De ware Zondvloed

In een interessante discussie die vorig jaar werd gevoerd in het Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde, stelde natuurkundige Gerard 't Hooft, sprekend over het contrast van de evolutietheorie met het standpunt van de christelijke godsdienst, dat het gegeven dat mensen van de apen afstammen en het leven gaandeweg uit dode materie is ontstaan nog wel met een vrije interpretatie van het scheppingsverhaal te verenigen valt.

Zijn voornaamste tegenspeler, de christelijke natuurkundige Vertogen, kon zich hier wel in vinden, want creationisme en fundamentalisme waren, volgens hem, niet representatief voor het christendom.

Dat kan hij nu wel zeggen, maar alleen al in Nederland zijn misschien wel honderdduizend of meer christenen het niet met de positie van deze natuurkundigen eens. Zij zien de evolutieleer als een gevaarlijke dwaling en vinden dat de mens niet als een hoog ontwikkeld dier gezien mag worden, maar als de beelddrager van God. En het juiste verhaal daarover wordt verteld in de bijbel.

In Nederland wordt over deze kwestie een rustige discussie gevoerd, elders in de wereld daarentegen ontbrandt tussen voor- en tegenstanders met regelmaat een felle strijd. Zo heeft de onlangs overleden Carl Sagan eens na een lezing over de evolutietheorie aan een conservatieve Amerikaanse universiteit, deze instelling ijlings langs een achterdeur moeten ontvluchten. In Australië loopt al enkele jaren een rechtzaak van een geoloog tegen een 'creationist' over het werkelijke bestaan van de ark van Noach. Twintig kilometer van de berg Arafat in Turkije zouden gefossiliseerde resten gevonden zijn van ijzer en scheepshout, verroeste kettingen en versteende dierenkeutels en op een foto worden vormen getoond die op een versteend schip kunnen duiden.

De 'evolutionistische' geoloog, die zijn huis verkocht had om deze principiële rechtszaak te kunnen financieren, heeft in de procedure tot nu toe verloren en is failliet. De rechtzaak ging slechts over de commerciële uitbating van de 'ark', want over de wetenschappelijke waarheid van het bijbelverhaal kan men van een rechter moeilijk een uitspraak verwachten.

Nu hebben wetenschappers kort geleden na een uitgebreid onderzoek bericht dat het heel goed mogelijk is dat de zondvloed, waarover het bijbelverhaal spreekt, inderdaad heeft plaatsgevonden. Het zou dan niet duizend jaar voor Christus zijn gebeurd, maar vijfduizend jaar BC. Het bekken van de Zwarte Zee, dat door een zoutdrempel in de Bosporus was afgesloten van de Middellandse Zee, zou zo'n zevenduizend jaar geleden door een geweldige vloed uit die laatste zee overspoeld zijn. De zoutdrempel werd toen weggeslagen en met de kracht van tweehonderd Niagara's en een donderend geraas dat op honderden kilometers afstand hoorbaar moet zijn geweest, zo reconstrueren de wetenschappers, werden in enkele maanden tijd honderdduizenden kilometers land overspoeld.

Dat zou de basis gevormd kunnen hebben van de Babylonische Gilgamesh-mythe van 2000 BC en van het verhaal over de zondvloed van onze Noach duizend jaar later. Maar dan blijft de vraag bestaan hoe zo'n gebeuren een periode van duizenden jaren oraal heeft kunnen overbruggen.

Nu vonden in de Babylonische periode nog wel eens geweldige overstromingen van de Eufraat en de Tigris plaats. En gezien het feit dat de wereld van de bijbel nog betrekkelijk klein was, werd dat mogelijk gezien als een overstroming van de hele wereld.

Wanneer we afgaan op het huidige, kortzichtige optreden van de fundamentalisten, voor wie de oorsprong van hun religie in de omgeving van de berg Arafat gezocht kan worden, dan kan een dergelijke overdrijving als zeer waarschijnlijk gezien worden. In welke tijd dat schip daar nu precies vergaan is en hoe oud die dierenkeutels werkelijk zijn, doet dan ook niet terzake. Want hoe je het ook wendt of keert, godsdienst is geen wetenschap maar cultuur. En over cultuur valt al eeuwen hardnekkig, vruchteloos en geweldadig te twisten.