Don Leo

Van Epe naar de Kuip, dan hebben we het niet meer over een jongensboek maar over een heldenroman. Deze weg is voor een normaal mens niet te gaan. Zeker niet met de zware last van een subjectieve handel als voetbal op de rug. Van Ajax naar Barcelona is een afzwaaiertje, van Epe naar de Kuip een volksverhuizing.

Maar goed, Don Leo is gelukkig. Wat heet, hij staat in brand. Wat Diana had met eten heeft Beenhakker met Feyenoord: het gevoel van armen om je heen. Lemmingen onder elkaar. Toch heerlijk dat een diepe vijftiger nog zo romantisch kan zijn. Uitgerekend hij die in zowat twintig landen van de wereld een volle bankkluis heeft staan. En die er, dankzij die andere multimiljonair Jorien van den Herik, nu eindelijk achter is dat smaak voor opmaak gaat.

Net voor hij, geveld door jicht, zich met zijn bootje aan de Vinkeveense plas definitief terug wilde trekken uit het broeierige bestaan van de catacomben mag Leo nog een keer de benen strekken. Oprijzend over hymnes en vlaggen, over gejoel en mensenlicht. Nog een keer mag hij tegen Anette van Trigt zeggen: “Meisje, de cirkel is rond. Ik kan eervol sterven.”

Waarom houd ik van Leo? Om dat lichtjes verdoolde voorhoofd? Omdat hij het cliché heeft verheven tot kunst? Omdat hij altijd als een kater staat te blazen om niet te moeten janken? Of gewoon omdat hij nog met de rimpelloze substantie van een demagoog door het leven durft te gaan? Leo is een mimespeler, een gewonde held, een verkoper van geluk, wellicht een leugenaar. Maar je weet: als hij straks weer thuis is en de rolluiken zijn gesloten, is hij ook schaduw van zijn schaduw. Een wat hulpeloze dagdromer die, om het met Paul van Ostaijen te zeggen, niets anders rest dan de blaren van alle leed te vergaren.

Hij was coach van Ajax, van Real Madrid, van het Nederlands elftal, zelfs van Volendam en toch staat zijn hele leven in het teken van de verongelijking. Leo had verder en hoger gewild - misschien een staatssecretariaat. Hij had het leven wel willen verruilen voor de anjer in het knoopsgat van prins Bernhard. Ook morgen zal hij blijven denken: mijn hel is de gemiste kans. Hij vergeeft zichzelf veel, maar niet dat geploeter naar hogerop. Komen en gaan als een albatros, dat wilde hij en dat is hem net niet gelukt. Vandaar dat hij nu zo bevangen is door die buitenaardse euforie om Feyenoord: een omhelzing van twee fenomenen aan de rand van de eeuwige mislukking.

Hij heeft eer verward met geld. Gezien zijn afkomst is hem dat niet kwalijk te nemen. Maar door alle goudstaven en dollartekens heen blijft hij ook aandoenlijk naïef. Dat hij zich voor zijn 'laatste kunstje' bij Vitesse heeft moeten vrijkopen streelt hem. Weer dat verkeerde welbehagen. Don Leo is zo welgesteld dat hij nu reeds kan investeren in zijn necrologie. Heden is heengegaan: de coach van Feyenoord. En de legioenen huilden een oerstroom bij elkaar.

Zijn mondaine tics passen niet helemaal bij Feyenoord. Wat dat betreft zou je kunnen zeggen: Van den Herik en Beenhakker is dubbelop. Maar wie past er na Haan nog wel bij Feyenoord? Haan heeft het wezen uit de club weggenomen. In vergelijking met zijn voorganger is Beenhakker een choreograaf die de wijnranken laat dansen.

Ook daarom zal Don Leo zich in de Kuip eenzaam voelen. Tussen slagers en Bosvelt en met een assistent als Meijer die meer spuug dan tekst in huis heeft.Wedden dat Meijer zondag met identiek dezelfde regenjas als Beenhakker op de bank zit? Deze imitatie aller imitaties kleedt zich zelfs naar de smaak van zijn bovenmeester. Met Van Hanegem in trainingspak en met Haan in een 'tenue de soir'.

Schrijvend over Beenhakker moet ik, als in de liefde, op zoek gaan naar beschuttend loof. Leo misbruikt elk woord van mildheid en genegenheid. Maar ik kan niet anders. Ook als ik met hem brood en bruine bonen moet vreten dan nog zal ik volhouden dat het haute cuisine was.

Leo Beenhakker is de roodste wijn die er is. Met kurksmaak.