Herfst 2

Het leven krijgt nieuwe zin in de herfst.

Het gebeurt een paar keer per jaar, dat een mens verbaasd opkijkt en denkt: god, ik had er zelf nog niet aan gedacht, maar wat aardig dat ze juist nu met een nieuw jaargetijde komen. En het wonder van de herfst is het grootste, omdat de zomer al zo groot was.

Terwijl de zon maanden uit de hoogte heeft gestraald alsof dat de beste oplossing was, komt ineens lichtgouden strijklicht over de weilanden hangen: kijk, zo kon het ook. Nevel stijgt op uit diezelfde weilanden, en je denkt aan een oud Duits lied: ...der Wald steht schwarz und schweiget, und aus den Wiesen steiget der weisse Nebel wunderbar... In de herfst krijgt 'mooi weer' een andere, bijzonderder betekenis. De lucht prikt je wangen, je moet je kleden om warm te blijven, laarzen aan om droog te blijven, de rivier flonkert - maar je zou schrikken van zijn temperatuur. Herfst heeft felpaarse asters (bloemen die tegen de kilte kunnen) en appels die knappen als je er in hapt. Herfst is het seizoen van lichte tegenstand, aangenaam zoals een minnaar aangenaam is die niet alleen maar meegeeft.

Een maand van zondagen, niets dan toetjes eten, dag en nacht elkaar omhelzen: de herfst laat zien dat we alleen maar dénken dat we dat willen. Hij verzoent ons met de afwisseling, en zelfs met de vergankelijkheid van alles. Rustig maar, zegt de herfst. Het komt goed.

    • Ileen Montijn