Zeventien Miljoen

De column van Hofland in NRC Handelsblad van vrijdag 31 oktober over paperback writers bevat een onjuistheid. Hofland beweert dat Georges Simenon een maand met een boek bezig was.

Uit de kalenders, waarop Simenon de dagen aankruiste waarin hij aan een boek schreef en die bewaard zijn door het 'Fonds Simenon' van de Universiteit van Luik blijkt dat de helft van de romans en driekwart van de Maigrets geschreven zijn in zeven dagen. Hij schreef één hoofdstuk per dag, meestal zeven in totaal. Daarna besteedde hij nog één à twee dagen aan de correctie, waarbij er echter weinig werd gewijzigd.

Behalve het rijtje pijpen, lagen er ook vier dozijn nieuwe potloden klaar en werkte hij op vaste tijden, van half zeven tot negen uur 's morgens. De romans schreef hij met potlood en de Maigrets direct op de schrijfmachine.

In een brief aan André Gide verklaart Simenon zijn werkwijze als volgt: “Ik verkeer dan in een 'État de Grâce' en moet daar hoe dan ook in blijven. Als ik een boek begin met bijvoorbeeld een Air van Bach moet ik dat elke dag op hetzelfde tijdstip horen. Aan de dagindeling mag niets veranderd worden, geen post, geen telefoon.”

In feite was hij één met zijn hoofdpersoon en kon deze enorme concentratie een week volhouden. Als het boek klaar was, was hij diverse kilo's lichter geworden en zocht hij ontspanning bij de dames van lichte zeden.

    • Drs. J.M. Schouten