De privatisering van kibboets Beit Alfa; Sparen of te gronde gaan

Vijfenzeventig jaar geleden begonnen enkele tientallen Oost-Europese pioniers in Beit Alfa aan een nieuw scheppingsverhaal. Ze creëerden een 'nieuwe jood', die in totale gelijkheid en niet in God gelooft. Ze leidden een autarkisch bestaan in hun marxistische paradijs. Nu is er van de belangeloze saamhorigheid niet veel meer over. 'Geld heeft het beest in de mens wakker gemaakt.'

Beit Alfa. “Dit zijn diamanten. Het is mijn bruidschat. Niet van mij maar van ons allemaal.” In de grote zaal waar de kibboets (collectieve nederzetting) Beit Alfa zijn 75ste verjaardag viert, wordt hartelijk gelachen. De jongeren kunnen zich niet voorstellen dat de zionistische pioniers die uit de Oost-Europese getto's naar Palestina kwamen zo gek waren om alles aan de gemeenschap te offeren. Volgens het socialistische zionistische ideaal heeft een kibboetsnik geen privébezittingen. Bezittingen en productiemiddelen zijn gemeenschappelijk. De diamanten, de bontjas, het gouden horloge van papa worden tijdens de uitbeelding van dat idealistische verleden op het toneel op een hoop gelegd. De rondedans horrah wordt vervolgens om het nu gemeenschappelijk geworden bezit gedanst. Het is de symbolische uitdrukking van het kibboetsideaal: 'alles voor iedereen en iedereen voor alles'.

Als de feestavond ten einde loopt en het koor van de kibboets horrah-liederen inzet lukt het de organisatoren van de feestavond niet om de jeugd en zelfs de wat ouderen op het podium aan het dansen te krijgen. Niemand reageert op hun machteloze armgebaren om naar voren te komen. De meeste jongeren zijn voordat de feestelijke voorstelling is afgelopen al naar de discotheek gerend. De horrah heeft in Beit Alfa afgedaan als uitdrukking van een ideologisch gemeenschapsgevoel. Het ineenslaan van de armen en in één grote cirkelbeweging dansen om hetzelfde socialistische, zionistische ideaal is er niet meer bij. Het geld is er tussen gekomen.

“Het geld heeft het beest in de mens wakker gemaakt. Dat is het hele verhaal van de veranderingen in de kibboets”, zegt David Nahum. Deze 46-jarige schilder/soldaat (reserve-kolonel) woont al 36 jaar in Beit Alfa. Hij herinnert zich, zonder al te veel heimwee overigens, de felle ideologische debatten uit het verleden. “Als iemand in Beit Alfa een airconditioner als persoonlijk geschenk van buiten de kibboets aanvaardde, werd hij als vijand van de gemeenschap gebrandmerkt. Ik ben er niet rouwig om dat die tijd achter ons ligt.”

De kinderen van de pioniers, die nog in de idealen van hun ouders geloven, zijn dat wel. Dina Chanon, de eerst geborene in Beit Alfa 74 jaar geleden, laat in haar openingswoord van de feestavond het woord 'wanhopig' vallen. Voor haar ogen ziet zij de hoge kibboets-idealen van haar ouders ineenstorten. “Laat ons bewaren wat ons zo dierbaar is”, smeekt ze.

Een voor me zittende vrouw uit Jeruzalem, die door haar huwelijk lid van de kibboets werd, kan niet nalaten op deze snikhete avond te zeggen dat er van Beit Alfa niets overblijft als er niet snel verder wordt geprivatiseerd. “Het gaat niet vlug genoeg”, zegt ze voldoende luid zodat de omzittenden het kunnen horen. Niemand valt haar in de rede of probeert haar het zwijgen op te leggen.

Vijfenzeventig jaar geleden begonnen enkele tientallen pioniers uit de Oost-Europese getto's en steden in Beit Alfa aan een nieuw scheppingsverhaal: “Het creëren van een nieuwe jood, die in totale gelijkheid en niet in God gelooft”. In hun botten brandde de marxistisch-zionistische ideologie. Ze kwamen met vier karren, schoppen, houwelen, en andere uitrusting om het barre land tot leven te brengen. Ze sloegen hun tenten op in de schaduw van de Gilboa-berg, niet ver van de rivier de Jordaan, in een gebied waar herinneringen aan de kou van Oost-Europa door de verzengende hitte en malaria verspreidende muggen snel vervaagden. Alle pioniers zijn inmiddels gestorven. Door hun toedoen werd Beit Alfa met nu 690 leden één van de modelkibboetsen van de marxistische Hashomer Hatsa'ier (de jonge bewaker)-beweging. Met de bougainvilles kwam in het waterrijke gebied tussen de Gilboa en de Jordaan de landbouw van Beit Alfa tot bloei. Er kwam lichte industrie voor de ouderen. Later werden de visvijvers ontwikkeld. Er vloeide geld in de gemeenschapskassa. De levensstandaard steeg. Er kwam een moderne eetzaal, een bejaardentehuis, een zwembad en zelfs een tennisbaan. Er verrezen kleine appartementen, er werd meer aandacht besteed aan cultuur en het onderhoud van de diepgroene grasvelden. Beit Alfa werd een klein marxistisch paradijsje op aarde waarop tot zo'n tien jaar geleden de grote veranderingen in de Israelische maatschappij nauwelijks vat hadden.

Koeien zonder herder

Toen de Sovjet-dictator Josef Stalin in maart 1953 stierf werd er in Beit Alfa gehuild. Zo sterk was toen nog het ideaal om op Israelische bodem onder de vlag van het zionisme mee te werken aan het stichten van een nieuwe wereldorde. Israel Zamir (Singer), zoon van de beroemde Jiddische schrijver Isaac Bashevis Singer, kwam als gevolg van de scheiding van zijn ouders vijftig jaar geleden in Beit Alfa terecht. Hij situeert het begin van de verandering in de kibboets-ideologie van Hashomer Hatsa'ier in 1956. “De onthullingen van de misdaden van Josef Stalin door Nikita Chroesjtsjov, secretaris-generaal van de Russische communistische partij ten tijde van het twintigste congres van de Russische communistische partij, zetten ons aan het denken. Plotseling beseften we dat we in een vals ideaal geloofden. We realiseerden ons dat de droom van het wereldsocialisme stervende was. Zonder ideologie werden we een kudde koeien zonder herder”, zegt hij in zijn werkkamer.

Zamir Singer was jarenlang hoofdredacteur van Al-Hamishmar (Op wacht), het door de tijdgeest te gronde gegane dagblad van de marxistische Mapam-partij. Hij vertaalde de boeken van zijn vader, die de Nobelprijs voor literatuur kreeg, uit het Jiddisch naar Ivriet (modern Hebreeuws) en is actief als journalist. Als veel gevraagd spreker in de VS en in Europa is hij een man van de wereld. Toch doen de veranderingen die ook Beit Alfa ondergaan hem pijn. “Het spijt me dat de kibboets verandert. Ik was hier erg gelukkig toen we nog echt een gemeenschap waren. We hadden een visie op de wereld, we hadden een doel, we zongen samen...”. Hij kijkt dromerig voor zich uit. Of staart hij naar dat ongrijpbare verleden, toen de pioniers dachten dat het een wet van Meden en Perzen was dat hun kinderen, als producten van de nieuwe samenleving in de kibboets zouden blijven?

“Ik heb een zoon in Japan, Getrouwd met een Japanse”, zegt hij op een toon waarin de ideologische nederlaag doorklinkt. Een tweede zoon is vier jaar geleden naar de Verenigde Staten gegaan “om geld te verdienen”. Volgens Israel Zamir wil deze zoon zich in een moshav (collectieve nederzetting met gezamenlijke productiemiddelen maar maximale persoonlijke vrijheid) vestigen. Hij is blij dat tenminste zijn dochter na het behalen van een Ph.D in de psychologie in Stanford naar Beit Alfa is teruggekeerd. Of zij er verstandig aan heeft gedaan weet hij niet. Want Zamir Singer is nogal pessimistisch gestemd over de toekomst van Beit Alfa in het bijzonder en de kibboets-beweging in het algemeen. “Veel ex-kibboetsnikken (de helft van de kinderen verlaat de kibboets) die geld hebben verdiend, willen een villa-dorp naast Beit Alfa bouwen. Dat idee kan de kibboets misschien redden. Maar er is grote weerstand tegen. De mensen willen geen grote verschillen, geen rijkdom naast een bescheidener bestaan.”

“Ik ben bang”, vervolgt hij, “dat deze plaats uiteindelijk door iedereen zal worden verlaten. De oude mensen sterven, de jongeren gaan er vandoor. Ik zie de toekomst somber in. Ik maak me echter meer zorgen over de toekomst van Israel dan over deze kibboets. Premier Benjamin Netanyahu brengt de vrede in gevaar en Iran rust zich uit met atoomwapens.”

In de eetzaal van Beit Alfa waar de leden tegenwoordig voor hun maaltijd moeten betalen - ze hebben allemaal een nummer dat op een computer wordt ingetikt - hangt een foto van de 75-jarige bewoner Yousek Limon. Hij zit in een stoel met op de achtergrond het portret van een lachende Stalin. Terwijl ik er naar kijk, staat de gefotografeerde kibboetsnik plotseling naast me. “Die is pas genomen. Als herinnering aan vroegere tijden. Ik poseerde. Ik ben kwaad om al die veranderingen hier. Ik ben vóór de revolutie, ik ben geen contrarevolutionair. Wie de kibboets niet wil moet er uit! Tweehonderdduizend mensen hebben in de loop der tijden de kibboetsen verlaten, maar de kwaliteit is gebleven.”

Vergeleken bij andere kibboetsen zijn de veranderingen in Beit Alfa langzaam ingevoerd. De oude garde geeft zich niet zo gauw gewonnen. Pas vorige maand hebben alle leden een gelijke, maandelijkse toelage van zo'n achthonderd gulden gekregen. De volgende stap, waarover al hevig wordt gediscussieerd, is het invoeren van loon naar prestatie en taak. 'Differentiatie' is het eufemistische woord daarvoor. 'Puur kapitalisme' zeggen de tegenstanders.

Behalve de invloed van het kapitalistische Israel op Beit Alfa en andere kibboetsen zijn er nog twee gebeurtenissen die de bakens in de sociale structuur van deze collectieve nederzettingen hebben verzet. De ineenstorting van de Israelische banken als gevolg van kunstmatige opdrijving van de beurskoersen heeft in de jaren tachtig de kibboetsen de nekslag gegegeven. Zij hadden grote bankleningen opgenomen en speculeerden net als iedereen op de beurs. Toen de klap viel zat Beit Alfa met een enorme schuld opgezadeld. Volgens een deskundig kibboetslid moet er tot het jaar 2005 hard worden gewerkt om van de schuld aan de banken af te komen. Omdat de kibboetsbeweging toen in de inflatie-schuldenspiraal verstrikt was geraakt begon de discussie over efficiënt beleid op alle gebieden. Zo slopen de eerste kapitalistische ideeën door de mazen van de marxistische ideologie de kibboets binnen. Het was 'sparen of te gronde gaan'.

Ferrari-autorace

David Nahum heeft een wat originelere kijk op het begin van de verandering in Beit Alfa. “Door toedoen van Saddam Hussein”, zegt hij lachend. Tot 1991 woonden de kinderen van Beit Alfa in het kindertehuis dat voor hen was ingericht. Maar toen Irak Israel tijdens de Golfoorlog met Scud-raketten bestookte, werden de ouders bang. In tijden van oorlog horen kinderen thuis. Het internaat werd gesloten.

“De ouders haalden de kinderen uit angst naar huis. En dat is zo gebleven.” Dat is de verklaring van David Nahum voor de eerste ideologische omwenteling in Beit Alfa. Op sabbath thuis ontbijten was de volgende stap die de gemeenschapszin brak. Dit jaar is het avondeten in de gemeenschappelijke eetzaal afgeschaft. Alleen op zaterdagavond en feestdagen wordt er nog gezamenlijk gegeten. “Ik voel het als een gemis dat we niet altijd meer samen eten. Ik ben zo omdat ik het kibboetsgevoel nog in me heb”, zegt David.

Zijn zoon wil geen piloot of soldaat, maar gewoon miljonair worden. David, die het liefst niet spreekt over de vele oorlogen waaraan hij heeft deelgenomen, brengt voor een geharde reserve-kolonel bewonderingswaardig veel begrip op voor zijn zoon die niet wil dienen. “Hij weet wat zijn vader heeft meegemaakt”, zegt hij. “Mijn zoon zegt dat soldaat-zijn tijdverlies is. Het liefst zit hij achter de computer. Dit jaar ging hij met zijn moeder naar Engeland om een Ferrari-autorace te zien.”

Israel Zamir ziet 1967 als het breekpunt van de invloed en prestige van de kibboetsen op de Israelische samenleving. Na de glorieuze zege van Tsahal, het leger, tijdens de Zesdaagse Oorlog in dat jaar verloor de kibboets volgens hem zijn gidsfunctie. De bewondering maakte plaats voor minachting. “Na 1967 werd er op ons neergekeken. Plotseling gingen we voor naïevelingen door”, merkt Israel Zamir op. Dat is een van de redenen dat jongeren uit de kibboets nog maar weinig gemotiveerd zijn om zich in het leger te onderscheiden. Toen de ideologische muren tussen de stad en de kibboets nog hoog waren, kozen veel jongeren voor een militaire loopbaan om aan het gelijkheidssyndroom in de kibboets te ontsnappen. Zeven op de tien piloten werden in een kibboets geboren. In het officierscorps gaven ze de toon aan. Nu heeft voor veel jongeren studie een hogere prioriteit dan een militaire carrière.

Miljonair

De helft van de kibboetsjeugd keert na het leger en avontuurlijke omzwervingen daarna in de bergen van Nepal of de regenwouden van Brazilië niet naar het ouderlijk huis terug. Dat geldt niet alleen voor Beit Alfa, maar voor de kibboetsen in het algemeen. “De verleidingen buiten de kibboets zijn groot. Wij kunnen de jeugd niet meer bieden dan de wereld erbuiten. De kibboets veroudert daardoor”, zegt David Nahum. “Dat maakt ons onzeker.” Hij denkt dat de kibboets Beit Alfa als collectieve gemeenschap binnen vijf jaar al kan verdwijnen. Als deze in wezen vrolijke Jemenitische jood er zo over denkt, dan moet dat angstgevoel bij velen leven. Hetty Pinhasi-Oving uit Apeldoorn kwam in 1975 als vrijwilligster naar Beit Alfa en keerde er in 1977 als vrouw van een lid van de kibboets terug. Zij omarmde 'voor de kinderen' het jodendom en aanvaardde de strikte gelijkheidsnormen. “Ik vind het wel erg dat de kibboets verandert. Ik weet niet als dat zo doorgaat of er over twintig jaar nog mensen zijn die voor me zullen zorgen.” Dat is ook de angst van Roni Eisenhut (50). “We hebben geen pensioen”, zegt deze dochter uit een pioniersgeslacht in Beit Alfa.

Veel scherper oordeelt Ulrich Eisenhut (50), haar Zwitserse echtgenoot, over de situatie in Beit Alfa. “De zaak stort ineen”, zegt hij. Als hij weer in de gelegenheid zou zijn een paar jaar in Zwitserland te wonen, zoals de afgelopen tijd het geval was, zou Ulrich niet naar de kibboets terugkeren. Het idealisme dat hem naar Israel bracht, is in Beit Alfa verstikt. Hij en zijn vrouw hebben ideologie en werkelijkheid van elkaar leren onderscheiden. Ze voelen zich achtergesteld omdat anderen wel geld hebben om van het leven te genieten en zij niet.

Ook in Beit Alfa, waar Marx eens God was, is onder de neus van het socialisme een klassenmaatschappij ontstaan. De mensen houden zich niet aan de regels, klaagt het echtpaar Eisenhut. Geld dat buiten de kibboets wordt verdiend, wordt niet in de algemene kassa gestort. En wie geld uit het buitenland krijgt, is helemaal boven Jan. Roni verdient wat bij met een eigen gemaakt poppentheater maar dat is niet voldoende om haar materiële wensen in vervulling te laten gaan.

Hetty Pinhasi-Oving zegt het misschien niet in de kibboets te hebben uitgehouden als ze niet over eigen financiële middelen buiten Israel had beschikt. “Je kan hier rustig miljonair zijn”, zegt ze. “Er is mij nog nooit gevraagd of ik geld in het buitenland heb. Als ik iets wil hoef ik niet te sparen.”. En dus kan ze zich met haar gezin reisjes naar Nederland en andere bestemmingen in de wereld veroorloven.

De Eisenhuts kunnen dat niet. Dat zet kwaad bloed. De Eisenhuts hebben verschillende keren serieus overwogen om Beit Alfa te verlaten. Ulrich zegt niet meer in aanmerking te komen voor een serieuze baan buiten de kibboets in Israel. “Ik zeg wel eens dat de kibboets een gevangenis is zonder muren waar gevangenen en bewakers niet van elkaar zijn te onderscheiden”, zegt hij nogal bitter. “Ik wil het kibboets-idee niet opgeven”, komt Roni tussenbeide. “Maar ik wil wel meer rechten.”

Beit Alfa wordt tussen de marxistische ideologie en het kapitalisme heen en weer geslingerd. Optimisten denken dat de kibboets in aangepaste vorm kan blijven bestaan. Pessimisten voorzien de ondergang van de kibboets, zoals het communisme in de vroegere Sovjet-Unie is vergaan.

    • Salomon Bouman