'De kerken hebben een sociale opdracht'

Over 'God in Nederland' is veel onderzoek gedaan. Verschillende denominaties blijken heel verschillend betrokken te zijn bij hun geloof en hun kerk.

HILVERSUM, 8 NOV. Van de Nederlanders is circa 80 procent van oordeel dat de kerken zich over sociale problemen zoals het armoedevraagstuk in Nederland, moeten uitspreken. Een ruime meerderheid vindt ook dat de kerken maatschappelijk relevante instellingen zijn. Dit blijkt uit een onderzoek van het bureau Intomart met de titel 'God in Nederland' dat vanmiddag is gepubliceerd.

Een grote meerderheid is ook van oordeel dat het geen goede zaak zou zijn als geloof en kerk zouden verdwijnen. Het onderzoek is gedaan ten behoeve van het KRO-televisieprogramma Kruispunt dat in opdracht van de leiding van de rooms-katholieke kerk in Nederland wordt vervaardigd.

Het rapport is vanmiddag in Hilversum bekendgemaakt op een bijeenkomst met kerkleiders zoals kardinaal A.J. Simonis en dominee W.B. Beekman en dominee R.S.E. Vissinga, voorzitters van de hervormde en gereformeerde synode.

Het rapport is een vervolg op twee eerdere rapporten over 'God in Nederland'. Het eerste werd in 1966 uitgevoerd door het damesblad Margriet en het tweede in 1979 door het weekblad De Tijd en de KRO. In tegenstelling tot in 1979 bestond het team van godsdienstsociologen dat over het onderzoek een handzaam rapport heeft geschreven, nu niet uitsluitend uit katholieke onderzoekers.

Achttien jaar geleden bleek al dat het katholieke volksdeel uit de vrijzinnigste gelovigen was gaan bestaan. In verhouding tot hervormden en gereformeerden vormen katholieken nog steeds de “minst gelovige geloofsgroep in traditionele zin”, constateren de drie godsdienstsociologen. Slechts 17 procent van hen stemt in met het persoonlijke Godsbeeld. In 1966 was dat nog 61 procent.

Protestanten en in het bijzonder gereformeerden komen uit het onderzoek naar voren als de meest actieve en meest gelovige christenen in Nederland. Zowel hervormden als gereformeerden zijn op alle punten godsdienstiger en kerkelijker dan katholieken. Tien jaar geleden waren katholieken in het algemeen nog christelijker dan hervormden.

Door de programmastaf van de KRO wordt het gepubliceerde onderzoek van belang genoemd, omdat het voor christelijke maatschappelijke organisaties vaak moeilijk is om hun beleid te bepalen en men - ook bij de KRO - soms echt niet meer weet of het bij religie wel of niet om een 'modegril' gaat of hoe cijfers over godsdienstig leven geïnterpreteerd moeten worden.

Het vandaag gepubliceerde onderzoek is uitsluitend op de christelijke godsdienst in Nederland gericht, omdat deze - net als in 1966 - nog steeds de meest dominerende religie is.

Volgens de wetenschappelijke rapporteurs, de gereformeerde oud-hoogleraar dr. G. Dekker, dr. J. de Hart (Sociaal- en Cultureel Planbureau) en prof. dr. J. Peters (godsdienstsocioloog in Nijmegen) is vooral de “dubbele houding” van Nederlanders tegenover de kerken opmerkelijk. Voor het persoonlijk leven en voor het geloofsleven worden de kerken steeds minder belangrijk gevonden, terwijl aan de kerken toch ook een belangrijke publieke rol wordt toebedeeld. Enerzijds hebben dertig jaar lang zo'n honderdduizend Nederlanders per jaar de kerken en hun voorgangers (priesters en predikanten) de rug toegekeerd, anderzijds vervullen de kerken een rol van betekenis als “partners in het publieke debat”. Volgens velen zouden zij in dat opzicht een stuk betrouwbaarder zijn dan de media, de vakbonden, de overheid en de politiek. Volgens de drie rapporteurs blijkt uit de onderzoekresultaten dat de kerken als nuttige instellingen of zelfs als organisaties worden gezien zoals Amnesty International of Greenpeace. Kerken “moeten er zijn, ze moeten actief zijn en ze moeten zich als moderne instellingen gedragen”, zeggen de drie godsdienstsociologen.

Ook signaleren zij dat de meeste Nederlanders vinden dat de kerken de veranderde maatschappelijke opvattingen over abortus en euthanasie moeten legitimeren. Een minderheid vindt evenwel dat de kerken de vormgevers moeten blijven van traditioneel-christelijke opvattingen.

Het team signaleert ook dat het kerkelijke en gelovige deel van de bevolking duidelijk veel actiever in vrijwilligerswerk en sociale hulpverlening is dan de rest van de bevolking. Zo blijkt godsdienst een vorm van 'sociaal kapitaal' te zijn, omdat mensen erdoor gemotiveerd worden om ook buiten het strikt religieuze domein vrijwillig deel te nemen aan allerlei samenlevingsactiviteiten.

    • Frits Groeneveld