Het 'stille goud' (1)

In NRC Handelsblad van 28 oktober stelt professor Lutjens dat geen der partijen bij een pensioenfonds aanspraak kan maken op het pensioenvermogen en dus op het 'stille goud' van de overreserves.

Zijn uitspraak evenwel dat het niet bezwaarlijk is als er gelden naar de werkgever 'terugvloeien' mits die garant staan voor tekorten (wordt dat door een curator erkend?) en de pensioenen worden geïndexeerd, lijkt daarmee in tegenspraak.

De voor die terugvloeiing gebruikelijke term 'premie-restitutie' is misleidend, vooral als de werkgever al vele jaren premium-holiday geniet. De overreserves zijn niet het resultaat van teveel betaalde werkgeverspremies, maar van hoge rentebaten en dito waardestijgingen. Voorts werd vaak geld overgehouden aan niet aanpassing der uitgestelde pensioenen (slapers). Vanwaar en onder welke titel dus nu dat exclusieve werkgeversrecht op uitdelingen uit het 'stille goud'? Gaat een statutair niet vastgelegde, formeel onverplichte uitkering door een stichting aan een van de oprichters niet de kant op van een schenking met de fiscale consequenties van dien? Is het trouwens wel correct als de ene ondernemer via het pensioenfonds als profit-center beleggingswinsten (belastingvrij?) kan binnenhalen en de andere niet?

Tenslotte de opmerking dat de wens van gepensioneerden tot medezeggenschap niet zozeer wordt ingegeven om 'het stille goud' in handen te krijgen, doch om een stem in het kapittel te hebben bij belangentegenstellingen tussen hen en de andere betrokkenen bij een pensioenfonds.

    • Mr. A.M. van Dusseldorp