De grillige minister

JUSTITIE DIENT, gemeten aan haar eigen maatstaven, 'onberispelijk' te zijn. Deze stelling verkondigt minister Sorgdrager (justitie) in haar jongste begroting die zij deze week in de Tweede Kamer met onverwacht succes verdedigde.

Dit was de week waarin het Openbaar Ministerie in Amsterdam onder vuur kwam omdat het in de zaak tegen Etiënne U. besmet bewijsmateriaal zou hebben gebruikt. Dezelfde week waarin staatssecretaris Schmitz (justitie) in de Kamer spitsroeden moest lopen over het stopzetten van het 'monitoren' van teruggezonden Iraanse asielzoekers tegen de afspraken in.

Een onberispelijke justitie. Het is een ambitieuze doelstelling, geeft Sorgdrager toe. Zij zelf is ook ambitieus. Aan de vooravond van de begrotingsbehandeling liet zij weten te streven naar een tweede ambtstermijn om haar karwei af te maken. Ook al heeft zij daar volgens politieke geestverwanten sterk over getwijfeld. Sorgdrager's eigen opvatting over een onberispelijke justitie lijkt trouwens ook niet geheel te zijn uitgekristalliseerd. Aan de vooravond van de begrotingsbehandeling liet zij weten grote twijfels te hebben over een wet op de kroongetuige. Toch heeft ze deze omstreden figuur in de Hakkelaarzaak geaccepteerd.

HET AANTREDEN VAN Sorgdrager werd algemeen als een verademing beschouwd na haar briljante doch wel erg doordrijverige voorganger Hirsch Ballin. Een vakvrouw die het justitiële bedrijf van binnenuit kent en die zich niet alleen bewust is van de betekenis van het strafrecht maar ook van de betrekkelijkheid ervan. Een minister van justitie wordt van oudsher geacht een beetje buiten het gewoel te staan. In sommige landen is dat tot uitdrukking gebracht met speciale titels zoals “garde des sceaux” of “lord chancellor”.

Kwesties van recht en orde hebben tegenwoordig echter een hoog politiek voltage. Daar was Sorgdrager duidelijk niet helemaal op voorbereid. En dat heeft weer geleid tot een wisselend beeld van haar beleid. Zij zette zich in voor legalisering van softdrugs, maar zag dat onder buitenlandse en binnenlandse druk verkeren in een scherper overlastbeleid. Nog steeds niet slecht, maar toch. Zij verzette zich tegen de bijkans autonome groei van het gevangeniswezen onder het motto “ik ben geen minister van cellenbouw” - maar werd dat wel. Zelfs de alternatieve straffen waar zij zich voor inzet, lijken toch weer een inflatoir effect te hebben, getuige de vier uur taakstraf die onlangs werd uitgedeeld aan een Mavo-scholiere die op heterdaad was betrapt bij het weggooien van een een snoeppapiertje.

Politiek gezien lijkt Sorgdrager overigens niet zozeer kwetsbaar op inhoudelijke punten, als wel door sluimerende twijfel over de vraag of zij voldoende greep op haar ambtenaren heeft. Met een apparaat in voortdurende staat van reorganisatie is dat overigens niet zo'n wonder.

Nu dan toch een tweede termijn. Tenzij “er een trein voorbijkomt die er aantrekkelijk uitziet”. Daar stapt ze direct in, zei Sorgdrager onlangs tegen de Volkskrant. Zo is de carrière van dit beoogde wonderkind in de politiek tot dus toe steeds verlopen.