Bosstrooisel-arrest

Vanaf 1972 was ik, samen met enkele collega's, bij de hoofddirectie van de Waterstaat belast met de vergunningverlening door het Rijk en met de vorming van de bestuursrechtelijke jurisprudentie bij de Kroon met betrekking tot de nogal onbekende Ontgrondingenwet.

Het zogenoemde Bosstrooisel-arrest, waar nu blijkens het artikel 'Overheden staan kennelijk boven de wet' (1 november), mr. A.M. Fransen achter zat, en dat vanuit de sfeer van het strafrecht kwam, was voor ons een geschenk uit de hemel, omdat daarmee kwam vast te staan dat alle bestanddelen van de bodem, hetzij mineraal, hetzij organisch, en zelfs 'levende' bestanddelen, door deze wet worden beschermd.

Het zal de heer Fransen wellicht verheugen te vernemen dat het arrest ons destijds de opening heeft gegeven om ook de winning van levende schelpdieren in de bodem van de Delta en de Waddenzee, met de Ontgrondingenwet in de hand te reguleren en te beperken tot een niet schadelijk niveau. Fransen heeft dus niet alleen de bossen beschermd, maar ook twee van onze kostbaarste natuurgebieden. Dat ondersteunt zijn visie dat 'kleine' zaken ook het grote geheel ten goede kunnen komen.

Het goede werk van Fransen op dit punt is echter grotendeels teniet gedaan. De Ontgrondingenwet is immers inmiddels zodanig gewijzigd dat feitelijk aan de voorziening in de behoefte aan sommige oppervlaktedelfstoffen door winning in Nederland voorrang wordt gegeven. Deze 'omkering' van de Ontgrondingenwet is tot mijn verbazing kennelijk in brede kring niet opgemerkt, wellicht onder de dekking van het veel te zwaar opgetuigde bestuurlijk instrumentarium dat aan deze wet is toegevoegd. Door die wijziging is de Ontgrondingenwet niet alleen de enige Nederlandse wet geworden die gebaseerd is op de sinds WO II verlaten gedachten van autarkie, maar daardoor is ook de evenwichtige afneming, zonder postulaat vooraf, van de belangen van de winning enerzijds, tegen de belangen van onder andere natuur en milieu anderzijds, feitelijk opgegeven ten gunste van het primaat van de winning. In het licht van het vorenstaande is dat ronduit tragisch.

    • O.L.E. Jongmans