Regen

De lucht was blauw en toch had de pianist in de krant gelezen dat er regen op komst was. Hij moest boodschappen doen en keek nog eens uit het raam. Ja, in de verte dreven een paar wolkenvelden. Dreigend grijs waren ze niet. Moest hij z'n paraplu meenemen? Hij had een bloedhekel aan natte kleren.

Toch was het nog erger als hij de hele dag met die paraplu door de stad liep en er viel geen spatje regen. Het ding wordt dan zo overbodig dat je hem vanzelf in een winkel of een café laat staan. Zo aarzelde de pianist, maar hij kon moeilijk een half uur in de gang over het vraagstuk blijven nadenken. Hij nam een besluit, pakte z'n paraplu en verliet het huis.

Het ging precies zoals hij had gedacht. Er viel geen regen. De paraplu werd een wandelstok. Had hij hem maar thuisgelaten. Een pianist is erg voorzichtig met z'n handen. Hij moet er altijd voor oppassen dat hij z'n vingers niet bezeert. De paraplu beschadigde die ene hand natuurlijk niet. En toch voelde het heel nutteloos dat hij hem moest vasthouden. Wat kon hij er in vredesnaam mee doen?

Vergeten, dat spreekt vanzelf. Eerst in een boekhandel, later in een café. De paraplu werd een dirigeerstok en liet hem twee keer rechtsomkeert maken. Hij was er al geweest, wilde niet nog eens naar het café en ook niet naar de boekhandel, maar hij moest wel. Als hij daar met een nederig gezicht aankwam, hoefde hij niet eens wat te vragen. Het regenscherm stond nog op de eenzame plaats waar hij het had neergezet.

Weer buiten begon hij naar de regen te verlangen. Die bleef uit. Zelfs de wolkenvelden waren verdwenen. Iets moest hij met de paraplu doen, maar wat? Alles was beter dan dit overbodige bezit.

De pianist liep naar een groot park. In het midden was een fontein. Daar lieten de kinderen zeilbootjes varen en ook mechanische scheepjes, die ze vanaf de kant bestuurden. Toen de pianist dat zag, wist hij het. Hij stak de paraplu op. Een paar mensen keken hem vreemd aan. Het kon hem niets meer schelen. Geen druppel hoefde er nog te vallen. Eindelijk kon hij iets met de zwarte zijde doen.

Hij zag z'n schaduw in het water met daarboven een paar andere schaduwen. Hij bewoog z'n arm langzaam heen en weer. Nu leek het werkelijk of de zijde toch nog nat werd. De pianist dirigeerde het water met z'n paraplu.

    • K. Schippers