Registratiekamer onderzoekt koppeling bestanden; Privacy werklozen in het geding

De Groningse sociale dienst koppelt computerbestanden om niet-gebruikers van huursubsidie te traceren. Daarvoor zijn die gegevens niet bedoeld, waarschuwt de Registratiekamer.

DEN HAAG, 7 NOV. De bedoelingen zijn goed, de middelen lijken ongeoorloofd. Reden voor de Registratiekamer om een onderzoek in te stellen naar de manier waarop de Groningse sociale dienst sinds kort mensen met een laag inkomen opspoort. Door de koppeling van computerbestanden heeft de dienst al 1.273 mensen gevonden die hun recht op huursubsidie niet benutten. Ze wil 2.400 mensen per brief informeren over dit niet-gebruik van huursubsidie en kwijtschelding van lokale lasten, omdat zij daardoor misschien in diepe armoede leven.

Het plan kan op de warme belangstelling van veel gemeenten rekenen sinds minister Melkert van Sociale Zaken wethouders met een gelijknamige portefeuille onder druk zet om de lokale armoede krachtig te bestrijden. Maar Groningen krijgt ook aandacht van de Registratiekamer, want hun werkwijze zou wel eens in strijd kunnen zijn met de privacywetgeving.

De Registratiekamer ziet toe op de privacybescherming van burgers. Als daarmee iets mis is, kan de kamer, na een onderzoek waaraan iedereen verplicht is mee te werken, een niet-bindende aanbeveling doen die in de praktijk altijd wordt opgevolgd. Over een jaar, als de wet Bescherming Persoonsgegevens is aangescherpt, worden de aanwijzingen bindend en kan de Registratiekamer zelfs naar de rechter stappen.

Plaatsvervangend voorzitter van de kamer, U. van de Pol, beschouwt het onderzoek in Groningen als een testcase. “We weten dat het koppelen van bestanden op grote schaal voorkomt.” Hij heeft goede redenen om juist nu een soort proefonderzoek te houden, want allerlei instanties in het sociaal-economische gemeentelijke veld zoeken elkaar op om samen achter één loket plaats te nemen. Dat is makkelijk voor de 'cliënt', of die nu uitkering krijgt van de sociale dienst of het GAK, of werkzoekende is bij het arbeidsbureau of uitzendbureau. Maar als één loket leidt tot één gegevensbestand van alle klanten, dan zal de Registratiekamer ingrijpen.

Het uitgangspunt van de Registratiekamer is eenvoudig: gegevens mogen alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn verzameld. “Het is niet zo dat alle gegevens die de overheid verzamelt één grote vijver vormen waaruit iedereen die bij de overheid werkt maar mag vissen”, zegt Van de Pol. De Registratiekamer uitte in juni al kritiek op het grote aantal gegevens dat mensen die een bijstandsuitkering aanvragen aan de sociale dienst moeten toevertrouwen - van schulden tot sociale en psychische problemen. Als die gevoelige informatie ook in bestanden van bijvoorbeeld het arbeidsbureau terecht komt, omdat die aan het bestand van de sociale dienst is gekoppeld, dan worden volgens Van der Pol grenzen ernstig overschreden. “Want die gegevens komen zonder dat de betrokkene het weet via een on-line verbinding bij uitzendbureaus terecht, omdat die weer samenwerken met de arbeidsbureaus. Als je niet uitkijkt komt iedereen die in de bijstand zit met zijn hele equipage en voorgeschiedenis bij Randstad terecht.”

Verbiedt de Registratiekamer zoveel, dat mensen met een laag inkomen niet op hun rechten kunnen worden gewezen? Van de Pol ziet dat anders: “Mensen kunnen allerlei redenen hebben om huursubsidie niet aan te vragen. Of ze belazeren de zaak of ze zijn trots.” Maar het hoge percentage niet-gebruik wekte de interesse van sociale diensten, die via bestandskoppeling achter de namen van die niet-gebruikers willen komen. Ze uiten hun belangstelling schoorvoetend, omdat ze enerzijds de privacy van de klant willen respecteren, maar ze het anderzijds betreuren dat mensen met een laag inkomen het geld dat voor hen klaarligt, niet ophalen.

Om dan maar hun namen te achterhalen, gaat te ver vindt de voorzitter van de vereniging van directeuren van sociale diensten, mevrouw L. Rijs-Neeft. Hooguit kan een groep worden benaderd die kans maakt om in de categorie niet-gebruikers te vallen, zegt zij. “In mijn gemeente, Zaanstad, denken we vooral aan ouderen. Die kunnen we via verzorgingstehuizen bereiken.”

Gegevens van uitkeringsgerechtigden mogen alleen na hun toestemming worden gecontroleerd en eventueel ook vergeleken, vindt Rijs-Neeft. “Misschien moeten we daarvoor wel een gedragscode opstellen”, oppert zij. Immers, de decentralisatie van de bijstandswet heeft tot ongebreidelde creativiteit van de sociale diensten geleid, zoals in Groningen. De behoefte aan normen vanuit Den Haag groeit bij die diensten.

“De overheid kan moeilijk bepalen wat goed is voor de mensen”, nuanceert Van de Pol. Probeer de burger niet te dicht op de huid te zitten, is zijn devies. “Mensen vinden het niet positief om een brief te ontvangen waarin staat 'u bent vijftig geworden, heeft u al nagedacht over een pensioenverzekering'. Mensen willen het graag zelf beslissen.” Bovendien: om minima te wijzen op hun recht op huursubsidie, bijzondere bijstand of kwijtschelding moet de hoogte van het inkomen bekend zijn, en juist dat gegeven moet volgens de Registratiekamer zorgvuldig geheim worden gehouden.

    • Robert Giebels