Erfenis van Wertheimer naar één instelling; Gemeenten willen nieuw fotomuseum

ROTTERDAM, 8 NOV. De gemeenten Amsterdam en Doesburg hebben zich bij het Prins Bernard Fonds beschikbaar gesteld voor de vestiging van het eventueel op te richten nieuwe fotomuseum. Ook de provincie Noord-Brabant heeft laten weten belangstelling te hebben.

Dit zegt J.H.L. Meerdink, directeur van het Prins Bernard Fonds. De oprichting van een fotomuseum is mogelijk geworden door het legaat van 22 miljoen gulden dat de eind augustus overleden oud-hoogleraar en verwoed amateurfotograaf H.W. Wertheimer heeft nagelaten aan het Fonds. Het bestaan en de bestemming van zijn door aandelen-speculaties opgebouwde legaat werden vorige week bekendgemaakt.

Meerdink wijst iedere speculatie over de locatie van het beoogde museum vooralsnog van de hand. “Er wordt niet over een vestigingsplaats gesproken voordat in overleg met de bestaande foto-instellingen bepaald is op welke wijze het legaat gebruikt gaat worden.”

Tijdens een eerste overleg met de belangrijkste instellingen op het gebied van fotografie in Nederland, dat vorige week plaatsvond is Wim Vroom, oud-directeur van de afdeling Nederlandse Geschiedenis van het Rijksmuseum gevraagd de huidige infrastructuur van de fotografie en de hiaten daarin in kaart te brengen. Het resultaat van zijn inventarisatie zal begin december worden besproken.

Anders dan tot nu toe werd aangenomen hoeft de inzet van het legaat niet beperkt te blijven tot de jaarlijkse, op 1 tot 1,5 miljoen gulden geschatte koerswinsten en rente. Meerdink: “Het legaat zal worden opgesplitst in een investerings- en een exploitatiefonds. In het testament is bepaald dat wij de onderlinge verhouding vaststellen. Theoretisch kan alles. Maar een hogere investering ineens betekent natuurlijk wel dat er straks minder exploitatiegeld beschikbaar is.”

De inzet is in ieder geval de oprichting van een nieuwe instelling, benadrukt hij. “Gezien de bepalingen in het testament verzet ik me tegen verspreiding van het geld over meerdere locaties.” Ook de in het vorige week gevoerde overleg geopperde mogelijkheid bestaande instellingen in naam te combineren tot een 'virtueel' museum van de 'Fotocollectie Nederland' wijst Meerding van de hand.

Wel heeft Wertheimer in zijn testament de mogelijkheid opengehouden de nalatenschap te bestemmen voor een reeds bestaande instelling of fusie van bestaande instellingen. Deze optie is op instigatie van het Prins Bernard Fonds ingevoerd. Meerdink: “Tien jaar geleden heeft Wertheimer ons al benaderd. Sindsdien is er het nodige veranderd, met name door de oprichting van het Nederlands Foto Instituut (NFI) en het Nederlands Fotoarchief (NFa). We hebben Wertheimer erop gewezen dat een compleet nieuw museum nogal complicerend zou kunnen zijn, waarop hij het testament heeft aangepast.” De vele mogelijkheden maken het besluitvormingsproces ingewikkeld, stelt Meerdink. Hij schat dan ook dat een definitief besluit pas over “enkele jaren” genomen kan worden.

De bij het overleg met het Prins Bernard Fonds betrokken fotoinstellingen keren zich unaniem tegen zowel versnippering van het Wertheimer-legaat als de kandidatuur van steden of provincies voor het eventuele museum. “Het geld moet gebruikt worden voor de versteviging van de infrastructuur van de fotografie en niet voor de ambities van deze of gene”, zegt Loek van der Molen, directeur van het Nederlands Foto Instituut in Rotterdam. Een museum als permanent presentatiepodium ontbreekt in Nederland zegt hij, maar dat geldt bijvoorbeeld ook voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. “Om het geld optimaal te kunnen in zetten moeten ook deze aspecten in de besluitvorming worden meegenomen”, aldus Van der Molen. Zelf ziet hij het meest in de oprichting van een nieuwe organisatie waarin 'een of meerdere' bestaande instellingen opgaan. “Ook het NFI zou daartoe kunnen behoren.”

Van der Molen wordt in zijn mening gesteund door Flip Bool, directeur van het eveneens in Rotterdam gevestigde Nederlands Fotoarchief. “Wat en hoe is belangrijker dan waar”, aldus Bool. Hij relativeert de financiële mogelijkheden van het Wertheimer-legaat: “De exploitatie van het NFI en NFa samen vergt jaarlijks 3 miljoen. Met 1,5 miljoen is dus niet zoveel te doen.” Hij acht het daarom van groot belang dat het inzetten van het legaat geen afbreuk doet aan de bestaande geldstromen. “Het geld dat de gemeente Rotterdam in de fotografie stopt zal wegvallen als deze instellingen in een nieuwe constellatie naar elders verhuizen. Dan is er per saldo geen winst geboekt en dat is niet de bedoeling van het legaat.”