Franse vrienden voor politiechefs

Nederlandse hoofdcommissarissen hebben deze week een bezoek gebracht aan korpsen in Frankrijk. 'We zijn hier niet voor kritiek'

PARIJS, 8 NOV. Meer dan twintig Nederlandse hoofdcommissarissen hebben de afgelopen week de ogen uitgekeken en vrienden gemaakt in het land van de gendarmerie en de police nationale. Ze waren er gisteravond in Parijs niet allemaal om er over te vertellen, maar hun voorzitter had er zo veel vertrouwen in dat hij één concrete toezegging deed. “Wij hebben vanmiddag afgesproken dat het zogenaamde Hazeldonk-overleg wordt geïntensiveerd. Dat was tot nog toe nogal projectmatig. Nu zal er op dagelijkse basis informatie worden uitgewisseld. Een en ander moet er toe leiden dat mensen met een Frans nummerbord die Nederland binnenrijden over een jaar niet meer worden lastiggevallen.”

Geheimtaal? De vraag ging over drugsrunners die in hun opgevoerde BMW'tjes auto's met een Frans nummerbord tussen de Belgische grensovergang bij Hazeldonk en Dordrecht veelvuldig klemrijden om drugs aan te bieden, volgt u mij naar Rotterdam. Het Hazeldonk-overleg brengt de politie en justitie uit Nederland, België en Frankrijk bij elkaar om aan dat soort internationale drugspraktijken paal en perk te stellen.

Voor het overige hadden de voorzitter, hoofdcommissaris Lutken van Rotterdam en de collega's die Nederlandse delegaties naar Lyon, Marseille en Bordeaux hadden geleid, zich kennelijk voorgenomen geen wilde of kritische dingen te zeggen zolang ze nog op Frans grondgebied waren. Al was in Bordeaux wel opgevallen dat de politie veel meer vrijheid heeft burgers af te luisteren, telefoons af te tappen en meer van dat soort opsporingsmethodes toe te passen zonder democratische of rechterlijke controle. Dat werd “een opmerkelijk verschil” genoemd.

Het andere grote cultuurfenomeen dat de Nederlandse hoofdcommissarissen was bijgebleven was het centralisme. Alles moest gemeld en gevraagd worden aan Parijs. Eén hoofdcommissaris bekende dat hij de eerste dag in de val was gelopen en ging uitleggen dat Nederland juist steeds meer decentraliseert. “Maar wij waren hier niet om te kritiseren. We kwamen om van elkaar te leren.”

Dat wordt intensief voortgezet, op terreinen als jeugdcriminaliteit, grote-stadsbeleid, kunstcriminaliteit, voetbalvandalisme, misdaad gelieerd aan Midden- en Oost-Europa en financieel-economische delicten. Voorjaar '98 komen de prefecten en politieleiders uit de bezochte grote steden naar Nederland. De samenwerking met Frankrijk, “die ver achter lag op die met Engeland en Duitsland”, is een feit. “Nu moeten we verder leren elkaars taal te verstaan”. Voorlopig gebeurde dat met een tolk, “maar soms probeerden we wel eens een woordje Frans.”

    • Marc Chavannes