Het Gouden Boek

Roken is lekker, troostrijk, maar ongezond, evenals vet eten, autorijden en vrijen zonder condoom. Daarom heeft de Amersfoortse psychotherapeut annex abortusarts C.T. van Bunningen laten weten (als therapeut) geen rokende patiënten meer te willen behandelen. De man blijkt gelukkig niet al te consequent, want hij heeft nog geen bezwaren geuit tegen het aborteren van vrouwen die hebben gevreeën zonder voorbehoedsmiddelen.

Zoals te verwachten viel, is er van alle kanten kritiek gekomen op de anti-rookdokter, omdat een arts - dat vindt ook minister Borst - een behandelplicht heeft jegens iedereen: rokers, alcoholgebruikers, dikzakken, onverantwoordelijke vrijers en zelfs automobilisten.

Rokers, ik spreek uit ervaring, worden meer gediscrimineerd dan andere mensen met ongezonde gewoontes. Ze worden geweerd uit openbare ruimtes en in de trein is er voor de rokers een minimaal aantal zitplaatsen gereserveerd, terwijl vele niet-rookplaatsen leegblijven. Als je in het openbaar een sigaret opsteekt, kun je verzekerd zijn van bits en onbeschoft commentaar, ook van notoire dikkerds of van verstokte automobilisten, die dagelijks verantwoordelijk zijn voor walmen stinkende uitlaatgassen waar hun medemensen bijkans in stikken.

Om die rokersdiscriminatie te bestrijden bestaat er - zo las ik in de berichtgeving over dokter van Bunningen - een 45.000 sympathisanten tellende Stichting Rokersbelangen, maar dat gaat me net iets te ver. Rokers hebben namelijk maar één wezenlijk belang en dat is: stoppen met hun levensgevaarlijke gewoonte. Als er al behoefte is aan een belangenvereniging van rokers, dan zou die zich vooral moeten toeleggen op het propageren van methodes die dat stoppen kunnen bewerkstelligen. Alhoewel, stoppen in verenigingsverband?

Er is één methode die me nogal tegen de borst stuit: het ritueel van de 'collectieve belofte'. Maandag zullen op de christelijke scholengemeenschap Ulbe van Houten in Sint Annaparochie vierenveertig leerlingen en een docente gezamenlijk hun laatste shaggie of sigaret roken. “Nadat we de sigaret hebben uitgedrukt, ondertekenen we een officieel certificaat waarin staat dat we stoppen, dat we ervoor gaan”, aldus de docente verzorging, beeldende vorming en huishoudkunde K. van Dijken, afgelopen woensdag in de Volkskrant.

Een school die 'gaat voor beeldende vorming en huishoudkunde' boezemt mij hoe dan ook weinig vertrouwen in. Des te minder als deze vakken blijken te worden ingevuld met hypocriete, rituele vertoningen die in de Verenigde Staten ook in zwang zijn: daar komen tienduizenden huilende mannen bij elkaar, de promise-keepers, die zweren voortaan nooit meer hun vrouw en kinderen te zullen slaan.

De methode is overigens zo oud als de weg naar Rome: het aankweken van schuldgevoel (en stiekem gedrag). Mij deed de aankondiging uit Sint Annaparochie denken aan een verhaal uit de jaren vijftig. In die tijd circuleerde op de openbare lagere scholen in Amsterdam het Gouden Boek waarin de namen werden opgetekend van kinderen die plechtig een eed aflegden dat zij nooit, van hun hele leven niet, ook maar een druppeltje alcohol tot zich zouden nemen.

Het verhaal is me verteld door een alcoholist. Hij zat in 1955 in de zesde klas van de Openbare Lagere Wognumschool in Amsterdam-Noord, waar speciale lessen drankbestrijding werden afgerond met een plechtig ritueel onder leiding van De Man met het Gouden Boek. Deze man, een onderwijzer met de bijnaam 'de generaal', hield een donderpreek met instructie over de gevaren van alcohol, waarna de leerlingen stuk voor stuk de eeuwige abstinentie moesten bezegelen door hun naam in Het Gouden Boek bij te schrijven. Vervolgens kregen ze een officieel certificaat uitgereikt.

Behalve Het Boek had De Man, een wat morsig, mank lopend heerschap, een koffertje bij zich, dat hij onder het uitspreken van allerlei banvloeken langzaam opende. Terwijl de kinderen gespannen toekeken, haalde hij een geheimzinnig flesje tevoorschijn waar hij dreigend op wees. “Dit, jongens en meisjes, is het kwaad”, riep hij uit. “Dit is het gif, dit is... Pure Alcohol...” Hierop liet hij een angstaanjagend gerochel horen en stortte neer. De leerlingen, die dachten dat deze scène erbij hoorde, begrepen pas later dat Pure Alcohol de laatste woorden waren geweest van De Man, die helaas ter plekke aan een hartaanval overleed. In allerijl werden de abstinenten in spe uit het klaslokaal verwijderd, zodat ze geen gelegenheid kregen hun naam in Het Gouden Boek te zetten. Aan deze omstandigheid wijt mijn zegsman zijn latere drankzucht.

Ik betwijfel dit verband. Als deze anti-drankles minder dramatisch zou zijn geëindigd en zijn naam wel in het Gouden Boek had gestaan, was hij vermoedelijk ook wel aan de drank geraakt. Zijn broer, die het ritueel een paar jaar eerder wel naar behoren met een handtekening had afgerond, lust ook een borrel. De cafés in Amsterdam-Noord zitten vol met mensen die ooit op school van meester Nobbe of meester Winkelman een flesje met Het Kwaad onder hun neus hebben gekregen en zich een dure eed lieten afdwingen. Hun officiële certificaat is allang zoek, evenals hun verkeersdiploma, hun zwemdiploma en hun Getuigschrift van de Wognumschool. Inmiddels hebben ze, drinkend en wel, een leeftijd bereikt die De Man Met Het Gouden Boek niet was gegegeven.

Het is nuttig dat op scholen voorlichting wordt gegeven over drugs, alcohol en tabak, zodat kinderen geïnformeerd raken over de gevolgen van het gebruik van verslavende en schadelijke stoffen. Wat in het sociaal-democratische Amsterdamse blauwe-knoopmilieu van de jaren vijftig en bij de Sint-Annaparochiaanse anti-rookmagie van de jaren negentig wordt vertoond, lijkt daarentegen niet op informatie, maar op pseudo-religieuze verdrijving van de Zonde. Dat helpt heus niet.

Onderzoek naar de mate van alcoholgebruik (of abstinentie) onder alle mensen die in de jaren vijftig schoolgingen op de Wognumschool zou dat kunnen bevestigen. Als een historicus de Gouden Boeken, die zich ongetwijfeld nog ergens bevinden, onder het stof vandaan haalt, zal hij de namen lezen van notoire innemers die ooit beloofd hebben 'dat ze ervoor gingen'.

    • Elsbeth Etty