Rotterdam: havenbedrijf anders sturen

ROTTERDAM, 7 NOV. De gemeente Rotterdam gaat onderzoeken of het gemeentelijke havenbedrijf (GHR) moet worden verzelfstandigd. De gemeente heeft daarom het licht op groen gezet voor een 'andere aansturing' van de haven. Een van de mogelijkheden waaraan wordt gedacht is de oprichting van een overheidsbedrijf waarvan de aandelen in handen van de gemeente Rotterdam komen.

Wethouder H. van den Muijsenberg heeft de Rotterdamse gemeenteraad laten weten daarover met het kabinet te zullen gaan praten. Van een privatisering van het havenbedrijf wil hij overigens niet weten.

De nieuwe opzet is volgens de wethouder en de directeur van het havenbedrijf W. Scholten noodzakelijk omdat de impact van het haven- en industriecomplex de regionale grenzen van Rotterdam ver heeft overschreden. “Dat merk je aan de besprekingen met onze Haagse partners van VROM, Verkeer en EZ over de tweede Maasvklakte”, zegt Van den Muijsenberg. “Je merkt dat ze zich afvragen: is die haven een speeltje van de gemeente Rotterdam of een nationale zaak? Het laatste is het geval in mijn optiek. Het belang van mainport Rotterdam gaat ook voor Den Haag verder dan de grenzen van de gemeente Rotterdam.”

De rijksoverheid is een belangrijke investeerder bij grote infrastructurele werken in de haven en de aangewezen gesprekspartner in Brussel waar de geldstromen op Europees niveau voor de mainmports worden gecoördineerd. “Bovendien gaan investeringen, achterlandverbindingen en de daarmee verbonden risico's de financiële competentie van de gemeente ver te boven”, zegt Van den Muijsenberg.

Rotterdam inde vorig jaar aan zeehavengeld, binnenhavengeld, huren, pachten en kadegelden 702 miljoen gulden. Daar tegenover stonden 620 miljoen aan lasten. Van het resterende bedrijfsresultaat van 82 miljoen werd 40 miljoen gulden afgedragen aan Rotterdam. De gemeente eist als voorwaarde voor medewerking aan verzelfstandiging van het havenbedrijf dat die geldstroom blijft bestaan.

Directeur Scholten maakt zich al geruime tijd sterk voor verzelfstandiging van zijn bedrijf. Hij geeft als voorbeeld Hamburg. “In Duitsland zet de haven van Hamburg in het achterland bedrijven op voor het laden en lossen van containers. Klanten krijgen daar meer korting als ze hun lading via Hamburg verschepen.”

Scholten staat een dergelijk concept ook voor ogen met Rotterdam. “Zelfs investeringen in een haven als Triëst acht ik wat dit betreft niet ondenkbaar. Hoewel ik me goed realiseer dat men in Rotterdam gezien de afstand alleen bij het horen van die naam al begint te steigeren.” Ook denkt Rotterdam kennis en expertise van havenmanagement te kunnen exporteren. Scholten vindt Schiphol een mooi voorbeeld. “Dat exporteert ook kennis en de blauwdruk van Schiphol wordt door verschillende luchthavens elders in de wereld gehanteerd.”