Rogie haalt de natuur het theater in

Voorstelling: Klavier door Compagnie Peter Bulcaen. Choreografie/ toneelbeeld: Piet Rogie. Muziek: pianosolo's van o.a. Bach en Cage. Gez.: 6/11, Lantaren/Venster, Rotterdam. Herh. aldaar t/m 8/11. Tournee t/m januari 1998. Inl.: (010) 244 09 68.

Met de toekenning vorig week van de Prins Bernhard Fonds Theater Prijs 1997 aan Piet Rogie (1954) lijkt geen einde te zijn gekomen aan het succes van de choreograaf. Ook zijn nieuwste stuk Klavier bewijst dat de met Kataloog (1989), Cargo/Montage (1995), Naast (1996) en Nondescript (l997) ingeslagen weg van het muziekballet, de juiste is.

Inspiratiebron vormt dit keer een reeks pianosolo's van dertien componisten, variërend van J.S. Bach tot en met John Cage. Rogie meent dat juist een klavier-componist, door het ontbreken van een mogelijkerwijs verbloemende orkestratie, wordt gedwongen zo helder en puur mogelijk te componeren, iets waar hij als choreograaf ook naar streeft. Rogies muziekkeuze is geraffineerd: hoewel de werken van verschillende tijden en componisten zijn, vormen zij een vloeiende schakel. Zonder wapperende haren, maar met evenveel temperament is ook Rogie een 'klavierleeuw' geworden. Hij beroert het toetsenbord van de piano met zijn eigen 'instrumenten', twee dansers en drie danseressen.

Deze ontmoeten elkaar op een witte vloer, die aan weerszijden wordt afgesloten door coulissen van doorschijnend, lila-zilver materiaal met bloemmotief. Een met zilverkleurige stof omlijst filmdoek beslaat de achterwand. De projecties van een groene, door de wind bewogen boomkruin en een totaal van diezelfde boom in een park, zijn mooi vanwege de kleurstelling ten opzichte van de rest van het toneelbeeld en halen de natuur het theater in.

De dansers treden de muziek in verschillende patronen tegemoet: er zijn solo's, duetten, trio's, kwartetten, kwintetten en combinaties hiervan. Of ze elkaar nu afwisselen of in elkaar overlopen, het gebeurt altijd vloeiend. Zo natuurlijk als het wuiven van de bladeren, zo puur als het ademhalen van de naakte lichamen onder de doorzichtige zwarte of wit-roze jurkjes en shirtjes. Soms volgt de dans het ritme van de muziek letterlijk, maar meestal vormen muziek en dans twee harmonieus naast elkaar bestaande grootheden. Deze onafhankelijkheid is overduidelijk wanneer een dansthema doorloopt terwijl de muziek is gestopt of overgegaan in een volgende compositie.

De uitvoering is zo geconcentreerd en precies dat de aandacht van de kijker onverbiddelijk op constructie en vorm wordt gericht. Het bijzondere is dat deze abstracte, pure dans tevens menselijk en emotioneel is. De dansers zijn geen pionnen, maar personen van vlees en bloed die elkaar aankijken, toelachen of kritisch gadeslaan met de handen op de rug. Het dansen op blote voeten, op sokken of hink-stap op één pump, heeft iets huiselijks. Daarnaast doorbreken typische Rogie-rariteiten de serieuze sfeer. Tussen de muziek door klinkt de krakende stem van Arnold Schönberg. Dansers dragen kanten oud-Hollandsche kapjes of steken een pijp op.

Het gevaar dat deze openheid en ongedwongenheid omslaat in nietszeggende vrijblijvendheid, heeft Rogie bezworen door Klavier de perfecte lengte van een uur te geven en te laten eindigen met One van Cage. Zijn harde, galmende, 'toevallige' aanslagen op de zwarte en witte toetsen tonen de puurheid en directheid van de pianoklank in optima forma. De lege ruimtes tussen de noten zijn lang en bieden de dans alle vrijheid. Een treffend slotakkoord van een geslaagde interactie tussen muziek en dans.