Deja vu

Een jongen die goed kan voetballen wordt de trots van zijn familie. Vader brengt hem naar de training, moeder wast zijn spullen, oma poetst zijn schoenen, opa geeft hem tactisch onderricht en tantes houden plakboeken bij.

Zo wordt het familie-idool vertroeteld. Co Prins was er zo een. Hij begon bij OVVO in Amsterdam. Toen hij 21 jaar ging hij naar Ajax, waar hij meteen in het eerste elftal werd opgesteld. Prins was een binnenspeler met een fraaie techniek, die negen keer international was. Hij was ook een mopperkont die veel ruzie had met scheidsrechters. Na vier jaar Ajax werd hij de eerste Nederlander in de Bundesliga, bij FC Kaiserslautern. Hij trouwde met een Duitse vrouw. Maar verder kende hij er weinig geluk. Hij was een prooi van de sensatiepers die voortdurend kritiek leverde op zijn handel en wandel. Na twee jaar kwam hij terug bij Ajax. Later, na in totaal 184 wedstrijden voor Ajax, vertrok hij naar de Verenigde Staten waar hij voor de Pittsburg Phantoms uitkwam. Bij terugkeer vond hij emplooi bij MVV in Maastricht, waar hij een filiaal beheerde van de Amsterdamse dumpzaak Lou Lap. Hij speelde nog voor Helmond Sport en voor Antwerp in België, waar hij een café uitbaatte. Op 26 september 1987 overleed Prins. Hij werd 49 jaar. In de tweede helft van een veteranenwedstrijd in Antwerpen kreeg hij een hartstilstand. In de eerste helft had Cootje nog gescoord.