Rechter beperkt dagvaarding tegen Etiënne U.

AMSTERDAM, 7 NOV. De van grootschalige drugshandel verdachte Etiënne U. mag niet worden vervolgd voor buitenlandse drugshandel, wapenbezit en valsheid in geschrifte.

De Amsterdamse rechtbank heeft het openbaar ministerie vanmorgen op deze punten niet-ontvankelijk verklaard. U. kan nu alleen nog worden vervolgd voor deelname aan een criminele organisatie, belastingfraude en drugshandel binnen Nederland.

De verdediging van U. en zes van zijn vermeende handlangers vroeg maandag om niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministrie op verscheidene onderdelen van de dagvaarding. Raadsman C. Korvinus betoogde dat U. het in bezit hebben en vervoeren van drugs in het buitenland, verboden wapenbezit en valsheid in geschrifte niet ten laste kunnen worden gelegd, omdat ze niet zijn vermeld in het uitleveringsverzoek aan Frankrijk, waar U. begin dit jaar nog vast zat. Op grond van het zogenoemde 'specialiteitsbeginsel' kan een verdachte slechts worden vervolgd voor de feiten waarvoor de uitlevering toelaatbaar is verklaard.

Rechtbankpresident mr. R. van Os-Lang wees vanmorgen het verzoek van het openbaar ministerie af om alsnog een aanvullend verzoek om uitlevering te doen. Zij zei procesvertraging, die “in deze fase niet meer acceptabel is”, te willen voorkomen. Op overige punten verklaarde zij het openbaar ministerie wel ontvankelijk.

Volgens de verdediging heeft het openbaar ministerie gebruik gemaakt van bewijsmateriaal dat dankzij ontoelaatbare opsporingsmethoden is verkregen in eerder onderzoek van het Interregionaal Rechercheteam Noord-Holland Noord (IRT). Dit IRT werd ontbonden toen bekend werd dat een 'groei-informant' was toegestaan 230.000 kilo softdrugs te importeren in de hoop zo te infiltreren in de bende van U. Het Haarlemse openbaar ministrie en het Kernteam Randstad Noord en Midden verzamelden daarna nieuwe bewijzen tegen U., nu zonder de mogelijkheid van infiltratie of het gecontroleerd doorlaten van drugs.

Volgens de rechtbank kan het IRT-onderzoek niet als 'pro-actieve fase' van het nieuwe onderzoek worden beschouwd. De vraag of daarin gebruik is gemaakt van 'besmet' onderzoeksmateriaal uit de IRT-periode, kan volgens de rechtbank niet worden beantwoord voordat getuigen zijn gehoord.

Pagina 3: Raadsman: Absolute misser van het OM

Ten aanzien van de door de verdediging opgegeven getuigen besliste de rechbank vanmorgen dat onder anderen A. Augusteijn, voormalig CID-chef van het IRT, worden opgeroepen. Het verzoek van de verdediging D66 kamerlid Th. de Graaf, vice-voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden, als getuige te horen, is afgewezen.

Raadsman C. Korvinus noemde het onvolledige uitleveringsverzoek vanmorgen een “absolute misser” van het OM. Volgens het OM kan de rechtbank echter nog wel ingaan op internationale drugshandel als U.'s vermeende lidmaatschap van een criminele organisatie wordt behandeld.

De beslissing van de rechtbank hoeft niet onmiddellijk consequenties te hebben voor de uiteindelijke straf die U. krijgt opgelegd als hij schuldig wordt bevonden aan het lidmaatschap van en het leiding geven aan een criminele organisatie. Daarop staat nu een straf van maximaal vijf jaar onvoorwaardelijk die voor de bestuurder van zo'n criminele bende met eenderde kan worden verhod. Ook voor hasjhandel staat een straf van maximaal vier jaar maar dergelijke strafbare feiten kunnen voor de strafmaat niet zonder meer worden opgeteld. Als U. ook wordt schuldig bevonden aan een fiscaal delict kan de straf nog eens met eenderde worden verhoogd.

Dat de buitenlandse drugstransporten nu moeten worden geschrapt van de dagvaarding is voor het OM ook misschien minder erg dan het lijkt. Justitie had volgens de processtukken toch grote moeite om de bende van U. te koppelen aan drie transporten.

Volgens de advocaten zal het justitie zeer zwaar vallen om een overtuigend beeld te schetsen van de criminele organisatie als de 'gronddelicten' niet meer mogen meetellen.