Serviër bekent zeker tachtig moorden in Kroatie, Bosnië

BELGRADO, 7 NOV. De Joegoslavische autoriteiten hebben gisteren een Serviër gearresteerd, naar aanleiding van zijn bekentenis dat hij tijdens de oorlogen in Kroatië en Bosnië zeker tachtig Kroaten en moslims heeft vermoord.

Slobodan MišiEÉc, een ex-bokser, werd in Vranje, in het zuiden van Servië, aangehouden. Hij wordt nu ondervraagd door een openbare aanklager, die moet beslissen of hij in staat van beschuldiging wordt gesteld. Zijn naam komt niet voor op de lijst van verdachte oorlogsmisdadigers van het Haagse VN-tribunaal.

MišiEÉc' bekentenissen verschenen woensdag in het plaatselijke blad Novine Vranjske; ze werden opgepikt door twee onafhankelijke persbureau's in Belgrado en gisteren overgenomen door een aantal Joegoslavische kranten.

MišiEÉc zei als vrijwilliger te hebben gediend in de oorlog waarmee de Serviërs in de tweede helft van 1991 Kroatië op de knieën wilden dwingen. Hij meldde zich aan omdat hij “de massamoorden tegen de Serviërs in Kroatië” niet kon aanzien en werd naar Vukovar gestuurd. Daar had hij diverse Kroaten vermoord: “Zij vermoordden ons, wij vermoordden hen.” Het ging, zei MišiEÉc, om “extremisten die de plaatselijke Serviërs bekend waren en die direct werden geliquideerd”. Omdat het niet was toegestaan gevangenen te doden, kreeg MišiEÉc een week gevangenisstraf.

In april 1992 ging MišiEÉc als vrijwilliger naar Bosnië. Hij hielp er “moslim-dorpen schoon te vegen, een voor een”. “We staken alles in brand wat we zagen. We gooiden handgranaten in huizen. Na afloop waren de dorpen volledig weggevaagd.” Hij zei dat niemand er zich om bekommerde of er nog mensen in de huizen waren als ze in brand werden gestoken. Gevangenen werden vermoord en daarvoor werd niemand gestraft, zoals in Vukovar nog wel was gebeurd. “Wie had me moeten straffen? Je kon doden zoveel je wou.” Kinderen vermoordde MišiEÉc niet. Vrouwen wel. Bij de 'etnische zuivering' waarbij hij betrokken werd vielen volgens MišiEÉc vier- tot vijfduizend doden onder de moslims. “In het dorp Tegare werden in drie tot vier uur meer dan duizend moslims doodgeschoten.”

MišiEÉc zei twee moslims te hebben onthoofd. Het hoofd van een van hen spieste hij op een paal. Toen zes moslims het lichaam 's avonds kwamen ophalen, doodde hij hen ook. Hij zei verder dat hij, als hij geld nodig had, van gedode moslims het linkeroor afsneed om het voor 50 mark per stuk te verkopen aan andere Serviërs.

Op de vraag waarom hij zijn misdaden nu bekent zei MišiEÉc: “Ik ben een dode. Mij kan niets slechts meer overkomen. Ik ben nu vijftig. Ik ben het liegen moe. Iedereen liegt, iedereen poetst de dingen op. We moeten voor eens en voor altijd zeggen hoe het was.”

Desondanks had MišiEÉc alleen spijt van de moord op twee moslim-vrouwen. Wat de andere moorden betreft zei hij niets te betreuren: “Ik zou hetzelfde nog eens doen als er in [het door een meerderheid van Albanezen bewoonde] Kosovo iets zou losbarsten.” Op de vraag of hij het moorden niet moe is, zei hij: “Je maakt je grootste fout als je je eerste moord pleegt. Daarna gaat het zijn eigen gang. Het kruipt je bloed binnen, je hersens, als een drug. Je kunt niet meer zonder.” (Reuters)