Beschaving is meer dan mes en vork; Norbert Elias beledigde een filosoof uit Kenia

IN DE bijlage W&O van 25 oktober werd Johan Goudsblom geïnterviewd bij gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam ('Een ideale hutspot').

Ter sprake komt, natuurlijk, de civilisatietheorie van Norbert Elias, waarvan Goudsblom in Nederland de belangrijkste pleitbezorger is en die mede ten grondslag ligt aan zijn visie op samenleven, alsook aan veel werk van een jongere generatie van sociologen waarvan hij, Goudsblom, de gewaardeerde mentor is. De lof die hij in deze krant en elders krijgt heeft hij verdiend als geen ander, dat zij vooropgesteld. Anderzijds mag, zo meen ik, een kritische noot hier niet ontbreken.

Een Nederlandse collega vertelde mij over een pijnlijk incident dat zich begin jaren zeventig in zijn bijzijn voordeed tijdens een internationaal seminar. Op dat seminar had Elias het weer eens over de Selbstzwangapparatur die de beschaafde mens zou kenmerken, en over eten met bestek als uiting van een toenemende beschaafde zelfbeheersing. Een hoogleraar filosofie uit Kenia en enkele Filippijnse wetenschapsmensen namen daar aanstoot aan. De hoogleraar at, zo zei hij, zoals talloze Kenianen sinds mensenheugenis, met zijn handen, en ervoer Elias' stelling als onjuist èn als kwetsend.

Volgens Elias en Goudsblom is in postmiddeleeuws Europa het samenleven complexer geworden, zijn 'interdependentieketens' tussen individuen langer geworden, waardoor zij steeds meer rekening moesten houden met anderen en zich steeds meer moesten beheersen. Relatief onbeheerst gedrag, qua lichaamsfuncties en geweldpleging, zou nog typisch zijn geweest voor middeleeuwers, en zou typisch zijn voor kleinschalige niet-westerse samenlevingen. “Wir werden geboren”, zei Elias in 1987 in een interview, “mit wilden, uneingeschränkten Trieben (...) Wir müssen an Muster der Triebeinschränkung, der Triebbewältigung gewöhnt werden.” De menselijke natuur is wezenlijk en oorspronkelijk wild, ongecontroleerd, impulsief, asociaal, en beteugeling, beheersing, regulering, kortom 'beschaving' zou van buitenaf komen; Selbstzwang zou als Fremdzwang beginnen, en sterker zijn in complexere samenlevingen.

Dat gezichtspunt - tevens bepalend voor Goudsbloms studie over de beschavingsgeschiedenis van het vuur, en voor het werk van bepaalde mentaliteitshistorici, bijvoorbeeld R. Muchembled - komt via Freud uit de negentiende eeuw. Daar wortelt het in enerzijds de evolutionistische antropologie (beschaving als vooruitgang), anderzijds in de levensfilosofie (de natuur en de menselijke natuur als impulsieve, wilde oerkracht), meer in het algemeen in een Europees, burgerlijk idioom van wildheid en beheersing, dat ten minste gedeeltelijk een secularisering is van religieuze ideeën over lichaam en geest, zonde en verlossing. Dat idioom zet de Ander - de boer, de 'primitief', de wilde oermens-in-ons (zo spreekt Freud over het driftleven) - neer als dierlijk en onbeheerst, en de beheerste, met bestek etende burger als beschaafd; of het plaatst de Ander juist op een voetstuk, als onbeheerst in de zin van spontaan, dicht bij de natuur staand en nog ongecorrumpeerd door beschaving.

Van 'dierlijke' impulsiviteit is echter blijkens onderzoek van Frans de Waal en anderen maar weinig terug te vinden bij sociaal uiterst beheerst en subtiel opererende chimpansees. Hans Peter Duerr heeft in zijn Nackheit und Scham(1988, net vertaald) met een overweldigende hoeveelheid empirisch materiaal de indruk gestaafd die men al krijgt als men enkele willekeurige etnografieën van kleinschalige samenlevingen leest: dat men daar, uitgerekend daar, in kleine face to face gemeenschappen uiterst beheerst en 'beschaafd' met elkaar omgaat. Hierop is ook in Nederland gewezen, door Anton Blok en anderen, in vaak heftige confrontaties over Elias' 'civilisatietheorie' sinds ongeveer 1980. En in de huidige academische psychologie is waar het gaat om de complexe interactie van cognitieve en motivationele aspecten van menselijk gedrag van het gedateerde, maar voor Elias en Goudsblom maatgevende idioom van wildheid en beheersing maar weinig terug te vinden. Dat we “nur Gesellschaften (haben), in denen es gelungen ist Trieb- und Affektimpulsen zu regulieren; alle andere sind untergegangen”, zoals Elias in genoemde interview stelt, is een wel erg eenvoudige voorstelling van zaken.

De Keniase hoogleraar, die, zoals hij in genoemde confrontatie opmerkte, Elias' uiteenzetting nogal etnocentrisch vond, had gelijk. Goudsbloms en Elias' idioom van 'affectregulatie' en 'impulsbeheersing' is niet zozeer interessant als instrument om er een Europese, burgerlijke visie op mens en samenleving mee te analyseren alswel als articulatie en symptoom van die visie. Als zodanig behoeft dit idioom zelf analyse.

    • R. Corbey