Proces in Griekenland over 'taal'

ATHENE, 7 NOV. In de Griekse plaats Florina is een proces begonnen tegen vier leden van de kleine Regenboogpartij, die opkomt voor de rechten van de Macedonische minderheid in Noordwest-Griekenland. Deze minderheid wordt door de Griekse staat niet erkend en het Slavische idioom dat door enkele tienduizenden wordt gesproken mag hier geen 'taal' worden genoemd.

Voor het eerst heeft de kwestie van de taal tot een proces geleid. Ruim twee jaar geleden, in de nacht van 13 op 14 september 1995, stond het centrum van Florina op stelten, nadat vanuit het pas geopende bureau van de partij teksten waren aangebracht in het Grieks én 'Macedonisch', waarin onder andere werd gepleit voor onderwijs in de minderheidstaal. De teksten werden op last van een officier van justitie door de brandweer verwijderd, maar steeds opnieuw aangebracht. Ultra-rechtse elementen bestormden tenslotte het gebouw en wierpen het meubilair naar buiten, waar het werd verbrand. De politie greep niet in en het kwam tot een aanklacht tegen de partijleiders wegens het zaaien van tweedracht onder de bevolking.

Opmerkelijk was dat de aanklager plaatselijke vertegenwoordigers van de vijf partijen bereid vond als getuige à charge op te treden, inclusief vertegenwoordigers van de communisten en de Progressieve Alliantie, die gewoonlijk voor minderheden op de bres staan.

De vier verdachten, die niet zijn gearresteerd, moesten pas vorige week voor het gerecht verschijnen. Tientallen aanhangers van hun partij verspreidden vanaf vroeg in de morgen vlugschriften, volgens Eleftherotypia - een van de twee Atheense dagbladen die erover schrijven - 'op provocatieve wijze'. Daarin werd er vooral aan herinnerd dat Griekenland een maand tevoren een door de Raad van Europa ontworpen verdrag had getekend, waarin de rechten, inclusief taalrechten, van minderheden worden vastgelegd.

    • F. van Hasselt