Ondergang

Het is mij onbegrijpelijk hoe Manja Ressler (Boeken, 17 oktober) tot een zo negatieve en uiterst subjectieve bespreking kon komen van 'Na de Ondergang' van Ido de Haan. De studie van De Haan handelt over de herinneringen aan de jaren 1940-45 van resp. joden en niet-joden. Waarom Ressler hem verwijt een 'blinde vlek' te hebben voor de houding ten aanzien van oud-verzetslieden is dan ook onlogisch.

Bovendien was er voor hen juist wél veel aandacht, getuige bijvoorbeeld de grote aandacht voor de Februaristaking. Ook is niet duidelijk welk verband er volgens haar bestaat tussen het studentenprotest van de jaren zestig en de jodenvervolging. Het is voorts vreemd dat Ressler meent dat pas de strijd om de Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers tot een sterker joods zelfbewustzijn heeft geleid. Ze beseft kennelijk niet dat reeds de stichting van de staat Israël dat heeft versterkt. Dat zij tot de belangrijkste literaire produktie 'van naoorlogse schrijvers van joodse origine' Leon de Winter en Arnon Grünberg rekent zegt meer over haar literaire smaak dan over de waarde van deze boeken.

    • Henriëtte Boas