Proeve van een roman

Lisette Lewin: Herfstreis naar Dantzig. Nijgh & Van Ditmar, 181 blz. ƒ 29,90

De vader van Kurt Lewin was een mislukte zakenman die zich in een Berlijns hotel aan de ceintuur van zijn zijden kamerjas ophing. Van Kurts moeder werd, na haar deportatie naar Westerbork, nooit meer iets vernomen en zijn jongere broertje werd aan het einde van de oorlog als verzetsheld gefusilleerd. De rest van zijn van oorsprong Duitse familie keerde niet terug uit de kampen, evenmin als zijn aanbeden vrouw Hermine.

Ruim veertig jaar na de oorlog vraagt zijn dochter, de schrijfster Lisette Lewin, haar vader, Kurt Lewin: 'Dus je had na de oorlog niemand meer?' En hij antwoordt: 'Alleen jou'.

Ook Lisette had dus niemand meer, behalve haar vader. Een vader, die haar in de steek liet door te hertrouwen met een niet van antisemitisme gevrijwaarde vrouw. Het mag duidelijk zijn dat de relatie tussen vader en dochter gecompliceerd was en dat de dochter, na haar vaders dood in 1996 de behoefte voelde om daar uiting aan te geven. In Herfstreis naar Dantzig, geen roman zoals haar prachtige debuut Voor bijna alles bang geweest, doet ze dat in de vorm van een klein maar fijn biografietje van haar vader. Haar eigen positie ten opzichte van de hoofdpersoon, haar gekwetste gevoelens, haar liefde voor en ergernis jegens haar vader zijn daar op een niet altijd even soepele manier doorheen geweven.

In Voor bijna alles bang geweest koos Lisette Lewin voor fictie. De namen van de hoofdpersonen waren veranderd (de vader heette Siegfried Morgenblatt, zijn dochter Emma), het boek was in de derde persoon geschreven, had een duidelijke spanningsboog en een plot. Daardoor was er enige afstand tussen de vertelster en de personages, wat het verhaal alleen maar dwingender en aangrijpender maakte. In Herfstreis naar Dantzig is die afstand opgeheven. In feite lopen er twee verhaallijnen door elkaar heen. De ene is de in de ik-vorm beschreven toenaderingspogingen van de gekwetste Lisette tot haar ijdele, irritante, maar vooral medelijden verdienende vader, de andere lijn is zijn biografie.

Lewin beschrijft hoe ze haar vader meeneemt op reizen, onder andere naar Berlijn en naar zijn geboortestad Dantzig. Om zijn verleden op te roepen maakt ze gebruik van Kurt Lewins - meestal in eigen beheer uitgegeven - autobiografische teksten en die leveren, in combinatie met de gesprekken tussen vader en dochter, de meest indringende passages op. Zeer geslaagd zijn bijvoorbeeld de sfeertekeningen van het vooroorlogse Dantzig waar de Lewins als parvenu's in grote welstand leefden en het jongetje Kurt een gouden toekomst tegemoet leek te gaan. Totdat het mis ging met de zaken en Kurt op veertienjarige leeftijd zijn vader verloor.

Kurt Lewin moet een redelijk getalenteerd man zijn geweest. Met lege handen belandde hij als joodse vluchteling in de jaren dertig in Den Haag. Daar wist hij zich staande te houden als verkoper en later op te werken tot topambtenaar op een ministerie. Ook slaagde hij erin een fel begeerd meisje uit de betere kringen - Lisettes moeder - aan zich te binden. Zijn oorlogsdagboek vertelt hoe, in de jaren '40-'45, aan hun geluk een einde kwam. De dochter gebruikte niet alleen dit dagboek om door te dringen in de diepe ellende waarin haar vader toen verkeerde, ze is, samen met hem, op bezoek geweest in het huis waar hij zat ondergedoken en waar hij, in een piepkleine schuilplaats, zijn gevoelens aan het papier toevertrouwde.

Zijn wanhoop, zowel voor, tijdens als na de oorlog brengt Lisette Lewin, in haar bekende heldere, afstandelijke, licht ironische stijl overtuigend onder woorden, maar de hare niet. Het lijkt wel alsof ze door al haar verdriet op de overleden vader te projecteren, een streep onder haar eigen geschiedenis wil zetten. Maar dat lukt haar niet, hoe flink en kordaat ze het ook probeert. De enigszins warrige structuur van het boek weerspiegelt de chaos die de dood van vader ongetwijfeld in haar hoofd heeft aangericht.

Daar komt nog iets bij, iets pijnlijks: hoe interessant Lewin haar vader ook probeert te maken - zijn tragische leven moet immers een biografie rechtvaardigen - heel erg bijzonder was hij, als we het boek moeten geloven, niet. De dochter komt op mij interessanter over. Niet hij, maar zij zou de hoofdpersoon moeten zijn. Dat wil zeggen: haar roman Voor bijna alles bang geweest verdient een vervolg, waarin de relatie tot de vader niet door de dochter maar door de schrijfster Lewin wordt verwoord en verwerkt. Herfstreis naar Dantzig zou wel eens een voorstudie van zo'n roman kunnen zijn.

    • Elsbeth Etty