Sluipwespen voor de tuin

Nederlanders hebben alles over voor het milieu, zolang het maar geen geld kost. Wij zijn de kampioenen van de glasbak, maar een kwartje meer voor een kropje eco-sla kan er niet vanaf. Dat is onze reputatie. Terecht of onterecht?

Als het om onze 4,2 miljoen tuinen gaat, ons eigen kleine paradijs op aarde, kiezen we in ieder geval steeds vaker voor het milieu, ook al kost dat soms meer geld, tijd en moeite. Zes van de tien Nederlanders kopen bij het tuincentrum biologische bestrijdingsmiddelen in plaats van chemische. Dat is twee keer zoveel als vier jaar geleden. Dezelfde trend doet zich voor bij de meststoffen. Bijna 80 procent van de klanten van de tuincentra koopt tegenwoordig natuurlijke mest.

“Wij hebben de Nederlandse consument van de kunstmest af gekregen”, zegt Anne Jan Zwart, directeur van Ecostyle uit Appelscha niet zonder trots. Ecostyle verkoopt ecologisch verantwoorde tuinverzorgingsmiddelen. De omzet, nu 11 miljoen gulden, stijgt jaarlijks met zo'n 30 procent. Dat is vooral te danken aan de communicatie-inspanningen van het bedrijf. Door lezingen, bio-seminars, samenwerking met tuincentra en damesbladen, een eigen tijdschrift en een telefonische groenlijn, bekeert Zwart de met chemische middelen opgegroeide consument tot groen tuinieren. “Wij zeggen in onze publicaties: je tuin is natuur. Daar gebeurt meer dan dat er een plantje groeit”, aldus Zwart. De boodschap slaat aan. Steeds meer tuinierende Nederlanders bestrijden spint, luis en andere plaaginsecten met middeltjes op plantaardige basis of met sluipwespen, roofmijten, aaltjes en lieveheersbeestjes.

Ecostyle betrekt deze natuurlijke bestrijders van Koppert Biological Systems uit Berkel en Rodenrijs, een kwekerij van insecten, mijten en micro-organismen. Terwijl Ecostyle de consumenten voorlicht, richt Koppert zich op de tuinbouwsector. Al dertig jaar lang zet het bedrijf zich in voor het gebruik van biologische bestrijdingsmiddelen. Mede daardoor is de toepassing van chemische middelen bij de teelt van tomaten en paprika's de laatste 10 jaar met 80 procent gedaald en mag de Nederlandse tuinbouw nu wat gewasbescherming betreft als de milieuvriendelijkste van de hele wereld worden beschouwd.

Koppert is deze week genomineerd voor de Nationale Toekomstprijs. Dat is een prijs voor een organisatie die een bijdrage levert aan een duurzame toekomst. Klanten van Koppert zijn het van harte met de nominatie eens. “Een terechte keuze”, vindt kweker Paul Bol uit Poeldijk. Bol heeft samen met 11 andere vooruitstrevende telers de vereniging Action Pearl opgezet. “In nauwe samenwerking met Koppert gaan wij een jaar lang pesticidevrij telen. We willen laten zien dat de productietuinbouw in staat is milieuvriendelijk te werken. Het is pionierswerk, maar ik geloof erin. We kunnen heel dicht in de buurt van het EKO-product komen”, aldus Bol.

Voor een EKO-keurmerk komen de producten van de telers niet in aanmerking omdat ze niet in de volle grond kweken maar op 'substraten', voedingsbodems die bijvoorbeeld uit steenwol bestaan. Bol: “Wij zijn op substraten overgegaan vanwege het verbod op het gebruik van ontsmettingsmiddelen. De biologische tuinders werken met wisselteelt. Onze werkwijze is niet minder milieuvriendelijk. Alles wat wij gebruiken, de substraten, de folies en het water, wordt gerecycled. Ons groene afval wordt gecomposteerd.”

Een groot probleem voor Bol en zijn telersvereniging is hoe ze de consument kunnen overtuigen van de ecologische voordelen van hun tuinbouwproducten. “De Nederlandse consument weet niet wat er allemaal verbeterd is in de tuinbouw. We hebben nog steeds het stigma van milieuvervuilers. Als individuele producenten kunnen we daar weinig aan veranderen. Dat moet de Greenery doen die onze afzet verzorgt”, zegt Bol.

De Greenery, een vorig jaar opgerichte coöperatie van veilingen, heeft nog geen marketingplan voor milieuvriendelijke tuinbouwproducten. Maurice Wubben, hoofd marketing en communicatie van Koppert, maakt zich daar zorgen over. “De telers verdienen een beter imago dan ze nu hebben”, vindt Wubben. “Wij hebben daarom zelf een communicatieplan gemaakt. Wij gaan het beeld van een hommeltje koppelen aan het product van telers die biologische bestrijdingsmiddelen gebruiken. Het hommeltje is niet gericht op de consument maar op de supermarkten, want die moeten als eerste overtuigd worden. Kwaliteitssupermarkten als Albert Heyn in Nederland en Coöp in Zwitserland hebben grote belangstelling voor deze manier van telen. De discountsupers zijn er minder in geïnteresseerd. Ik ga de komende maanden alle grote supermarkten in binnen- en buitenland bezoeken om hen van de teeltontwikkelingen op de hoogte te stellen.”

Koppert heeft een omzet van 30 miljoen gulden en is wereldmarktleider op het gebied van biologische bestrijdingsmiddelen. Het bedrijf kweekt 25 verschillende soorten insecten voor de bestrijding van plagen. Behalve plaaginsecten komen er ook ziektes voor in tuinbouwgewassen, zoals schimmels. Ook daartegen kunnen biologische bestrijdingsmiddelen worden ingezet. Tegen een schimmel kan bijvoorbeeld een andere schimmel worden gebruikt. “Het probleem is dat de toelatingsprocedure voor biologische correctiemiddelen tegen ziektes erg duur is”, zegt Wubben. “Zo'n procedure kost een half miljoen per product. Die kosten verdien je nooit terug. De overheid moet daar snel iets aan doen. Het is ook hoog tijd dat er in Europa een harmonisatie komt wat dit betreft. In ieder land geldt nu een ander toelatingsbeleid.”

    • Dieuwke Grijpma