VERKIEZINGS- PROGRAMMA'S

Europees beleid en nationale politiek gaan niet altijd samen. Drie dagen na de selectie van de EMU-landen, op woensdag 6 mei 1998, gaat Nederland naar de stembus. Alle reden dus om in de verkiezingsprogramma's, die de politieke partijen afgelopen weken presenteerden, uitvoerig stil te staan bij het einde van de vier eeuwen oude gulden.

Dat valt nogal tegen. De verkiezingsprogramma's beperken zich tot obligate opmerkingen over het belang van de EMU, de euro en de terugdringing van het financieringstekort. Op hoofdpunten bestaat overeenstemming tussen de vier grote partijen. Zij staan alle vierkant achter de nieuwe munt, zolang aan de toelatingscriteria uit het Verdrag van Maastricht wordt voldaan en de bepalingen van het Stabiliteitspact voor begrotingsdiscipline na het invoeren van de EMU worden nagekomen. Maar voor de details daarvan heeft vrijwel geen partij belangstelling.

Met een tekort onder drie procent van het bruto binnenlandse product kan Nederland toetreden. De vier grote partijen streven naar een tekort in 2002 van één procent. Zij achten dit met het 'behoedzame scenario' van twee procent economische groei per jaar haalbaar. Dat levert een veilige marge op ten opzichte van de EMU-norm en een afname van de rentelasten en de staatsschuld.

Maar het Stabiliteitspact spreekt van een begroting die onder 'normale' omstandigheden in evenwicht is of een overschot heeft. In Ierland, Denemarken en Luxemburg is dat nu al het geval. CDA en VVD willen het tekort pas na 2002 helemaal wegwerken. Wie dan leeft wie dan zorgt.

Het VVD-verkiezingsprogramma is van alle programma's het strengst over de selectie van de EMU-landen. De liberalen willen alleen in zee met landen die “duurzaam” aan de criteria voldoen - zoals trouwens ook in het Verdrag van Maastricht staat. Namen worden niet genoemd, maar VVD-kamerlid Hans Hoogervorst plaatst herhaaldelijk vraagtekens bij Italië.

Uit de formulering van de PvdA kan afgeleid worden dat de socialisten Italië graag binnenboord halen. Immers “voorkomen moet worden dat de EMU binnen Europa nieuwe scheidslijnen trekt tussen Noord en Zuid of Oost en West.” Als Italië voldoet, moet het volgens Kamerlid Rich van der Ploeg meedoen. “Het lijkt wel eens alsof de VVD telkens nieuwe criteria wil verzinnen om Italië erbuiten te houden.”

Het CDA is de enige partij die in het verkiezingsprogramma oog heeft voor bijkomende problemen. De christen-democraten geven zich er rekenschap van dat een goede voorbereiding van de euro verder gaat dan een sluitend begrotingsbeleid. De partij onderstreept de noodzaak van goede voorlichting, en bepleit een korte invoeringsperiode in 2002, wanneer het eurogeld gaat circuleren, en tijdelijke fiscale faciliteiten voor het midden- en kleinbedrijf als financiële tegemoetkoming.

Het CDA accepteert ook expliciet dat de introductie van de euro dwingt tot grotere bevoegdheden van Brussel om het fiscale en het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten te coördineren. D66 en PvdA branden zich niet aan de gevoelige vraag van het overhevelen van nationale bevoegdheden. De VVD noemt de harmonisatie van regels door centralisatie op Europees niveau “veelal ondoelmatig en ongewenst”.

De christen-democraten hebben de eerste aanzet gegegeven om de euro te gebruiken als oppositiewapen. Enkele weken geleden liet Europarlementariër Hanja Maij-Weggen op een CDA-bijeenkomst in Amsterdam kritiek horen over de manier waarop de overheid de voorlichting verzorgt over de munt. Kamerlid Gerrit Terpstra ontkent dat het CDA de euro als oppositiewapen ziet. “In essentie zijn de vier grote partijen het eens.”

GroenLinks heeft een afwijkend geluid. Deze partij vindt dat het begin van de EMU moet worden uitgesteld tot het moment waarop de EU minimum-normen op sociaal en milieuterrein aanvaardt en mogelijkheden schept voor een Europese aanpak van de werkloosheid.

De meeste woordvoerders liggen er niet wakker van dat de komst van de euro in de verkiezingsprogramma's beknopt wordt behandeld. Hoogervorst: “De praktische aspecten van de invoering van de munt houden we wel in de Kamer in de gaten.”

Bij Nico Wegter, directeur van het bureau van de Europese Commissie in Nederland, wekt het “een zekere mate van verwondering” dat de impact van de EMU op het kabinetsbeleid in de komende vier jaar in de verkiezingsprogramma's “niet erg terug is te vinden”. Traditioneel gezien speelt Europa geen prominente rol in partijprogramma's. “Ook voor agenda 2000 - de uitbreiding van de EU - en de nettobijdrage van Nederland aan de Unie, bieden de programma's weinig houvast.” (MS)

Agenda

10 en 17 november: Teleacserie Ondernemen met de Euro. Ned.2 23.35 uur. 14 november: 'De waarde en de stabiliteit van de euro.' Forumleden o.a. F. Bolkestein en J. Wallage. Utrecht, info: 030 2577180.

Redactie: Roel Janssen en Mathijs Smit Suggesties: rjanssen@nrc.nl of 010 4067331