Tibet-lobby in VS ingenomen met 'speciale coördinator'

De Tibetanen zijn opgetogen over de aanstelling van Gregory Craig tot 'speciale coördinator Tibetaanse zaken' van het State Department. Zij hopen dat Craig de 'Holbrooke van Tibet' wordt.

washington, 7 nov. Lodi Gyari, speciaal afgezant van de Dalai Lama en president van de Internationale Campagne voor Tibet, een niet-gouvernementele organisatie die een prestigieus kantoor in Washington heeft, hecht politieke betekenis aan Craigs benoeming. Gyari zegt dat de Tibet-lobby erin geslaagd is, mede dankzij het recente bezoek van Jiang Zemin, om de kwestie Tibet te scheiden van de mensenrechten.

Het dieptepunt van Jiang's bezoek was diens vergelijking van de bevrijding van de Amerikaanse negerslaven in 1861 met het neerslaan door China van de Tibetaanse opstand in 1959, want die had tot de afschaffing van de lijfeigenschap in Tibets theocratische maatschappij geleid. Gyari zegt dat dit zoveel verontwaardiging in politiek Washington heeft gewekt dat de kwestie Tibet is losgekoppeld van de mensenrechten. Niet dat Tibet geen mensenrechtenprobleem is, maar, zo zegt Gyari, schendingen van de rechten van de mens en vernietiging van het milieu zijn slechts neveneffecten van de Chinese bezetting. Gyari heeft krachtig gelobbied om te verhinderen dat het hoofd van het Bureau Mensenrechten in het State Department Tibet-coordinator zou worden of dat het bij het Bureau Azië en het Stille Oceaangebied zou worden ondergebracht, want daarin zou Tibet gemarginaliseerd zijn.

Craig is een centrale figuur in het State Department die tot de dagelijkse entourage van minister Albright behoort. Amerika's hoofddoel is, volgens Albright zelf, om het onderhandelingsproces tussen Peking en Dharamsala, het Indiase ballingsoord van de Dalai Lama, weer op gang te brengen.

Van 1980 tot 1984 zijn verschillende onderhandelingsrondes gehouden, nadat de toenmalige liberale partijleider Hu Yaobang in 1980 in bedekte vorm zijn verontschuldigingen had aangeboden voor het Chinese wanbestuur in Tibet. De onderhandelingen verliepen zeer moeizaam vanwege de afwijzing door de Tibetanen van de Chinese eis dat zij erkennen dat Tibet historisch gezien een deel van China is geweest.

Tibet heeft gedurende verschillende periodes speciale banden met China gehad. In de 17e eeuw en 18e eeuw was het een protectoraat van het Chinese keizerrijk, vanwege een nieuwe Mongoolse dreiging, en daarna bestond er tot 1911 een soort 'personele unie' tussen de Dalai Lama en de keizer. Tibet is echter nooit een integraal deel van China geweest. Na het ineenstorten van het Chinese keizerrijk in 1911 verklaarde Tibet zich onafhankelijk, maar het zocht en kreeg geen internationale erkenning.

Het Tibetaanse aandringen op hereniging van alle delen van historisch Tibet was een tweede onoverkomelijke hindernis. Wanneer Peking over Tibet praat, bedoelt het de huidige 'Autonome Regio Tibet', die ongeveer de helft van 'Groot Tibet' beslaat, dat de Chinezen over de vier aangrenzende Chinese provincies Qinghai, Gansu, Sichuan en Yunnan hebben verdeeld. De Tibetanen eisten vervolgens vanaf 1982 dat zij onder een nieuwe formule dezelfde mate van autonomie zouden krijgen als Hongkong inmiddels heeft en aan Taiwan beloofd is. China heeft dit categorisch verworpen.

Na het definitief afbreken van de dialoog in 1985 heeft de Dalai Lama dankzij zijn toenemend prestige als charismatisch religieus leider de kwestie Tibet geïnternationaliseerd om externe druk op China uit te oefenen en dat heeft de Chinese positie steeds verder verhard. In 1988 heeft de Dalai Lama in een toespraak tot het Europese Parlement aangeboden niet langer voor Tibetaanse onafhankelijkheid te zullen ijveren en met substantiële autonomie genoegen te zullen nemen. Een een nieuwe dialoog is evenwel niet meer op gang gekomen vanwege een hernieuwde Chinese repressiegolf, eerst in Tibet en in 1989 in China zelf. Sinds 1992 profiteert een deel van de Tibetaanse bevolking mee van de hoge economische groei in heel China. Het Chinese regime meent nu dat het zich om die reden kan permitteren de Dalai lama te negeren en te wachten tot hij sterft. China kan dan zelf een opvolger selecteren, zoals het met de op één na hoogste religieuze leider, de Pantsjen Lama, heeft gedaan en die manipuleren. De huidige Dalai Lama is echter pas 61 en kan nog best 25 jaar of langer leven. Wachten op zijn dood en Tibet voor onbepaalde tijd laten doorzieken kan een te riskante last voor China worden. Dialoog, compromis en een overeenkomst zijn betere alternatieven. Als de Verenigde Staten daarin de rol van gangmaker kunnen spelen en Craig de 'Holbrooke van Tibet' zou worden, dan zou dat historisch kunnen worden.

Lodi Gyari is optimistisch. Hij gelooft vast dat er in ongeveer drie jaar een overeenkomst zal komen die Tibet een aanvaardbare vorm van autonomie zal geven en dat de Dalai Lama zal terugkeren, maar geen politieke of ceremoniële functie zal aanvaarden. “Hij zal alleen de vrijheid eisen om Tibet en het hele Chinese vasteland rond te reizen en overal boeddhisme, vrede en geweldloosheid te preken, ook op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking”.