand te creëren. Ik kan mijn lijn in de rol niet vasthouden, anderen ook niet. Moe staan we na afloop bij elkaar met vragende blikken: 'Hoe, oh jee, wat?' 'Maandag gaat het beter', spreken we elkaar moed in.

's Middags wandelen we weer door Berlijn langs de Staatsoper, de Dom en vele andere prachtige gebouwen. Dan wil ik alleen nog maar slapen, want morgen ben ik vrij.

Zaterdag

Slapen, eten, wandelen, slapen, eten, met vrienden uit Hamburg die ons aangenaam bezighouden met anekdoten uit de operawereld, daarna weer wandelen en slapen.

Zondag

Het operahuis heeft me gevraagd om m'n medewerking te verlenen aan de Einführung van de Fidelio. De dramaturg, regisseur en kostuumontwerper zullen het stuk uitleggen voor een volle zaal. Na een blokje om voor de bloedsomloop zing ik in. Om 11.30 uur zing ik voor een bomvolle zaal de grote aria van Leonore.

Het verbaast me hoe kalm ik ben als ik er sta. Van tevoren was ik werkelijk ongelooflijk nerveus. Vreemd mechanisme toch, dat optreden. Waarom ben ik zo nerveus voor datgene wat ik het allerliefst doe?

De rest van de dag verloopt rustig, het publiek was enthousiast, mijn maag is weer op orde en we hoeven lekker niks. Wel ga ik weer reuze saai vroeg naar bed want...

Maandag ...om 7.00 uur gaat weer die akelige wekker.

Ik ontwaak met een enorme heimwee naar onze dieren: Sam, onze golden retriever, een reuzevriendje en Bastet, onze kater, heerlijk eigenwijs met twee enorme blauwe ogen die dwars door je heen lijken te kijken. Ik mis hun spontane, relativerende koppen die me altijd met twee benen op de grond houden.'Ik wil nú eten' of 'ik wil nu uit'. Dan hoor ik iemand zich omdraaien naast me - gelukkig, ik ben niet alleen, maar wel jaloers: hij slaapt!

Om 12.00 uur is de Orchester Hauptprobe met schmink en kostuums. Tijdens het weekeinde heb ik weer wat rust in de geest gevonden en ik vind deze morgen mijn 'lijn' weer terug. Yakov en Harry zijn positief en de kritieken krijgen we de volgende dag, zeggen ze, want het zijn er maar weinig.

Na afloop gaan we met alle solisten eten en lachen en beëindigen deze dag ook zeer positief.

Dinsdag

Om 11.00 uur is de Generale Repetitie.

Om 9.15 uur zit ik bij de schmink en word ik gelijktijdig geïnterviewd voor de televisie hier in Duitsland. Ze vragen maar door en het gaat goed, maar ik word onrustig; ik wil nog inzingen, teksten nalezen en me concentreren.

Alles gaat op volle kracht vandaag. Mijn hart bonkt in mijn keel. Als een droom gaat de eerste akte voorbij. Buiten het feit dat ik tijdens de aria met mijn voet in m'n jas blijf hangen, gaat alles goed. Typisch iets voor de Generale.

Na de pauze komt de heftige tweede akte. Tijdens Florestans aria maak ik een nerveus wandelingetje door de gang en ga dan met m'n collega Rocco de bühne op. Het is voorbij voordat we het in de gaten hebben. Het publiek is zeer enthousiast voor 'Generale'-publiek! Ik voel me ondanks de positieve reacties heel, heel leeg.

Het zijn weken geweest van zoeken, vinden, weggooien en behouden. Nu het bijna zover is, heb ik heimwee naar de geborgenheid van het repetitielokaal.

Woensdag

Heerlijk uitslapen. Wandelen en de krant lezen, een Nederlandse om voeling met het vaderland niet te verliezen.

's Middags kopen we een smoking voor Tjitte. Natuurlijk mompel ik steeds mijn teksten en neurie mijn melodieën; het is pas 19.00 uur. Nog 24 uur voor de première.

Donderdag 6 november

Ik heb goed geslapen. Na de thee laat Tjitte me een tijdje alleen zodat ik in alle rust mijn muziek en mijn spreekteksten na kan lezen. De telefoon gaat: het is een collega-sopraan van de KO die me succes wenst voor de première.

's Middags gaan Tjitte en ik toi toi toi cadeautjes kopen voor de collega's. Een leuke gewoonte die voor wat afleiding zorgt zo vlak voor de 'grote avond'.

Na het eten ga ik naar het theater om in te zingen en dan naar de schmink. Dan wensen we elkaar 'Hals und Beinbruch' en... het doek gaat op. Het eerste kwartet heeft meteen heel veel spanning en ik voel dat ik meteen goed in de voorstelling zit en na mijn aria krijg ik een stormachtig applaus.

Als ik mijn kleedkamer binnenloop in de pauze staat het er vol bloemen, brieven en faxen. Geweldig. De pauze duurt erg lang, na afloop hoor ik dat dat kwam omdat er zoveel hoogwaardigheidsbekleders in de zaal zitten.

De tweede akte gaat in een roes voorbij. Dan komt het applaus. Voor ons allemaal waanzinnig enthousiast, voor mij alleen (het Einzelapplaus) zo fantastisch dat ik het nauwelijks kan geloven. Ze gooien bossen bloemen naar me die ik razendsnel moet vangen, ik voel me net de keeper van Oranje. Als het doek uiteindelijk valt, valt er ook een last van mijn hart. Iedereen is blij.

Ik word door Harry en Yakov innig omhelsd. We hebben allemaal intensief en eerlijk aan dit concept voor Harry gewerkt, het publiek is enthousiast. Het is ons gelukt.