Philips moet geheime stukken laten zien

ROTTERDAM, 7 NOV. Philips moet inzage geven in vertrouwelijk financieel materiaal dat binnen de onderneming circuleerde voorafgaand aan het vertrek van topman C. van der Klugt. Dat is een van de gevolgen van een uitspraak van de Hoge Raad die vanmorgen is bekendgemaakt. Philips erkent dat.

De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) eist van Philips openbaarmaking van de financiële informatie. Zij meent dat Van der Klugt beleggers op een Philips-aandeelhoudersvergadering van 10 april 1990 (en in de maanden die daaraan vooraf zijn gegaan) heeft misleid door ten onrechte positieve informatie te verstrekken over de gang van zaken bij het concern.

De Hoge Raad ondersteunt met zijn uitspraak een eerder rechterlijk oordeel waartegen Philips cassatie had ingesteld. De Hoge Raad vindt dat Philips op de aandeelhoudersvergadering “feitelijk over zodanige informatie beschikte dat enig voorbehoud niet achterwege had mogen blijven”. Philips heeft daarom onrechtmatig gehandeld jegens beleggers die op grond van de informatie die Van der Klugt gaf aandelen hebben gekocht.

De Hoge Raad steunt ook het eerdere oordeel dat Philips nog onvoldoende heeft duidelijk gemaakt “wat de oorzaken waren van de discrepantie tussen de op 10 april uitgesproken verwachtingen en de amper drie weken later, op 3 mei 1990, bekend geworden 'rampzalige' gegevens”.

F. van 't Groenewout reageerde vanmorgen namens de VEB uiterst verheugd op de uitspraak. “Philips zal de cijfers, notulen en interne stukken moeten overleggen”, zegt zij. Behalve voor de zaak-Philips is de uitspraak van de Hoge Raad volgens de juriste zeer positief voor andere zaken van de VEB. “Voor het eerst is nu duidelijk dat wij als vereniging namens anonieme beleggers als belangenbehartiger mogen optreden zonder dat zij hun identiteit prijsgeven”, aldus Van 't Groenewout.

De Hoge Raad is het niet eens met het oordeel van een lagere rechter dat de VEB niet ontvankelijk verklaard zou moeten worden in een vordering tot schadevergoeding omdat de vereniging geen lijst heeft overgelegd met de partijen die zij in deze zaak vertegenwoordigt. Volgens Van 't Groenewoud biedt deze uitspraak aanknopingspunten voor andere zaken waarin de VEB namens (anonieme) beleggers optreedt. Zij noemt als voorbeelden de zaken tegen (bestuurders van) Fokker, DAF, Bobel en Textlite.

De VEB heeft de procedure over de informatieverschaffing door Philips in 1991 aangespannen. Een rechtszaak over dezelfde affaire in de Verenigde Staten (waar ondernemingen beleggers al vaker informatie hebben moeten verstrekken waarmee zij schadeclaims zouden kunnen ondersteunen) werd een aantal jaren geleden geschikt voor een bedrag van tien miljoen dollar. De VEB noemde het feit dat Philips de gevraagde stukken ter beschikking moet stellen al eerder een belangrijke ontwikkeling in het ondernemingsrecht.