De opmars van hispanics in de Verenigde Staten; Welkom in MexAmerica

In baseball-stadions worden meer nacho's verkocht dan hotdogs. Er zijn Spaanse televisiezenders, Spaanse sportbijlagen in Engelstalige kranten. De Verenigde Staten 'hispaniseren': elf procent van de bevolking is afkomstig uit Latijns Amerika. 'Hispanics hebben de toekomst in Amerika, al moet nog blijken of het als succesvolle minderheid zal zijn, danwel als permanente onderklasse.'

Het kloppend hart van Huntington Park, een oude buurt in het zuidoosten van Los Angeles, is het fast food restaurant El Pollo Giro, dat 24 uur per etmaal open is. Hier staan geen hamburgers met frietjes op het menu, maar soep met halve maïskolven erin, brokken rundvlees aan het bot, tortillas, rode bonen en diverse scherpe sausen. Hier drinkt men geen cola, maar verse vruchtensappen, die klaar staan in grote glazen potten met een pollepel erin. De bejaarde gitarist die tijdens het lunchuur Mexicaanse volksliedjes komt spelen, wordt overstemd door het snerpende geluid van een cirkelzaag, waarmee een slager in de keuken een runderkarkas te lijf gaat. Aan de muur hangen de wapens van alle Mexicaanse deelstaten. Het interieur is uitgevoerd in groen, wit en oranje, de kleuren van de Mexicaanse vlag. Welkom in het zuiden van Californië, welkom in Mex-America.

Huntington Park, in het lokale spraakgebruik HP, was tot 1965 een grotendeels blanke buurt. Maar in dat jaar braken in de naburige zwarte wijk Watts bloedige rassenrellen uit. De bewoners van Huntington Park namen massaal de wijk naar de voorsteden en hun oude buurt raakte in verval. Het is een klassiek verhaal, dat zich ook in veel andere Amerikaanse steden afspeelde: huizen kwamen leeg te staan, bedrijven gingen op de fles of verhuisden, winkeletalages werden dichtgetimmerd. Het leven raakte overschaduwd door armoede en criminaliteit.

Maar de gettovorming werd in de jaren tachtig tot staan gebracht, en uiteindelijk gekeerd, door de toestroom van immigranten uit Latijns Amerika, vooral uit het buurland Mexico. De onroerend-goedprijzen waren zo diep gekelderd dat ze binnen het bereik van de latino's kwamen. Net zoals de immigranten uit Europa een eeuw eerder aan de oostkust deden, betrokken ze huizen en appartementen met verscheidene gezinnen tegelijk. Sommigen begonnen mom-and-pop stores - groentenwinkels, bakkerijen, timmerwerkplaatsen - waarmee ze de eerste treden op de economische ladder zetten en het herstel van de buurt inluidden.

Inmiddels is Huntington Park weer een levendige gemeenschap. De bevolkingsdichtheid is er maar liefst anderhalf keer zo groot als in New York City, ook al is vrijwel geen huis er hoger dan drie etages. Negentig procent van de dicht opeengepakte bevolking is van Latijns-Amerikaanse afkomst, zestig procent is geboren in Mexico. Als in de verte, in de bruingele smog, niet de wolkenkrabbers van downtown Los Angeles te zien waren, zou je Huntington Park voor een Mexicaans stadje houden.

In de sobere winkels aan de hoofdstraat, die Pacific Boulevard heet maar hier El Paseo wordt genoemd, zijn bruidsjaponnen te koop, elektronica, Spaanstalige kranten en goedkoop schoeisel. 'Wij verkopen op krediet', melden bordjes in de etalages in het Spaans. Bij een kantoortje van twee bij twee meter kan men terecht voor echtscheidingen, faillissementen, autoverzekeringen, huwelijksvoltrekking van minderjarigen en reizen naar Mexico. In een zaakje voor speelgoed, snoep en religieuze artikelen staan poppen van Bert en Ernie en Bugs Bunny broederlijk naast beeldjes van Jozef en Maria en de Maagd van Guadaloupe, de beschermheilige van Mexico.

In Huntington Park is de onstuitbare opkomst van de Mexicaanse immigranten overal zichtbaar. Maar ook in de rest van Amerika, waar het soms minder opvalt, groeit het aantal hispanics explosief. De gestage stroom van immigranten uit Latijns Amerika is sinds de jaren zestig amper afgenomen, alle maatregelen om illegale immigratie tegen te gaan ten spijt. Ondanks het stalen hek langs een deel van de grens met Mexico en de opgevoerde patrouilles van de grenswacht, blijft het illegale grensverkeer intensief. Bovendien komt de helft van de illegale immigranten met een toeristenvisum voor een paar weken legaal het land binnen, om vervolgens voor onbepaalde tijd te blijven. De snelle groei van het aantal hispanics komt verder door het grote aantal kinderen dat hispanics gemiddeld krijgen.

Tuinman en textielwerker

De Amerikanen van Latijns-Amerikaanse komaf vormen nu zo'n elf procent van de bevolking en zijn (met meer dan 25 miljoen mensen) de snelst groeiende minderheid in het land. De meesten wonen in Californië, Texas en New York, maar ook Florida, New Jersey, Arizona en New Mexico hebben miljoenen hispanics. En zelfs in staten als Virginia, Nebraska en North-Carolina zijn grote gemeenschappen van migranten uit Latijns Amerika.

Het zal niet lang meer duren voor er meer hispanics in de VS zijn dan zwarten. Halverwege de volgende eeuw is, volgens schattingen van het bureau voor volkstelling, een kwart van alle Amerikanen hispanic.

Ze vormen een bevolkingsgroep in opkomst, die nog maar net begonnen is haar politieke en economische macht te ontdekken. Ook steeds meer politici komen er achter dat ze de hispanics als kiezersblok niet langer kunnen negeren. In Californië bekleden hispanics al tal van belangrijke politieke posten. En in Los Angeles en omgeving is de snel groeiende middenklasse van hispanics de motor van de economie - de helft van de hispanics die in de VS geboren zijn hebben er al een hoger gezinsinkomen dan het landelijk gemiddelde voor alle Amerikaanse gezinnen.

Maar hispanics horen ook tot de allerarmsten, en in hogere percentages dan de blanken en de zwarten. Eenderde van de hispanics leeft in armoede. Ze doen vaak ongeschoold werk: in de landbouw, in hotels en restaurants, als oppas, tuinman of textielwerker. Als enige bevolkingsgroep zagen hispanics tussen 1989 en 1995 het gemiddelde gezinsinkomen dalen, met maar liefst veertien procent.

Hun beperkte opleiding en veelal gebrekkige Engels belemmeren een verbetering van hun situatie. Hun kinderen presteren gemiddeld slecht op school, als ze al niet domweg uitvallen en zich aansluiten bij straatbendes. En hun politieke vertegenwoordiging staat nog in geen verhouding tot hun aantal, al was het maar omdat veel hispanics niet de Amerikaanse nationaliteit hebben en dus niet mogen stemmen. Maar althans in dat laatste komt verandering, nu hispanics in het hele land het staatsburgerschap aanvragen en er jaarlijks honderdduizenden genaturaliseerd worden (het afgelopen jaar in Los Angeles alleen al 115.000). Hispanics hebben de toekomst in Amerika, al moet nog blijken of het als succesvolle minderheid zal zijn, danwel als een permanente onderklasse.

Wie of wat een hispanic is, laat staan hoe hij eruit ziet, valt niet zo gemakkelijk te zeggen. Volgens de raciale boekhouding die overal in Amerika wordt bijgehouden - niet alleen in de volkstelling maar ook door scholen, bedrijven en opiniepeilers - bestaat de Amerikaanse bevolking uit een aantal duidelijk onderscheiden groepen: blanken, zwarten, Amerikanen van Aziatische afkomst, inheemse Amerikanen (indianen) en hispanics. Maar in de praktijk ligt het zo eenvoudig niet.

Om te beginnen is een groeiend aantal Amerikanen van gemengde komaf, ook al is dat in de statistieken niet terug te vinden. Bovendien horen hispanics eigenlijk niet in die raciale indeling thuis, omdat ze geen ras vormen, zoals blanken, zwarten of indianen. De meeste hispanics zijn bruin en hebben zowel indiaanse als Europese voorouders (meer dan de helft is afkomstig uit Mexico). Maar veel hispanics, bijvoorbeeld uit Porto Rico, zijn zwart. En er zijn ook blanke en zelfs Japanse hispanics.

Wat hen bindt is dat zij, of hun voorouders, uit Latijns Amerika komen. Behalve dan degenen die, zoals veel hispanics in New Mexico, rechtstreeks afstammen van de eerste Spaanse kolonisten en al generaties lang op dezelfde plaats wonen. Wij zijn de grens niet overgestoken, zeggen zij, de grens is ons overgestoken - waarmee ze doelen op de Amerikaanse annexatie van onder meer Texas en New Mexico halverwege de vorige eeuw.

De meeste hispanics spreken Spaans, maar lang niet allemaal: voor veel in Amerika opgegroeide hispanics is Engels de eerste, of zelfs de enige taal die ze spreken. Velen zijn katholiek, maar het aantal protestanten neemt (net als in Latijns Amerika) snel toe. Traditioneel ging maar een heel laag percentage naar de stembus, maar sinds kort begint ook daar verandering in te komen.

“Latino's zijn een nieuwe factor in de politiek”, zegt Manuel Guillot, vice-voorzitter van de belangenorganisatie MALDEF (Mexican American Legal Defense and Education Fund). “Sinds een paar jaar staan we niet meer langs de zijlijn. De cijfers spreken voor zich. In het gewest Los Angeles zijn we al bijna in de meerderheid. Op landelijk niveau is nog weinig bereikt, maar in Californië kan niemand meer om ons heen. De afgelopen jaren laten latino's zich in grote aantallen als kiezers registreren, en zo beginnen we onze politieke achterstand in te lopen. Bij de herverkiezing van burgemeester Riordan van Los Angeles, dit voorjaar, gaven latino-kiezers de doorslag.”

Zoals veel politieke activisten gebruikt Guillot welbewust het woord 'latino'. “'Hispanic' is een term van de overheid”, zegt hij, “van volkstellingen en statistieken. Het is een neutraal begrip, en bovendien een Engels woord, waarmee Washington alle raciale en etnische groepen met wortels in Latijns Amerika op één hoop veegt.”

Guillot verkiest het in Californië veelgebruikte woord 'latino', dat volgens hem een strijdbaarder klank heeft en “een gemeenschappelijke ervaring uitdrukt van discriminatie en andere barrières”. Politiek gezien is 'hispanic' meer een woord van rechts en 'latino' van links, al bestaan er ook per regio uitgesproken voorkeuren voor de ene term of juist de andere. De meeste hispanics (of latino's) zèlf bekommeren zich weinig om dergelijke subtiliteiten. Ze identificeren zich nog altijd meer met hun land van herkomst, dan met een van die twee etiketten: ze voelen zich in de eerste plaats Cubaan (of Cubaans Amerikaan), Mexicaan (of Mexicaans Amerikaan) of gewoon Amerikaan.

Pas de laatste jaren zijn de hispanics zich wat meer gaan zien als een groep met gemeenschappelijke politieke belangen, ook al blijven er werelden van verschil tussen de Cubanen in Miami, Porto-Ricanen en Dominicanen in New York, de Salvadoranen in Washington, en de Mexicanen in Texas en Californië. “De groeiende politieke macht van latino's boezemt veel mensen angst in”, zegt Guillot. “Ze zien de aanhoudende immigratie als een bedreiging, ze horen overal Spaans op straat en ze vergeten dat Californië Spaans gebied was lang voordat de anglo's hier kwamen. Dat onbehagen onder Californiërs heeft zich de afgelopen jaren geuit via referenda, waarin maatregelen tegen illegale immigranten werden aangenomen en positieve discriminatie werd afgeschaft. Latino's hebben dat als vijandig ervaren.”

Ongewild hebben conservatieve, Republikeinse politici een belangrijke bijdrage geleverd aan de politieke bewustwording van de hispanics. Vooral de Republikeinse gouverneur van Californië, Pete Wilson, heeft een grote rol gespeeld, door zich in 1994 vierkant op te stellen achter het voorstel om bij referendum illegale immigranten en hun kinderen uit te sluiten van scholen, medische zorg en andere voorzieningen van de overheid. Na een bittere campagne werd het voorstel aangenomen, al is het nog niet in de praktijk gebracht door een reeks van rechtszaken die er tegen zijn aangespannen. Maar voor hispanics fungeerde de uitslag van het referendum als een aansporing tot politiek activisme.

Hetzelfde gebeurde vorig jaar, toen de Californische kiezers hun overheid bij referendum verboden om nog langer positieve discriminatie toe te passen. De maatregel werd gesteund door veel Republikeinen, die de kwestie bovendien op nationaal niveau aan de orde stelden. Dat ontging de hispanics niet. In het hele land wendden ze zich in groten getale van de Republikeinse partij af.

Op economische en levensbeschouwelijke onderwerpen, zoals belastingen en abortus, staan hispanics vaak dicht bij de Republikeinen. In 1984 leverden ze een belangrijke bijdrage aan de herverkiezing van president Reagan, met zijn ideologie van conservatisme en vertrouwen in de vrije markt. Maar nu de Republikeinen immigranten en Spaanstaligen het gevoel geven dat ze het op hen gemunt hebben, zijn de Democraten favoriet. Vorig jaar gaven de hispanics Clinton en de Democratische kandidaten voor het Congres zo'n 75 procent van hun stemmen.

De Republikeinse leiders in Washington zijn daar zo van geschrokken, dat in het Congres sindsdien nog maar weinig is vernomen van plannen om de positieve discriminatie op alle fronten te ontmantelen. Of van plannen om niet alleen de illegale, maar ook de legale immigratie te beperken. Maar in Californië worden al voorbereidingen getroffen voor een volgend referendum dat de hispanics direct zal raken: een voorstel om het tweetalige onderwijs in de openbare scholen af te schaffen, en alle leerlingen voortaan alleen nog in het Engels les te geven.

Zwemmen of verzuipen

Toen Harry Pachon, zoon van Colombiaanse ouders, als jongetje voor het eerst in Amerika naar school ging, sprak hij alleen Spaans. Maar daarvoor bestond in Miami zo'n veertig jaar geleden een makkelijke oplossing: kinderen die geen Engels spraken, werden bij geestelijk gehandicapten in de klas gestopt.

Zo'n veertig jaar later is dr. Harry Pachon directeur van het Tomas Rivera Center, een denktank in Claremont, dichtbij Los Angeles. Hij leerde Engels volgens wat hij zelf de zwemmen-of-verzuipenmethode noemt. “Ik zwom, maar sommige kinderen verzuipen”, zegt hij nu. Hij is er van overtuigd dat kinderen die geen Engels spreken, op school niet “in het diepe gegooid moeten worden” om het zo snel mogelijk te leren. Om niet hopeloos achterop te raken moeten ze les krijgen in hun moedertaal, aldus Pachon, totdat ze voldoende Engels spreken om zich niet alleen op het schoolplein te kunnen redden, maar ook bij Wiskunde en Geschiedenis.

Volgens dat uitgangspunt krijgt in Californië bijna een kwart van alle scholieren, in totaal zo'n 1,3 miljoen kinderen, een of andere vorm van tweetalig onderwijs: de meeste vakken in de moedertaal, en daarnaast aparte lessen om Engels te leren. Er is tweetalig onderwijs voor onder meer Koreaanse, Vietnamese en Russische leerlingen, maar in grote meerderheid gaat het om onderwijs in het Spaans.

Een eigenzinnige multimiljonair uit Palo Alto, die rijk is geworden in de financiële software, voert sinds deze zomer een politieke kruistocht tegen het tweetalige onderwijs onder het motto English for the children. Ron Unz is een Republikein die in 1994 een vergeefse gooi naar het gouverneurschap van Calfornië deed. Hij is ervan overtuigd dat het tweetalige onderwijs kinderen verhindert om goed Engels te leren. Daarom wil hij de kiezers voorleggen om het hele systeem, dat honderden miljoenen dollars kost en werk verschaft aan een legertje leraren en ambtenaren, maar af te schaffen. Kinderen die geen Engels spreken moeten een korte stoomcursus krijgen, vindt hij, en daarna meteen meedoen met de rest. Latino's zelf verafschuwen het tweetalige onderwijs, is Unz' uitgangspunt, omdat ze beseffen dat het hun in hun economische en maatschappelijke ontwikkeling belemmert. Een recente peiling van The Los Angeles Times bevestigt dat: tachtig procent van de hispanics in Californië zou het voorstel van Unz steunen.

Maar de meeste belangenorganisaties van hispanics zien Unz' plan als de zoveelste uiting van anti-immigrantengevoelens. En de politieke partijen lopen met een grote boog om de discussie heen, bang om hun vingers te branden aan dit gevoelige onderwerp.

De kwestie raakt het hart van de problematiek waar de hispanics mee kampen. Zolang nog meer dan de helft van de kinderen hun middelbare school niet afmaakt, zal de bittere armoede onder hispanics ook in de volgende generatie niet opgelost worden. En zonder goede beheersing van het Engels is een verbetering van de schoolprestaties niet denkbaar. Engels is onontbeerlijk om in de Amerikaanse concurrentiemaatschappij vooruit te komen.

Maar niet alleen Unz, ook de voorstanders van tweetalig onderwijs zeggen dat het hun erom gaat dat de kinderen goed Engels leren. “De vraag is alleen: wat is de beste methode”, zegt Pachon. “Maar dat is een ingewikkelde pedagogische kwestie, die niet tot een politieke twistappel gemaakt moet worden.”

Balkanisering

Al jaren is de opkomst van het Spaans in het openbare leven veel Amerikanen een doorn in het oog. Ze zien er een bedreiging van het Engels in. In 1986 stemde Californië er bij referendum voor om het Engels tot officiële taal te maken, een stap die door de rechter ongrondwettig is verklaard maar die niettemin door veel deelstaten is nagevolgd. Ook in het Congres worden af en toe pogingen ondernomen om het Engels tot officiële taal te bestempelen - wat het in de praktijk al is, maar niet volgens de grondwet.

Spaans onderwijs, Spaanse televisiekanalen, Spaanse sportbijlages bij Engelstalige kranten, en vooral dienstverlening van de overheid in het Spaans: voor veel Amerikanen ondergraaft het de eenheid van het Amerikaanse volk. Ze zien het als teken dat hispanics weigeren om zich te integreren in de samenleving, zoals generaties immigranten dat vroeger deden volgens het befaamde model van de smeltkroes.

Maar Pachon gelooft niet dat het zin heeft om hispanics de ervaringen voor te houden van eerdere groepen immigranten. “De immigranten uit Latijns Amerika verkeren in een heel andere situatie dan de mensen die uit Europa naar Amerika kwamen en hun cultuur ver achter zich lieten. Latino's willen graag Engels leren, maar ze willen ook hun oorspronkelijk taal en cultuur vasthouden. Door hun ongekend grote aantal en door de geografische nabijheid van Latijns Amerika kan dat ook.”

De angst dat Amerika daardoor taalkundig en cultureel verscheurd wordt is volgens Pachon ongegrond. “Wat in het oog springt is Huntington Park, de barrios, de wijken waar de immigranten volledig hun stempel op hebben gedrukt. Je ziet al die Spaanse uithangborden en denkt: is dat de toekomst van Amerika? Maar wat je niet ziet is dat Huntington Park alleen maar een plaats van aankomst is, waar steeds nieuwe immigranten binnenkomen, om zodra ze het zich kunnen veroorloven op te gaan in Amerika. Wat zich aan het oog onttrekt is de integratie, de trek van hispanics naar de etnisch gemengde voorsteden en de enorme aanpassing aan de Amerikaanse cultuur.”

In het zuiden van Californië verlaat de snel groeiende middenklasse van hispanics inderdaad de etnische enclaves. Ze vestigen zich in blanke buurten en trouwen in grote aantallen buiten de eigen etnische groep. In en om Los Angeles kopen hispanics de helft van alle huizen die op de markt komen. Ze bezitten er een kwart van alle bedrijven. Hun voortuitgang op de maatschappelijke ladder staat helemaal in de traditie van de American Dream.

Een belangrijk deel van die droom is kooplust, de drang om actief deel te nemen aan de Amerikaanse consumptiemaatschappij. En daarvoor hoef je niet eens tot de middenklasse te behoren of Engels te spreken. Esto si es vida! (Dit is het ware leven) roept een groot reclamebord van Heineken in het centrum van Los Angeles. En in het warenhuis Sears, in Boyle Heights, een buurt van Los Angeles waar veel hispanics wonen, wijzen pijltjes de klant in het Spaans de weg. Dit Amerikaanse instituut erkent grif de veranderde samenstelling van de bevolking, en maakt zich met het oog op de balans geen zorgen over een 'balkanisering' van de VS. Het personeel is behulpzaam in twee talen. En ook het assortiment is aangepast aan de Latijnse smaak: witte bh's hebben plaats moeten maken voor zwarte, shirts voor baseball en American football zijn verdrongen door voetbalshirtjes, en op de afdeling witgoed zijn de fitness-apparatuur en de trendy machines om zelf brood te bakken vervangen door naaimachines en tortilla-apparaten.

De culturele invloed van de hispanics op het Amerikaanse leven beperkt zich allang niet meer tot de muziek (mambo, salsa, merengue) en een handjevol acteurs (ooit alleen Rita Moreno, Raquel Welch, Rita Hayworth en Desi Arnaz van I Love Lucy). Geen Amerikaans kinderpartijtje is tegenwoordig nog compleet zonder een aan het plafond bungelende pinata, een kleurig versierd dier van papier maché, dat gevuld is met snoep en dat kinderen volgens oud Mexicaans gebruik met een stok mogen ranselen tot het openbreekt en zijn feestelijke lading over de grond uitstort.

Zelfs de Amerikaanse smaakpapillen zijn getekend door de invloed van de hispanics. In baseball-stadions worden meer nacho's verkocht dan hotdogs. En volgens The New York Times heeft de pikante salsa de tomatenketchup verdrongen als Amerika's favoriete saus, niet alleen in El Pollo Giro in Huntington Park, maar ook op Main Street, U.S.A.

    • Juurd Eijsvoogel