Waar blijft de echte nederlaag van Hussein?

De afhandeling van de nasleep van de Golfoorlog is in een impasse geraakt. Dat ligt niet aan Fransen of Russen of Arabieren, die inmiddels wel wat zien in verbeterde betrekkingen met Saddam Hussein. De moeilijkheden vloeien voort uit de mislukking van de Amerikaanse politiek.

In de euforie over Iraks nederlaag begin 1991 is de labiliteit van de uitkomst van die oorlog lange tijd veronachtzaamd. Koeweit was bevrijd, Irak werd onder curatele gesteld, maar Saddam Hussein en zijn kliek bleven aan de macht. De Verenigde Staten wensten de integriteit van Irak te handhaven met het oog op het regionale machtsevenwicht en meenden Saddam op de koop toe te moeten nemen. Bewust werd de presidentiële garde gespaard. Die elitetroepen werden vervolgens gebruikt om opstanden van Koerden en shi'iten neer te slaan.

Wat daarna gebeurde was met het voorafgaande in tegenspraak. Onder druk van televisiebeelden over het lot van gevluchte Koerden in het onherbergzame Iraaks-Turkse grensgebied werd het Iraakse leger de toegang ontzegd tot grote delen van Iraaks Koerdistan. Ook in het shi'itische zuidoosten van het land werd Saddams bewegingsvrijheid beknot. Maar het hartland van Irak bleef in de knellende greep van het regime. Als de Amerikanen al hebben aangestuurd op een machtswisseling in Bagdad, dan is daar niets van terechtgekomen. Zelfs naaste familie spaarde de leider niet als het er om ging zijn positie veilig te stellen.

De Amerikaanse regering heeft sindsdien drie onderling onverenigbare doelen nagestreefd: behoud van de integriteit van Irak, ontmanteling van Saddams massavernietigingswapens en vrijwaring van minderheden van terreur. Vergaande sancties en regelmatige inspecties van wapenfabrieken en arsenalen moesten die doelen binnen bereik brengen. Maar de omstandigheden en de persoon van Saddam zijn onoverkomelijke obstakels gebleken. 'Veilige haven' Koerdistan is tot een jachtgebied verworden van rivaliserende Koerdische strijdgroepen en van het Turkse leger, dat er een gewoonte van heeft gemaakt Turks-Koerdische dissidenten tot ver in Irak te achtervolgen. Saddam bemoeilijkt waar hij maar kan het werk van de internationale inspecteurs.

Intussen heeft Saddam een veel gevaarlijker wapen in stelling gebracht dan wat er ook maar in zijn geheime installaties aan atoombommen en gifgas werd, en vermoedelijk wordt, aangemaakt. Hij heeft het internationale scherm waarachter de Verenigde Staten opereerden, aan stukken gereten. Dat heeft hij bereikt door stelselmatig een onderscheid te maken tussen de Verenigde Naties, in wier naam hem de sancties werden opgelegd, en Amerika als voornaamste uitvoerder. De Amerikanen zelf hebben zich bij herhaling kwetsbaar gemaakt voor Saddams tactiek. Represailles met kruisraketten wegens plaatsing van luchtdoelraketten in Zuid-Irak (1993), wegens een voorgenomen moordaanslag op ex-president Bush tijdens diens bezoek aan Koeweit (1993), wegens een Iraakse interventie in Koerdistan (1996) en nu weer dreigementen wegens Saddams bevel Amerikaanse VN-inspecteurs uit te wijzen, hebben Bagdad steeds weer de gelegenheid geboden Amerika als enige aartsvijand van Irak af te schilderen.

De tijd werkt in Saddams voordeel. Bij andere permanente leden van de Veiligheidsraad is vermoeidheid ontstaan over de uitzichtloosheid van de situatie. De sancties treffen het Iraakse volk, niet Saddams heersende clan, die in weelde baadt. De veronderstelling dat de bevolking zich van het regime zou (kunnen) afkeren is niet uitgekomen: Saddam buit het lijden van de Irakezen daarentegen uit om hen, in hun isolement, gemakkelijker te manipuleren in hun afkeer van een als vijandig ervaren buitenwereld. Dat lijden is een argument voor beëindiging van de sancties. Ook al mag worden aangenomen dat voorstanders van opheffing er meer materialistische motieven op nahouden, dat argument valt niet eenvoudig te ontkrachten.

President Clinton onderkent het gevaar. Hij heeft er nog eens op gewezen dat het conflict over de Amerikaanse VN-inspecteurs niet een zaak is tussen Saddam en de Verenigde Staten, maar tussen Saddam en de Verenigde Naties. Formeel heeft Clinton het gelijk aan zijn kant. Alleen, dat gelijk wordt hem ook slechts formeel gegund. De Veiligheidsraad kon het zich niet veroorloven Saddams bevel te laten passeren. Maar de gezamenlijke resolutie die Bagdad oproept dat bevel ongedaan te maken, heeft voorlopig niet meer dan formele betekenis. Bij de stemming over een eerdere resolutie waarin de bestaande sancties werden uitgebreid omdat de obstructie tegen de inspecties voortduurt, onthielden zich drie permanente leden van de raad - Frankrijk, Rusland en China. De Amerikaanse dreigementen met militair ingrijpen stuitten vervolgens op kritiek van dezelfde landen.

Natuurlijk zijn de VS heel wel in staat om Saddam gevoelig te treffen. De kruisraketten zouden nu op de hoofdkwartieren van de presidentiële garde gericht staan. Het werk dat in 1991 bleef steken, zou nog kunnen worden afgemaakt. Misschien dat die bedreiging indruk maakt en dat de hoge VN-missie die in Bagdad verblijft, niet met lege handen naar New York hoeft terug te keren. Maar aan het verschijnsel Saddam zou dat weinig veranderen. De man heeft strategische misrekeningen gemaakt - toen hij Iran binnenviel (1980) en later toen hij Koeweit veroverde (1990) - maar tactisch vernuft is hem niet vreemd. Inbinden nu, betekent niet dat hij het sloopwerk aan de internationale saamhorigheid zal stopzetten.

In een nieuwe politiek zouden nieuwe elementen moeten worden verwerkt. Allereerst zou aan de anarchie in Noord-Irak een einde moeten worden gemaakt. Nu steunt de CIA verschillende Koerdische facties zonder dat aan de onderlinge strijd een einde wordt gemaakt. De burgeroorlog heeft al omliggende machten als Turkije en Iran aangezogen en ook Saddam zelf heeft van de Koerdische verdeeldheid misbruik gemaakt. Vluchtelingenstromen uit Koerdistan belasten Europa. Zolang Saddam de macht in Bagdad heeft zal een enigszins bevredigende regeling voor het Koerdische vraagstuk niet buiten hem om tot stand kunnen worden gebracht.

Met handhaving en intensivering van de sancties tegen Saddam is de internationale gemeenschap op dood spoor geraakt, zoals de tegenstellingen die naar buiten zijn gekomen aantonen. De alliantie die de Golfoorlog voor haar rekening nam, is uiteengevallen. Een salvo kruisraketten zal daaraan niets veranderen.