Beursgate, de erfenis van de regelloze jaren

Beursgate, het beursschandaal op het Damrak, grijpt diep in. Twee tot voor kort beschutte, maar kapitaalrijke clusters in de samenleving - de beurs en de pensioenfondsen - staan opeens in het volle licht van de schijnwerpers.

“Jouw konijntje heeft een goede neus”. In een telefoongesprek tussen twee tophandelaren op de effectenbeurs van Wall Street, waarin veranderende aandelenkoersen, winstcijfers, overnames van bedrijven en marktstemmingen de hoofdmoot zijn, klonk de flard over een bunny als een niemendalletje. Als een grapje tussen twee oude kennissen.

Of was het meer? Waren de simpele woorden een handig verpakte code voor een handeltje met voorkennis, zo vroegen speurders van het Amerikaanse ministerie eind jaren tachtig zich af. Was het een argeloze opmerking die alleen aan de goede verstaander zijn dubbele bodem prijsgeeft: dat de ene handelaar op basis van voorkennis die hij heeft vergaard de ander tipt dat een specifiek aandeel een koersstijging tegemoet gaat zien? Nu kopen, want rap komt er nieuws van bijvoorbeeld een hoge overnamebieding die de koers van de aandelen omhoog zal jagen.

Onder de oppervlakte van de 'wilde' jaren tachtig op Wall Street, een tijdperk van astronomische koersstijgingen, verlengde limousines en overrompelende bedrijfsovernames, gistte grootschalige financiële fraude. Snel geld, snelle auto's, snelle vrouwen. In de moeder aller schandalen stond Michael Milken centraal, de sterhandelaar van de zakenbank Drexel Burnham.

De aura van Milken kwam tot uiting in zijn bonus in 1986, zijn meest succesvolle jaar: 550 miljoen dollar. Hij was trendsetter in een winner takes all sterrencultuur die de financiële wereld sindsdien alleen nog maar meer opwinding en rampspoed heeft gebracht: Soros nekte het Britse pond in het EMS, handelaar Hamanaka van Sumitomo ruïneerde de kopermarkt en Leeson molde de Britse elitebank Barings.

Milken werd, mede dankzij een zakenpartner die in een justitie informant veranderde, uiteindelijk veroordeeld wegens allerhande ovetredingen van de strenge Amerikaanse effectenwetten. Deze informant, de effectenhandelaar Boesky, zei zelf, ver voordat hij achter de tralies ging:“Ik denk dat hebzucht heel gezond is”. Milkens firma, Drexel Burnham, jarenlang een van de machtigste zakenbanken van Wall Street, sloot in 1990 vrijwillig haar deuren.

Worden de 'wilde' jaren tachtig in Amsterdam nu ook, zij het met enige vertraging, afgerekend, of heeft justitie met het alsmaar uitdijende onderzoek naar 'Beursgate' ook malversaties van recentere datum in handen? En is er, net als in het Milken schandaal, sprake van een heel netwerk van handelaren, financiële of juridische adviseurs en beleggers die elkaar informatie toespelen over lucratieve deals die op handen zijn?

“U heeft het kunnen lezen”, kopte Yab Yum afgelopen zaterdag in een vier kolomsannonce in De Telegraaf in het hart van de rubrieksadvertenties van Diverse clubs en 0906 lijnen. “Bij Yab Yum wordt heel veel over geld gesproken. Het zou dus ook voor uEÉ interessant kunnen zijn om daar binnenkort eens wat zaken te doen.”

De uitbater van het luxe bordeel, dat in financiële kringen beter bekend staat onder de codenaam De Groene Lantaarn (die aan de gevel hangt), zag wel brood in wat reclame na de berichtgeving in hetzelfde ochtendblad dat Yam Yum een centrale rol speelt in 'Beursgate' als pleisterplaats en informatiemarkt voor effectenhandelaren.

Wat is beursfraude zonder horeca? In een restaurant in Bloemendaal zouden verschillende verdachten in een voorkennisaffaire over handel in aandelen van BolsWessanen regelmatige klanten zijn geweest. 'Barretje Hilton' was in de jaren tachtig het verzamelpunt van nieuwe en oude rijken uit het vastgoed, reclame, automatisering en de effectenhandel. In het luidruchtige geroezemoes moet een bestuurder van ING, zo wil althans de overlevering, in 1992 loslippig zijn geweest over privé-transacties van een paar collega's. De verdenking leidde tot het vertrek van diverse managers, een uitgebreid onderzoek van de beurs naar hun handel en wandel dat geen strafbare feiten opleverde en een aanscherping van de regels voor alle honderdduizend werkers in de bedrijfstak banken en effectenbeurs.

Afgaande op de aankondigingen en oproepen de afgelopen dagen van minister Zalm van Financiën, staatssecretaris De Grave van Sociale Zaken, van beurspresident-directeur Möller en van de Verzekeringskamer gaat de geschiedenis zich herhalen. Op de schok volgt de reflex: extra regels. Na de affaire over malversaties in de vastgoedbeleggingen bij het ABP werden de teugels aangetrokken, na de zwartgeld-affaire bij Slavenburgs Bank werden de regels voor identificatie van bankcliënten verscherpt en de ING-affaire legde privé effectenhandel bij banken en op de beurs aan banden.

Beursgate zal dieper ingrijpen. Twee tot voor kort beschutte, maar kapitaalrijke clusters in de samenleving staan opeens in het volle licht van de schijnwerpers. Twee ons-kent-ons culturen moeten opeens verantwoording afleggen. De fraudezaak treft niet alleen de effectenbeurs in het hart, een klein gezelschap van handelaren, hoeklieden en banken, dat tot voor kort gewend was de zaken in eigen kring te regelen, maar ook de wereld van de grote beleggers, de pensioenfondsen voorop. De ongeveer 1.100 pensioenfondsen beheren met relatief kleine staven samen 700 miljard gulden, een bedrag dat groter is dan de jaarlijkse productie van de Nederlandse economie en dat ook harder groeit dan de bejubelde poldereconomie. De pensioenbeheerders moeten ervoor zorgen dat de vergrijzende bevolking op het brood van de AOW straks ook eigen boter en beleg heeft.

De inzet van tweehonderd opsporingsambtenaren twee weken geleden en talrijke huiszoekingen in Amsterdam, maar ook in Londen, in Zwitserland en op de Nederlandse Antillen, plus inmiddels vijf arrestaties moeten justitie een schat aan informatie hebben opgeleverd. Het 'Beursgate' onderzoek grijpt in hoog tempo om zich heen, en minister Zalm van Financiën, die door justitie op de hoogte wordt gehouden van ophanden zijnde belangrijke aanhoudingen, kondigde er gisteren meer aan.

Het onderzoek heeft twee hoofdlijnen: fiscale fraude die via gecodeerde rekeningen bij het effectenkantoor Leemhuis & Van Loon zou zijn gepleegd met (gewoon) zwart geld en/of met crimineel geld. En beursfraude: handel met voorwetenschap, bijvoorbeeld op basis van informatie die alleen een handelaar of een grote belegger heeft. Zij weten van een grote koopopdracht in effecten van een bedrijf, zij verwachten een koersstijging en kopen eerst zelf wat, voordat de grote order “de markt ingaat”. Vervolgens verkopen de handelaar en de belegger hun eigen pakketjes en profiteren van de oplopende koersen.

Effectenhandel met voorkennis is een plaag op de financiële markten die in Nederland snel aan politieke en maatschappelijke belangstelling heeft gewonnen nu de gewone man en vrouw ook op de beurs beleggen. Dat grote beleggers bij verzekeraars, vermogensbeheerders en pensioenfondsen over het algemeen beter zijn geïnformeerd over de aandelenmarkt dan de “kleine” particuliere beleggers is onvermijdelijk. Het is het vak van de geldgiganten, zij moeten wel betere analisten hebben en snellere communicatie met de financiële markten dan de doe-hetzelf-belegger thuis met Teletekst.

Maar als een klein groepje insiders stelselmatig het nieuws eerder kent dan de rest, wordt de basis van een eerlijke markt ondergraven. Zolang de effectenbeurs een speeltuin is voor speculanten en wat gegoede burgers, ligt ingrijpen van politiek of politie niet voor de hand. De beurskrach van 1929 en de schandalen die daarna aan het licht kwamen bezorgden Wall Street, dat in de roaring twenties al volkskapitalisme kende, strikte wetgeving met als spin in het web de almachtige Securities and Exchange Commission (SEC).

Amsterdam volgde met wetgeving tegen misbruik van voorkennis 56 jaar later, in 1989, hetzelfde jaar dat het kabinet de eerste, voorzichtige stappen deed in de richting van volkskapitalisme door de beursgang van staatsbedrijf DSM. De eersten die officieel tegen de lamp liepen waren twee directeuren van een effectenkantoor, maar tot vervolging kwam het niet. Het tijdstip van hun handelen viel in een grijs gebied: was de wet toen al net wel of nog niet niet van kracht. Het kostte hen wel hun baan.

Beurshandelaren zuchten en steunen nu onder de angst dat de excessen uit de regelloze jaren tachtig door de bril van de jaren negentig worden bekeken. “Jullie weten nog niet tien procent van wat zich in de jaren tachtig hier allemaal heeft afgespeeld”, liet een Nederlandse topbankier zich twee jaar geleden op een receptie ontvallen, terwijl hij met een weids gebaar op Amsterdam bij nacht wees.

In 1994 werd 'bedrijvendokter' J. van den Nieuwenhuyzen, een succesvolle nieuwkomer in de ondernemersklasse in de jaren tachtig, door justitie onbedoeld ontmaskerd als een wheeler dealer. Onbedoeld, want justitie probeerde hem twee keer veroordeeld te krijgen wegens effectenhandel met voorkennis en moest twee keer in het stof bijten. De upstart werd vrijgesproken, het establishment is nu de klos. Het gedwongen vertrek dit jaar van bestuurslid De Bièvre uit de top van ABN Amro nadat zijn vrouw had gehandeld met (bij hem opgedane) voorkennis, bewees dat financiële fraude in de hoogste kringen voorkomt.

Of het nu financiële of fiscale fraude is, of een combinatie van beide doordat de winst van illegale handel niet aan de fiscus is opgegeven, Beursgate maakt pijnlijk duidelijk dat de beurs laat zijn bakens heeft verzet naar onafhankelijke toezicht, terwijl de sector van de pensioenfondsen nog verder achterloopt. Doordat elk fonds juridisch zelfstandig is en nogal wat pensioenfondsen notoir traag zijn met het invoeren van veranderingen, ontbreekt een uniforme basis van gedragscodes voor bestuurders en medewerkers en de controle daarop.

Hoe lang dat nog kan voortduren, is de vraag. De snelle verandering in het toezicht op de beurs kan een aanwijzing zijn. In tegenstelling tot Amerika kregen de Nederlandse financiële markten maar een slap aftreksel van de beurscommissie SEC. De eerste baas van SEC was Joe Kennedy, een van de grootste beurshandelaren uit de jaren twintig, de eerste baas van de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) was een voormalig ambtenaar. De STE bleef jarenlang verstrikt in een net van eigen onmacht, de gesloten beurswereld die met zijn verenigingsstructuur al eeuwen zijn eigen boontjes dopte, en getuigde van politieke en justitiële desinteresse.

Dat politici en justitie nu uit een ander vaatje tappen, heeft beurshandelaren en beleggers de afgelopen twee weken overrompeld. Zij hadden, loerend op hun beeldschermen met de laatste koersinformatie, beter kunnen weten. De alsmaar stijgende beurskoersen van de afgelopen vijf jaar culmineerden in de campinghausse van deze zomer en een recordstand van de graadmeter van de beurs. Talrijke spaarders zijn beleggers geworden. In hun kielzog volgt de maatschappelijke aandacht. Een goed politicus heeft een fijne neus voor verandering en een goed gevoel voor de macht van het getal.

De exhibitionistische winsten die de topmanagers met hun aandelenopties de laatste jaren toucheerden, worden vanaf volgend jaar zwaarder fiscaal belast. In het poldermodel, dat net als de besturen van de beurs en van de pensioenfondsen overigens een hoog ons-kent-ons gehalte heeft (werkgevers, werknemers en overheid ruilen loonmatiging voor banengroei), dulden de voormannen geen zelfverrijking. Niet met opties, en ook niet meer met beursfraude.