Aardmagnetische polen zwierden vaak snel over de aarde

In het geologische verleden zijn dergelijke ompolingen van het aardmagnetisch veld veelvuldig voorgekomen, de laatste twee ongeveer 780.000 en 900.000 jaar geleden.

In Nature (16 okt.) doen een Amerikaans en een Frans onderzoeker verslag van een analyse van diepzeesedimenten uit het noorden van de Atlantische Oceaan, waarin de beide laatste ompolingen herkenbaar zijn, doordat fijne deeltjes bestaande uit het mineraal magnetiet zich volgens het toenmalige aardmagnetisch veld richtten bij hun bezinking. De onderzochte sedimenten zijn afgezet met een voor de diepzee uitzonderlijk hoge sedimentatiesnelheid: tot zo'n 12 cm per 1.000 jaar.

De vroegere aardmagnetische polen blijken met grote snelheid van plaats te veranderen ten tijde van omkeringen (die ook gepaard gaan met wisselingen in de sterkte van het aardmagnetisch veld); vroegere metingen die hierop wezen werden tot nu toe veelal afgedaan als 'ruis', veroorzaakt door processen die de magnetisatie van de betrokken mineralen hadden beïnvloed. Perioden van magnetische ompoling worden dus kennelijk gekenmerkt door sterke fluctuaties in de as van de 'magneet' aarde. Op basis van eerdere onderzoeken houdt men het er vooralsnog op dat een volledige omkering geschiedt binnen 1.000 tot 6.000 jaar. Dat is geologisch gezien zeer kort. Gedurende een dergelijk lange tijd zwerven de polen op nogal onvoorspelbare wijze van de ene pool via allerlei bochtige trajecten over de evenaar naar de andere pool. Niet alleen varieert de afstand tussen geografische en magnetische pool dus tot 90°, maar ook bestaan er kennelijk perioden waarin naast een geografische noord- en zuidpool een magnetische 'oost'- en 'westpool' bestaan. Daarnaast blijken beide aardmagnetische polen niet steeds recht tegenover elkaar te liggen: de as van het aardmagnetisch veld loopt dus niet altijd door het middelpunt van de aarde.

    • A.J. van Loon